Stressbestendig?

Gepubliceerd op 13 november 2018 om 14:01

Je kent het woord hoogstwaarschijnlijk wel!  In een vacature is het een hele normale vereiste geworden pffff...  Wie is er nou stressbestendig?  We zijn allemaal maar mensen toch?  De één zal er wat meer last van hebben dan de ander, maar opgefokt wordt je door een baas bijna áltijd!

Het is wel zo naarmate je ouder wordt, dat je tóch meer levenservaring krijgt en daardoor steeds beter kan relativeren.  Éindelijk een voordeel van het ouder worden haha...  

Maar toen ik een jaar of 30 was...  Ik werkte natuurlijk 40 uur in de week.  Toen waren er nog géén ATV dagen.  En het was ook niet zo, dat je doorleerde tot je 20ste.  Ik kreeg op mijn 15e na de mavo een vakantiebaantje en kon daar voor vast blijven.  Gewéldig vond ik dat.  Mijn eigen geld verdienen en in die tijd was er écht nog geen stress. Met 35 man op een afdeling  van een verzekeringsmaatschappij, was het meer dan eens een dolle boel.  Maar na anderhalf jaar was ik het zat en zocht wat nieuws, waar ik alles bij elkaar toch zo'n 16 jaar ben blijven hangen.

Ook dáár had ik het geweldig naar mijn zin.  Leuke collega's en het werk vond ik óók heel leuk om te doen.  Ik was inmiddels 17 en alle energie van de wereld.  Ik had op die leeftijd zelfs al 2 jaar verkering.  Als ik nu meisjes van 15 zie, denk ik vaak genoeg 'mijn god, had ik al verkering op die leeftijd?'  Eigenlijk van de zotte, maar toen je die stoot tegenkwam, was je helemaal verkocht.

Tja, wat wilde je?  Sparen voor je 'uitzet' zoals ze dat toen noemden.  Soms verbaas ik me er weleens over, dat het toen écht een compleet andere tijd was dan nu.  En toch zeg ik heel eerlijk, dat ik blij ben in dat tijdperk geboren te zijn.  Zoals het tegenwoordig gaat, kan ik me toch niet echt in vinden.  Wij moesten altijd 'u' zeggen tegen mensen die ouder waren.  Gelukkig niet tegen mijn vader en moeder.  Dat vonden ze niks.  Alsof je dan vreemden voor elkaar bent.  Nu noemen ze een meester of leraar bij de voornaam, dus de drempel naar respect is zóver gedaald, dat het mij overkomt of de beleefdheidsnorm helemaal weg is.  Maar goed, ik zal inmiddels wel ouderwets zijn...

Anyway, toentertijd had je na een proeftijd van 2 maanden gewoon een baan voor onbepaalde tijd.  Je moest wel iets héél verschrikkelijks overhoop halen, voordat je ontslagen werd.  Je had gewoon zekerheid.  Je wist gewoon dat er elke maand een vast bedrag binnenkwam en had je het zelf in de hand of je wilde blijven of wegging.  Die zekerheid is er nu niet meer.  Je kan nog zóveel gestudeerd hebben, maar de zekerheid op een baan is er niet meer.  Je kan tegenwoordig bijna niet eens meer een huis kopen.  Er zitten zoveel regels aan vast en elke hypotheek voor een beginner is bijna onmogelijk.  Wat was het toen dan anders...  Je kon die hypotheek gewoon krijgen, maar dan moest je de eerste 5 jaar wel samen werken.  Kijk, dát was te overzien.

Nu móet je samen werken om een leven te kunnen hebben.  En als je dan kinderen wilt, nou breng dan maar een vermogen weg voor de opvang en ben je blij als er nog wat overblijft.  We zaten in een restaurant op een doordeweekse avond, vlak tegenover een kinderopvang.  We hebben dat met gemengde gevoelens bekeken...

Auto's kwamen met een rotgang om de hoek zeilen.  Parkeerden, waarna de moeders eruit sprongen alsof ze op de hielen werden gezeten.  Met dezelfde haast zag je ze weer naar buiten komen mét maxicosy of kinderwagen, die met een zwaar gefronst gezicht van moeders in zo kort mogelijke tijd in de auto werd gepropt, waarna ze weer net zo snel wegscheurden als ze gekomen waren.  Ik zag het helemaal voor me, hoe die thuis zouden komen.  Moe van de hele dag werken, moest de kleine nog eten en naar bed gebracht worden. Gauw wat makkelijks op tafel voor hunzelf, om 's avonds nog enigszins te kunnen ontspannen voor de televisie...  En dán, als ze ouder worden...  Dan wordt de druk alleen maar groter.  Moeders runt naast haar vaste baan óók nog eens een taxibedrijf om de kids naar het voetbalveld te brengen.  Óf paardrijden, óf volleybal óf, óf...  Wij kregen een zwemabonnement.  En als we daar geen zin in hadden, dan moest je zelf maar kijken hoe je je thuis vermaakte.  En dat deed je áltijd!  Je verveelde je nóóit!

Ik weet nog zó goed hoe ik zelf zwaar gestresst ben geworden.  Ik werkte bij mijn tweede baas.  Het 60-jarig bestaan van de zaak stond voor de deur en dat zou in z'n totaliteit 3 dagen gaan duren.  Een dag voor de relaties, een dag voor het personeel zelf en dan het knalfeest met aanhang.  Buiten dat er veel werk zat in de voorbereidingen en je ook nog eens je gewone werk erbij moest doen, resulteerde dat natuurlijk in menig uurtje overwerk.  Ik voelde het al aankomen.  Keelpijn in de verte en een gevoel van zwakte.  Dat zou me níet gebeuren dacht ik.  Wél hard werken aan de voorbereidingen en géén feest!  Neeee, dát mocht niet gebeuren!

Ik begon aspirines te slikken en ik moet zeggen dat dat lekker hielp.  Al gauw was ik alle zwakheden vergeten en leefde ik écht naar die feestdagen toe.  Feestvieren met je collega's was effe leuker dan werken en iedereen werkte enthousiast mee, om er een geslaagd jubileum van te maken.

Het kón dan ook gewoon niet anders, dan dát het een fantastisch feest werd.  Maar na drie dagen lachen, eten en heel veel gezelligheid, kwam dan ook de genadeklap.  Ik kon natuurlijk niet doorgaan met het slikken van aspirines. En nét zulk werk...  De sluimerende keelpijn van daarvoor, sloeg in alle hevigheid toe.  De eerste dagen kon ik niet eens slikken.  Het leek elke keer als ik slikte of ik een scheermesje inslikte.  Achteraf minder hinderlijke dan de droge hoest die erop volgde.  Ik hoestte de longen uit mijn lijf, waardoor ik ook 's nachts niet meer aan mijn rust toe kwam.  Halve nachten zat ik rechtop in bed en 's morgens bij het opstaan voelde ik me geradbraakt.

Het was natuurlijk al helemaal geen optie om me ziek te melden na het feest, want er was meer werk blijven liggen dan me lief was.  Ik worstelde me door de bergen werk heen, waarbij mijn lichaam aanvoelde alsof ik onder een wals had gelegen.  Na twee weken van hard werken en hoegenaamd geen slaap, was ik behoorlijk opgebrand en kon ik niet veel meer hebben.

Door de stress van het vele werk, ging ik hyperventileren, wat me nog meer afmatte.  Er was één optie die me nog op de been hield en in overleg met mijn partner, wilden we er een weekje tussenuit.  Lekker op vakantie, om even uit te rusten.  Alleen van het idee knapte ik al wat op!  Het idee om ergens lekker op een zonnig eiland aan het strand te liggen en effe hélemaal niks!

Ik zag er tegenop om het aan te vragen op mijn werk, bang dat het geweigerd zou worden.  Maar ik begon me te realiseren, dat ik door mijn vermoeidheid muizenissen in mijn hoofd haalde.  Ik was helemaal geen doemdenker, waarom nú dan wel?

Het had er ook wel een beetje mee te maken, dat de directeur die ik al die jaren gewend was en waar ik héél goed mee door één deur kon, met pensioen was gegaan en daardoor was afgetreden.  Daarvoor in de plaats nam de onderdirecteur zijn positie in.  Een man die ik nooit gemogen had.  Ik vond het altijd een engerd.  Hij had vaak zijn Boxer bij zich, die dan de hele dag op zijn kantoor lag en ik vond dat de man zelf, veel van zijn hond weg had.  Dezelfde uitdrukking.  Je kon ook aan zijn air zien, dat ie zijn machtspositie uitbuitte.  Ik kon er niet aan wennen dat die goeie directeur die we hadden, vol van menselijkheid, vervangen werd door zo'n omhooggevallen, op macht beluste brombeer.

Ik was die ochtend dan ook erg onzeker.  Niet alleen het feit dat ik door mijn vermoeidheid al weinig kon hebben, maar óók nog eens op mijn knieën moest bij de man die ik het liefst ontliep.  Ik voelde me bibberig, terwijl ik door de gang naar zijn kantoor liep.  Ik klopte op de deur en opende die meteen daarop.  Hij zat met gebogen hoofd achter zijn bureau, terwijl de Boxer nieuwsgierig zijn kop optilde en me met half samengeknepen ogen gluiperig aankeek.  Ondanks het uitblijven van een reactie na mijn 'goeiemorgen', trok ik de stoel tegenover hem naar achteren en ging zitten, wachtend tot hij zijn hoofd zou optillen.  Alleen al het feit dat dat erg lang duurde, irriteerde me mateloos.

Traag hief hij, na wat een eeuwigheid leek, zijn hoofd op en keek me verongelijkt aan, waar hij ogenschijnlijk mee aangaf dat ik een behoorlijke stoorzender was.  De moed zonk al in mijn schoenen, maar ik vertikte het om me te laten intimideren.  Zéker niet door hém!  'Ik hou het kort hoor,' zei ik met mijn allervriendelijkste gezicht en ik haatte het dat ik mijn best moest doen me anders voor te doen dan dat ik me voelde.  'Meer tijd héb ik ook niet!' klonk het autoritair en ik kon de man wel slaan.  'Omhooggevallen varken,' schoot er minachtend door me heen.  'Ik wil een weekje verlof aanvragen'  en kon er verder geen woord meer uitkrijgen, toen zijn gezicht op dat moment sprekend op zijn hond leek, die zich voorbereidde op een uitval...  Het leek of zijn mond door woede nog meer naar voren kwam en ik zag hoe hij rood aanliep.  'Hoe kan je dát nou vragen?  Na ál het werk dat is blijven liggen na het jubileum!!  Ik ga hier niet verder op in, ik heb andere dingen te doen!!

Ik kon het er niet meer bij hebben.  De hoop op een weekje vrij had me nog op de been gehouden, maar ik leek nu volledig in te storten.  De tranen brandden achter mijn ogen en mijn benen voelden als dieplood toen ik opstond en wankelend, zonder nog iets te zeggen, de deur uitliep en hem met een smak achter me dicht liet vallen...  Ik liep terug naar mijn afdeling, zonder op of om te kijken.  De twee collega's die ik in de gang tegenkwam, zagen meteen dat er iets niet goed ging.  'Waar is jouw lach gebleven?' vroegen ze verbaasd en ik knikte met mijn hoofd naar de deur van het varken, waar ik net vandaan kwam.  'Wát een lul!!  Ik vraag alleen om een weekje vakantie...'  Maar ik kon niet verder praten.  Ik was te uitgeput.  Wetende wat voor berg werk er nog op me lag te wachten, haastte ik me terug en nam traag weer plaats achter mijn bureau, maar mijn hart klopte in mijn keel bij het zien van al het werk, dat zich steeds verder bleef opstapelen.

Ik wist effe niet meer hoe ik me hieruit moest redden.  Ik had de hele dag nog voor me en ik wilde alleen nog maar liggen.  Gewoon mijn moeie lijf laten vallen en de boel de boel laten.  Maar het was nou eenmaal de aard van het beestje, dat dat werk mijn verantwoordelijkheid was.  Het stomme was, dat dat sterker was dan het op te geven.  Verwoed sprak ik mijn laatste druppel energie aan en werkte me als een bezetene door mijn werk heen.  Zonder praatje met collega's...  Zonder lach...  Aan het einde van de dag zag ik nog steeds niet dat ik wat had gedaan, omdat in de loop van de dag de berg weer aangevuld was.

Ik deed nog even een paar boodschappen voor het avondeten en thuis aangekomen, nam ik meteen mijn hond Laika mee voor een wandeling.  Terwijl ik door het park wandelde en normaal gesproken genoot van de buitenlucht en het groen om me heen, besefte ik dat ik daar deze keer totaal niet mee bezig was.  Ik dacht terug aan de afgelopen ochtend en de woorden van afwijzing.  Ik kon het niet helpen...  Het liet me niet los... Hóe ik ook iedere keer probeerde het van me af te schudden en te genieten van mijn wandeling, het bleef terugkomen in mijn hoofd.

Die avond liep ik om 8 uur de trap op.  Te moe om nog naar de badkamer te gaan, liet ik mijn kleren van me afvallen en stapte met een diepe zucht mijn bed in.  Kapot als ik was, wilde mijn opgefokte geest me niet met rust laten.  Er ging zoveel door mijn hoofd en mijn lichaam leek ook niet tot rust te komen.  Ik draaide me van de één op de andere zij, maar 4 uur later was mijn geest nog klaarwakker.  0.06 zag ik op mijn wekker en kreunde bij de gedachte dat ie me om 7 uur weer genadeloos zou wekken.

Op het moment dat het snerpende geluid zich liet horen, had ik het gevoel dat ik net was weggezakt.  Dit kon zo niet langer.  Ik kon gewoon niet meer opstaan.  Ik was té moe.  Wetende hoe mijn partner over ziek melden dacht, werd ik al nerveus bij de gedachte.  Maar er was gewoon geen andere optie.  Ik kón niet meer.  Ik liep als een zombie de trap af, draaide het nummer van mijn werk en meldde me ziek.  Op het moment dat ik de hoorn terug legde, voelde ik toch een soort opluchting.

Als in een soort trance van vermoeidheid, voerde ik de 2 katten, die met hun lange haren allebei tegen mijn blote benen wreven.  'Ja kom maar, jullie krijgen eten,' fluisterde ik, alsof zelfs mijn stem te moe was om geluid voort te brengen.  Daarna liet ik Laika uit en stortte me weer in bed, om ongeslapen er om half 1 weer uit te gaan om de tafel te dekken, voor als Paul tussen de middag moest eten.  'Heb jij je ziek gemeld?' klonk het meteen afwijzend, toen hij zag dat ik niet opgeknapt was.  'Ja, ik kán gewoon niet meer,' zei ik zonder hem aan te kijken.  'En je lag gisteravond al zo vroeg op bed?  Dan moet je toch wel weer uitgerust zijn denk ik zo!' Ik had de fut niet om in discussie te gaan.  Het enige wat ik zei was 'als je slaapt wel ja...' We aten zwijgend en hij vertrok 3 kwartier later zonder iets te zeggen...

Ik ruimde de tafel af en deed gelijk even de kleine afwas.  Slapen zou toch niks meer van komen en ik realiseerde me dat er 's avonds toch eten op tafel moest komen, dus zou ik ook nog boodschappen moeten gaan doen.  Maar als eerste keek ik naar Laika die onwennig achter me aanliep, niet gewend dat ik thuis was overdag.  Hoe moe en opgejaagd als ik me voelde (een tegenstrijdigheid in je lichaam, die vreselijk voelde) pakte ik zijn riem en besloot naar het park te gaan.  Dat was de enige plek waar ik me altijd rustig voelde.  Zonder gezeur aan mijn hoofd.

Gezelschapsmens als ik altijd was en graag mensen om me heen had, had ik daar nu geen enkele behoefte aan.  Ik wilde alleen zijn, zodat ik me niet anders hoefde voor te doen dan ik me voelde.  Gelukkig was Laika geen hond die druk was of kilometers wilde lopen, dus sjokten we samen als twee bejaarde wijkagenten door het park.  Soms bleef ik even staan, sloot mijn ogen en zoog de frisse lucht tot diep in mijn longen, maar het hielp niet om de rust in mijn lijf terug te vinden.  Was ik echt te ver gegaan?  Ik wist best dat ik een druk mens was, maar had daar nooit last van gehad.  Na de drukte van de dag, legde ik steevast 's avonds om half 11 mijn hoofd op mijn kussen en zodra ik die raakte was ik al vertrokken, om 's morgens weer fit om 7 uur op te staan voor de nieuwe dag.  Ik had ook nooit een hekel gehad aan werken.  Alleen thuis zijn en het huishouden doen was niks voor mij.  En de lol die ik met mijn collega's had, wilde ik voor geen goud missen.

Dat ik nu op mezelf aangewezen was, was een ervaring uit bittere noodzaak, want daar zou ik nooit voor gekozen hebben.  De terugweg liep ik bijna strompelend naar huis, klikte Laika z'n riem af en moest naar boven voor mijn portemonée en boodschappentas en voelde mijn benen bibberen toen ik mijn fiets uit de schuur haalde.  Ik wist niet waar ik de energie vandaan moest halen om te trappen, zodat ik af en toe afstapte en lopend verder ging.

Die avond stapte ik weer om 8 uur in bed, om er na 2 uurtjes slapen 's morgens naar het leek nog moeier uit te stappen, dan dat ik erin was gegaan.  Ik had er wat voor over gehad, om de tijd terug te kunnen draaien.  Dat ik een knopje kon omzetten, zodat ik me weer voelde zoals ik gewend was me te voelen.  Wat had ik een heimwee naar mijn 'ik' van daarvoor.  De 'ik' die zich altijd goed voelde.  De 'ik' vol van energie en levenslust.  De 'ik' die altijd van het leven genoot.

De volgende dag zat ik als een zombie op de bank met een zelfde verschrikkelijke nacht achter me.  Ik zat met gesloten ogen, toen er plotseling werd aangebeld en blij verrast liet ik mijn schoonzusje binnen.  'Hééé, ik hoorde van Paul dat je ziek thuis was,'  zei ze met een lach van oor tot oor, spontaan zoals ze altijd was.  'Ja, niet écht voor mijn lol,' reageerde ik met een lach die pijn deed.  'Wat heb je?'  Ik deed mijn verhaal en ze keek me veelbetekenend aan.  'Zal ik aan Wim vragen of je een keer naar hém kunt komen?'  Ik wist dat het een goeie vriend van haar was en wist ook dat hij magnetiseur was.  Daarom keek ik haar dankbaar aan voordat ik reageerde.  'Heeft ie het niet te druk dan?'  'Dat weet ik ook niet precies, maar we kúnnen het proberen toch?' Een afspraak werd geregeld en een week later zat ik tegenover hem.

Wim was van Indische afkomst en ik wist dat die mensen toch altijd iets mysterieus over zich hadden.  Mensen die zich meer bezig hielden met wat er zich tussen hemel en aarde bevindt, dan wij ooit zullen weten.  Het intrigeerde me.  'Zo meid, ik geloof dat jij je grenzen hebt overschreden hè?' zei hij lachend.  'Hoe...?  Heb je dat van...?'  Hij lachte nog steeds geheimzinnig, maar zei verder niets.  'Ik ga je helpen weer rust te vinden in je lichaam meid' en alleen al bij het horen van die woorden, slaakte ik een diepe zucht.  'Alsjeblieft!' reageerde ik.  'Dat is het enige dat ik wil!  Hoe lang gaat het duren voordat ik weer ben zoals voorheen?' kon ik niet nalaten te vragen.  'Dáár kan ik niks over zeggen meid.  Je hebt een punt bereikt waar je niet verder kan en dat is niet in een week opgebouwd, ook al denk je dat.'  Ik trok mijn wenkbrauwen op en ik vond het onbegrijpelijk dat hij dat allemaal zo resoluut kon zeggen.  'Ik ga je leren weer met je eigen drukte om te gaan, zodat je 's avonds je rust weer kan vinden.'  Dat was ook hetgeen ik wilde.  Ik wilde niet gaan leven als een bejaarde op mijn dertigste.  Ik wilde leven...

Het werd een nachtmerrie, de weg die ik af moest leggen naar mijn authenticiteit.  Een weg die dik 2 jaar ging duren.  Maar goed dat ik het  niet allemaal van tevoren heb geweten.  Ik bewandelde de weg samen met Wim.  Als hij me gemagnetiseerd had, dan voelde ik zo'n heerlijke rust, dat ik het liefst op de behandeltafel was blijven liggen voor een tukje.  Maar jammer genoeg stond er al weer iemand te wachten die mijn plaats zou innemen.  Tegen de tijd dat ik thuis was, was ik weer hetzelfde als voorheen.  Hoe kan je die rust nou vasthouden als je zo'n druk mens bent??

De nachten waren een complete lijdensweg.  Het leek of het alleen maar erger werd.  Bij elk geluidje dat ik hoorde, leek het of mijn lichaam onder stroom stond.  Alsof elke zenuw in mijn lichaam getriggerd werd.  Nooit begrepen wat het was, als je zoiets over andere mensen hoorde.  Je zág het ook niet aan de buitenkant.  Je had het júist  nodig om naar buiten te gaan en voor de buitenwereld ben je dan niet ziek.  Ik was inmiddels 6 weken thuis en ik werd al zenuwachtig bij de gedachte aan het werk te moeten.  De brief van het GAK die me bereikte, kondigde een afspraak aan en toevallig op die dag voelde ik me redelijk.  Niet gewend om me aan te stellen en ik me altijd voordeed zoals ik was, stuurde ze me aan het werk voor halve dagen.  Mijn protest dat ik dat nog niet aankon, zorgde ervoor dat ze het reduceerde naar 2 uurtjes.

Met lood in mijn schoenen ging ik terug en zal nooit vergeten hoe mijn collega's me aan het eind van die 2 uur aankeken.  'Ze hebben je veel te snel aan het werk gestuurd Kit,' zeiden ze goedbedoeld, maar ik kon alleen maar mijn schouders ophalen.  Kapot als ik was van de fouten die gemaakt waren tijdens mijn afwezigheid.  Ze hadden een uitzendkracht ingehuurd en ik snapte ook wel dat dat noodzakelijk was, maar op het moment dat ik mijn spreadsheet programma opende voor de maandelijkse omzetstaten, dacht ik dat mijn hart stilstond.  Ik zocht nog naar back-ups, maar niks.  Nada!  Ik dacht dat ik gek werd bij de gedachte hoeveel werk erin gezeten had om dat programma op te zetten.  Ik wéét niet hoeveel formules ik heb in moeten voeren, zodat ik er elke maand hoegenaamd weinig werk meer aan had.  Maar het idee alleen al dat ik het allemaal weer opnieuw moest doen...  Dat was waarschijnlijk ook de reden dat mijn collega's ook zo bezorgd naar me keken.  Gelukkig was één van hen bereid me te helpen, dus kon ik tenminste iets herademen.  Zelfs samen duurde het 14 dagen maal 2 uur om het weer op poten te krijgen.

Alles bij elkaar duurde het 2 eindeloze jaren, voordat ik door ademhalingsoefeningen die ik van Wim leerde, weer wat beter functioneerde.  Ik werkte halve dagen, maar was 's middags meestal uitgeteld.  Wanneer kon ik weer eens normaal gaan leven?  Zou ik ooit nog de oude worden?  Ik had onderhand wel gemerkt, dat ik er helemaal alleen voor stond.  Mijn partner was wars van problemen en ziektes, waardoor ik alles alleen probeerde te verwerken.  Ik was er onderhand aan gewend om alles alleen te doen, terwijl ik daar helemaal geen mens voor ben.  Ik wilde alles graag delen.  Niet alleen de leuke dingen.  Ik wilde dat ie begreep wat er met me aan de hand was, maar dat was een utopie.  Ik kon hier niet meer alleen mee omgaan en ging eindelijk maar eens naar de huisarts, waar ik mijn verhaal deed.  Hij schreef me oxazepam voor, zodat ik weer normale nachten kon hebben en dat was werkelijk een verademing.  Ik kon weer slapen.  Ik kon overdag weer doen wat ik wilde...

Maar je voelt 'm al aankomen waar?  De huisarts had me meegegeven dat ik er wel mee moest uitkijken, omdat je er verslaafd aan kon raken.  Huh...  het zal wel, dacht ik toen.  Ik voel me weer goed.  Totdat Laika mank ging lopen.  Hij was ondertussen ook niet meer de jongste en een bezoek aan de dierenarts vertelde me dat hij versleten knieën had.  Nóóit van gehoord bij een hond.  De volgende dag vertelde ik het aan een collegaatje en die wist een man die daar iets aan kon doen.  Zo ontmoette ik mijn latere, tweede echtgenoot.  Hij hielp niet alleen Laika, maar ook míj!  Hij hielp me van de medicijnen af en gaf me een natuurlijke vervanger, wat natuurlijk niet zonder slag of stoot ging.  Natuurlijke medicijnen zijn niet zo sterk als chemische medicijnen en het duurt veel langer tot het werkt.  Met als gevolg dat ik weer hetzelfde werd als vóórdat ik aan de medicijnen ging, dóór de afkickverschijnselen.  De lijdensweg begon weer van voor af aan.

Ik vluchtte steeds meer het huis uit, omdat we steeds meer ruzie kregen tót ik op een middag thuiskwam, de sleutel in het slot stak en de deur niet openging.  Ik zag Paul in zijn stoel zitten en ik klopte op het raam.  Mijn mond viel open van verbazing, toen hij nergens op reageerde en heel langzaam begon het tot me door te dringen...  Er zat een ander slot op de deur.  Ik rende achterom, maar ook die zat op slot.  Terwijl Laika met zijn neus tegen de ruit gedrukt stond en niet begreep waarom ik niet binnen kwam, zat Paul nog steeds roerloos in zijn stoel de krant te lezen...

 

Ik was er echt helemaal klaar mee!  Was het niet dat het 'varken' me mateloos irriteerde met z'n 'neurotische delegeerdrang' (hij had niet eens meer dan lagere school, maar via ellebogenwerk omhooggewerkt en vond het blijkbaar geweldig de baas uit te hangen en iedereen op z'n huid te zitten), dan was het wel de nieuw aangetrokken manager.  En daar moest ík mee samenwerken...

Tjonge, het werken buiten de deur was écht niet leuk meer!  Zo graag als ik het altijd gedaan had, zo met tegenzin ging ik 's morgens de deur uit.  Níks geen geintjes meer onder het werk met elkaar!  Iedereen was intussen bang voor z'n hachje.  Sinds het regiem van het 'varken', was iedereen op zijn hoede.  Het bedrijf werd ondergedompeld in een wereld van dictatuur.  Alleen het 'varken' was degene die lachte en dan moest iedereen maar meelachen.  Kotsmisselijk werd je ervan.  Zodra hij met z'n neus in de lucht door de gang liep en sneaky zijn blik door de ramen van de afdelingen liet dwalen, was het overal muisstil.  Het was gewoon zielig en lachwekkend, zoals iedereen met een ernstig gezicht achter zijn bureau zat, alsof er niets anders meer bestond.

En dan die nieuwe...  Pfffff!!!  Elk moment stond ie naast me om me weer een nieuwe opdracht te geven.  Ik kon het gewoon níet opbrengen mijn hoofd naar hem toe te draaien, dus bleef ik gewoon doorwerken, waarmee ik ook zoveel mogelijk kon verhinderen dat ik zijn zure adem zou ruiken.  Bah!!  Had die man nooit van tandpasta gehoord?  Het leek wel of er een dood vogeltje achter in zijn strot lag te rotten.  Terwijl ik naar zijn zeurderige stem luisterde en zogenaamd zwaar geconcentreerd was, knikte ik afwezig.

Het één na het andere dossier kletterde hij op mijn bureau en ik kon het écht niet helpen, gedisciplineerd als ik altijd werkte, om een diepe, geërgerde zucht te slaken en ik vanuit mijn ooghoek mijn collega gekke bekken zag trekken, waardoor mijn grote ergernis afzwakte.  'Hij moet je wél hebben hè Kit?' zei hij met een samenzweerderige grijns op zijn gezicht.  'Hou maar op!  Bah, wat heb ik toch een hekel aan die man,' reageerde ik en mijn gezichtsuitdrukking moet onverholen afkeer hebben uitgesproken, want hij schoot nu echt in de lach.

'En waar ik al helemáál niet tegen kan... dat ie zo'n verschrikkelijke slordervos is én dat ie zo uit zijn bek stinkt,' kon ik niet nalaten te zeggen, waarbij ik automatisch mijn neus optrok.  'Ben blij dat ik niet zoveel met hem te maken heb,' wreef hij me nog eens lekker onder m'n neus en mijn nekharen gingen alweer overeind staan, toen hij alwéér naar me toe kwam lopen.

'Heb jij het Babylon-dossier?' vroeg hij al voordat hij bij me was.  'Nee, dat heb ik niet,' zei ik zonder op te kijken.  'Dat móet!' hoorde ik zijn stem nu wat geagiteerder, maar ik keek hem nog steeds niet aan, totdat hij naast me stond en alles wat op mijn bureau lag door elkaar begon te schuiven.  Nou, dat moet je dus écht niet doen bij iemand die gestructureerd werkt.  Ik duwde mijn stoel naar achteren en keek hem volgens mij vuurspugend aan, want alle irritaties jegens hem begonnen nu duidelijk tot een climax te komen.  'U kunt me ook gewoon vertróuwen!!  Ík ben niet zo'n slordervos!!' beet ik hem toe.  'Als het niet bij mij is, dan moet jij 'm hebben!' snauwde hij nu.  'O... en waarom weet u dat zo zéker?' vroeg ik hem nu recht aankijkend.  'Dat kán niet anders!!' en bleef de puinhoop op mijn bureau alleen maar groter maken.  Ik dacht te ontploffen, toen ik van mijn stoel opsprong.  'Ik weet zéker dat ik het niet heb!!  Maar ik zal het u zó geven!' zei ik ijzig.  'Zie je wel dat jij het hebt!!' trok hij een totaal verkeerde conclusie, maar ik luisterde al niet meer en beende nijdig de afdeling af om rechtstreeks door te lopen naar zijn kamer, waar ik doelbewust uit een soort voorgevoel op zijn prullenbak afliep.  Ik zette het ding op zijn bureau en begon alle proppen papier eruit te halen en gooide het wraakzuchtig op zijn bureau.  Al mijn frustraties verdwenen als sneeuw voor de zon, toen ik even later triomfantelijk het dossier eruit haalde.

Ik liep met grote passen terug naar mijn plek, waar hij nog steeds door de paparassen zocht en drukte het dossier in zijn handen.  Ik zag zijn gezicht  meteen ontspannen toen hij het duidelijk opgelucht aanpakte.  'Hoe kom je daar nou aan?' vroeg hij verbaasd.  'Uit uw prullenbak!!' kon ik niet nalaten te zeggen met een triomfantelijk lachje op mijn gezicht.  'Dat kan nóóit!!' Mijn lach verdween meteen weer toen ik reageerde:  'U suggereert doodgewoon dat ik hier sta te liegen!!' Maar hij scheen het niet eens meer te horen.  Mompelend verliet hij de afdeling en nadat de deur achter hem was dichtgeslagen, begonnen mijn collega's smakelijk te lachen.  'Ja, lachen jullie maar...' lachte ik zelf mee.  'Moet je eens kijken wat een puinhoop!' wees ik moedeloos naar mijn bureau.  Pfffff...  hoe lang zou ik het nog volhouden...

Ik ploeterde nog een paar weken verder, maar ik kon die kop niet meer zien.  Ik had altijd lekker samengewerkt met de vorige directeur en de vorige manager...  Maar jammer genoeg werd alles ineens anders, zonder dat je erom vroeg.  Ik kon het niet meer...  Ik wilde best werken, maar dan toch wél met een beetje prettig gevoel.

Ik hakte de knoop door en op dat moment voelde ik me al een stuk beter.  Ik had een gevoel van triomf, toen ik die ochtend neuriënd mijn tas naast mijn bureau neerzette.  'Goeiemorgen!!!' zong ik bijna.  Mijn collega's die me al jaren gewend waren met een lach op mijn gezicht, hadden me in een paar maanden tijd zien veranderen.  Zonder iets te zeggen en met een veelbetekenende lach op mijn gezicht, liep ik meteen de afdeling weer af en klopte even later op de deur, waarna ik meteen naar binnenliep.  'Heeft u even?' vroeg ik de slordervos.  Hij trok zijn wenkbrauwen op en wees uitnodigend naar de stoel tegenover zijn bureau.

'Zeg het eens...' zei hij en ik zag duidelijk nieuwsgierigheid in zijn ogen.  Ik draaide er niet omheen, dus reageerde ik resoluut:  'Ik wil graag mijn ontslag indienen.'  'Wat zeg je nóu?  Valt daar niet over te praten?  Ik moet zeggen dat dit érg onverwachts komt!  En zéker nu het zo druk is...' Ik voelde alweer wrevel opkomen bij die laatste woorden, maar dat verdween alweer snel bij de gedachte dat ik daar binnenkort niets meer mee van doen had.  Daarom zei ik bijna triomfantelijk:  'Praten kan altijd...'  'Wat is de reden waarom je zo plotseling weg wilt?'  'Nou, zó plotseling is dat niet...  Het irriteert me al een tijdje...' Ik zag zijn wenkbrauwen weer vragend omhoog gaan.  'Als ú nou eens zou proberen wat georganiseerder te werken, zou mij dat een hoop ergernis schelen.  Ik kan gewoon niet werken met iemand die zo slordig is als u!' 

Wat voelde dat héérlijk!!  Om éindelijk eens te kunnen zeggen wat me al die tijd zo dwars had gezeten.  'Tja, dán hebben we een probleem.  Ik ga me niet aanpassen.  Ik werk nou éénmaal zo...'  'Dát bedoel ik dus!!  En ík werk op mijn eigen manier en dat kan ik dus niet met u!'  Het bleef een poosje stil, terwijl hij duidelijk niet goed raad wist met zijn houding.  'Ik ga een referentie voor je schrijven en dan scheiden onze wegen zich met een maand opzegtermijn.'  'Heb je al andere plannen?' klonk het onverwachts nog, terwijl ik mijn stoel al naar achteren had geschoven.  Daar had ik eigenlijk nog niet over nagedacht, maar het borrelde terplekke op.  'Ik heb er nu bijna 18 jaar kantoorwerk opzitten.  Ik denk dat ik in de mode ga.'  'Dat past inderdaad wel bij je.  Nou, dan rest mij nog om je veel succes te wensen bij je nieuwe uitdaging.'

Even later maakte ik op de gang een vreugdesprongetje.  Ik kon het wel van de daken schreeuwen.  Ik voelde me zó vrij!!  Het was inderdaad een behoorlijke impulsieve actie en ik moest wél binnen afzienbare tijd iets anders zien te vinden.  Het ergste vond ik dat ik afscheid moest nemen van mijn collega's, maar we spraken af elkaar te blijven zien.  Zes weken later had ik ander werk!

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.