Verdwaald...

HOOFDSTUK 1.

September 1964.

Het grote ijzeren hek werd met een oorverdovend, ratelend geluid voor de ontzette ogen van Zoë dichtgetrokken.  Ze zag na een dikke kus ter afscheid, nog net haar moeder om de hoek verdwijnen.  Een gevoel van pure paniek en machteloosheid maakte zich van haar meester.  Haar keel kneep zover samen, dat ze bijna geen adem meer kon halen.  Langzamerhand borrelde een geluid uit haar keel omhoog en mondde uit in een wanhopige kreet:  'Mamááá!'  Maar haar moeder was al lang buiten gehoorafstand, dus er volgde geen enkele reactie op haar angstige uitroep.  Langzaam biggelden hete tranen over haar rode wangen.  Bevangen door verdriet en eenzaamheid, zakte ze door haar knieën en huilde zittend op de rauwe, stenen vloer, bittere tranen.  Zich er nauwelijks van bewust, voelde ze de aanraking tegen haar schouder.  Ze werd hardhandig omhoog getrokken en ze keek met rode, behuilde ogen op naar een hard gezicht.  Een gezicht dat ze nooit meer zou vergeten.  Een gezicht dat voor lange tijd het lieve gezicht van haar moeder zou vervangen.

'Zit daar niet te grienen kind.  Alle kinderen zitten al in de klas.  Trek je jas uit en doe je sloffen aan en kom dan met mij mee.'

De uitdrukking op het gezicht van de non vertoonde ongeduldige trekken.  Bij de aanblik hiervan schoten de tranen weer in Zoë's ogen, maar ze slikte ze snel in om te voorkomen dat deze non écht boos zou worden.  Dat zou het laatste zijn wat ze nu kon verdragen.  Ze deed dus snel wat haar gevraagd werd en zonder pardon werd ze aan haar hand meegetrokken de klas in.  

Zoë keek verwonderd om zich heen en dacht dat ze nog nooit zoveel kinderen bij elkaar had gezien.  Gedwee liep ze aan de hand van de non mee en liet zich op een stoeltje duwen, waarna ze recht in het gezicht van haar nichtje Lisa keek.   Deze zat met een doodgemoedereerd gezicht in de rondte te kijken.  Lisa was net 3 weken jonger dan Zoë en zou dus in dezelfde klas verblijven als zij.  Het was in ieder geval een opluchting niet alleen met vreemden de dag te moeten doorbrengen.  Maar die gedachte duurde niet lang, want het beeld van haar moeder doemde alweer op in haar hoofd.  De tranen rolden alweer over haar wangen, maar toen ze opkeek naar haar nichtje, die het allemaal gelaten over zich heen liet komen, schaamde ze zich toch wel een beetje.  Ze ging rechtop zitten en nam zich voor niet meer te huilen en begon nieuwsgierig om zich heen te kijken, naar al die vreemde gezichten.  Veel tijd kreeg ze hier niet voor, want de non kwam alweer met driftige passen op haar toelopen.

'Heeft je moeder je brood en melk meegegeven?'

Beduusd pakte Zoë haar tasje, waar zorgvuldig een trommeltje met brood en een flesje melk met chocola was ingepakt.

'Zet dat flesje maar daar op dat tafeltje, bij de flesjes van de andere kinderen.  Dat is voor straks.  Het brood houd je bij je, dat is voor tussen de middag.'

Zoë liep schoorvoetend naar het tafeltje en zette het flesje bij alle anderen, terwijl ze er aan dacht hoe ze ooit haar eigen flesje weer moest terugvinden.  Maar op dat moment klapte de non hard in haar handen.  Iedereen reageerde meteen door het hoofd in haar richting te draaien.

'Kinderen, jullie mogen nu gaan spelen, zónder teveel herrie te maken. Als ik weer in mijn handen klap, dan gaan jullie weer allemaal terug naar je eigen plaats.  Is dat begrepen?

Alle kinderen van de kleuterklas, waar Zoë het komende jaar mee zou doorbrengen, knikten gedwee.  Toch waren ze wel wat verlegen om zomaar met vreemden te gaan spelen.  In de loop van de ochtend had iedereen wel iets gevonden dat ze leuk vond.  Zoë, verdiept in het verkleden van de prachtige poppen in de poppenhoek, schrok op door het harde klappen van de non.

'Kinderen, het is nu lunchtijd.  We pakken allemaal ons broodtrommeltje en flesje melk en we gaan naar de klas hiernaast om daar te gaan eten.  De kinderen die vlakbij wonen mogen natuurlijk thuis gaan eten.  Degenen die met de schoolbus zijn gekomen eten hier.'

Ooo... dacht Zoë.  Woonde ik ook maar zo dichtbij, dan kon ik ook bij mama gaan eten.  Maar die gedachte werd ruw verstoord.  De non delegeerde alle kinderen met een lunchpakketje naar de aangrenzende ruimte.

'Ik zal niet bij de lunch blijven, maar juffrouw Annie zal jullie gezelschap houden.  Eet smakelijk en tot straks.'

Zoë voelde zich van opluchting een stuk lichter worden toen de non vertrok.  Juffrouw Annie zag er in ieder geval een stuk vriendelijker uit, maar dat vooruitzicht kon toch niet het brok in haar keel wegnemen.  Ze miste haar moeder, die ze tot vandaag elke dag om zich heen had gehad.  Ze keek voorzichtig op naar het gezicht van juffrouw Annie.  Doordat zij druk aan het praten was met een paar andere kinderen, durfde ze haar brood te laten voor wat het was.  In haar trommeltje.  Ze zou geen hap weg kunnen krijgen.  Een beetje melk en klaar, dacht Zoë.

Nadat ze zo een tijdje om zich heen had zitten kijken, hoorde ze de deur zachtjes open en dichtgaan.  Ze keek op en zag juffrouw Annie met de non praten.  Tot haar afschuw zag ze dat ze allebei in haar richting keken.  Zoë had het gevoel dat ze door de grond wilde zakken en zag tegelijkertijd de non op zich afkomen.

'Wat hoor ik net van juffrouw Annie?  Wil jij niet eten?  Dát zullen we nog weleens zien!' spuwde de non, waarbij ze het deksel van het broodtrommeltje haalde en de verbouwereerde Zoë een flinke hap brood in haar mond duwde.

'Zó en nú eten!  Anders ga je het hok in!  Het hok staat al open!  Dan kan je daar in je eentje gaan zitten eten!'  waarop ze kordaat weer wegliep.

Zoë voelde haar keel zo droog worden, dat ze vijf minuten later nog steeds op dezelfde hap brood zat te malen.  Bang dat de non terug zou komen en de gedachte aan een donker, angstaanjagend hok, maakte het haar onmogelijk om nog een hap te nemen.  Toen ze dacht dat er niet meer op haar gelet werd, stopte ze snel de rest terug in haar trommeltje.  Na wat een eeuwigheid leek, mochten ze allemaal weer terug naar de speelklas.  De middag duurde vreselijk lang.  Zoë gooide zich met volle aandacht op het spelen, waardoor er toch gelukkig een einde kwam, aan de voor haar tot nu toe, donkerste en zwaarste dag uit haar prille, onbezorgde leventje.

Er ging om half vier een schrille bel door het hol klinkende, met tegels en stenen beklede gebouw.  Zoë keek verbaasd op en besefte door het harde klappen van de non, dat ze allemaal naar huis mochten.  Voor het eerst die dag, ging er een gevoel van blijdschap door haar heen.  Ze mocht naar huis, naar mama.  Naar haar eigen vertrouwde omgeving.  Ze had vandaag het gevoel gehad alsof ze nooit meer blij zou zijn, maar dat verdween als sneeuw voor de zon toen ze besefte dat ze naar huis mocht.  Alle kinderen renden de gang op om hun jasjes te zoeken, maar werden meteen teruggefloten doordat de non weer hard in haar handen klapte.

'Jullie gaan één voor één door die deur, anders mogen jullie nog een poosje blijven!  Begrepen?!  Daarna pakken jullie rustig je jas en wacht bij het hek tot jullie moeder je komt halen!'

Zoë herinnerde zich plotseling dat mama haar op het hart had gedrukt, dat ze onder géén beding de school mocht verlaten totdat Bo (afkorting van Bodine, maar omdat ze een vreselijke hekel aan die naam had, noemde iedereen haar Bo), het twee jaar oudere zusje van Zoë, haar zou komen halen.  Bo zat op de lagere school, die grensde aan het gebouw van de kleuterschool waar Zoë nu zat, dus zouden ze samen met de schoolbus naar huis gaan.

Ongeduldig op en neer springend, keek Zoë toe hoe de andere kinderen afgehaald werden door hun moeder, maar zag plotseling het vertrouwde gezicht van Bo opdoemen tussen de anderen.  Bo trok haar aan haar hand gauw mee en samen huppelden ze naar de schoolbus, die aan de overkant van de straat stond te wachten om alle ongeduldige kinderen na hun eerste schooldag naar huis te brengen.

Toen ze allemaal een stoel gevonden hadden, kwam de bus traag in beweging.  De rit naar huis duurde veel te lang naar haar zin.  Elke minuut, zo leek het tenminste in haar beleving, stopte de bus om één van de kinderen uit te laten, maar uiteindelijk trok Bo haar mee de bus uit en bij de herkenning van de kade en het water waaraan ze woonden, maakte Zoë een vreugdesprong en zette het op een rennen.  Zonder te letten op het geroep van haar zusje, dat ze op haar moest wachten.  Ze zweefde over het grindpad naar huis en vloog haar moeder in haar armen.  Later hoorde haar moeder van buurtbewoners, dat ze de hele weg rennend naar huis, om haar moeder had geroepen.

De weken die daarop volgden, werd ze 's morgens door Bo naar school gebracht.  Ze trok haar slofjes aan en ging daarna naar haar eigen school.  Deze situatie zorgde ervoor dat Zoë zich wat meer op haar gemak voelde.  Maar o wee als Bo het een keer niet deed, omdat de schoolbus wat verlaat was. Dan huilde ze hartverscheurend en het duurde uren voordat ze weer wat bedaard was.  Als ze 's middags weer thuis waren, vergat ze meteen dat ze op school was geweest en voelde zich als een vis in het water. Ze speelde dan uren buiten, meestal met haar buurmeisje Petra, met wie ze heerlijk door de aangrenzende bomenlaan kon ravotten.

Het huis waar Petra woonde, was het laatste huis aan de kade en daarachter bevond zich na hun groentetuin meteen de bomenlaan.  Van papa mochten ze nooit verder dan tot de helft van die laan, want achterin zat de bullebak, zei hij altijd.  Dat was niet tegen dovemansoren gezegd, want daar waren ze als de dood voor, wat het ook mocht voorstellen.  Maar de voorstelling díe ze ervan hadden, was afschrikwekkend genoeg om daar weg te blijven.

Het liefst namen ze oude lakens mee om een grote tent te bouwen, die met wasknijpers aan de takken van de bomen vastgemaakt werden.  Kopjes, schoteltjes, afwasbakje, afwasmiddel en borsteltje, alles wat ze maar dachten als grote mensen nodig te hebben sleepten ze mee.  Totdat de twee moeders ze terugriepen voor het avondeten, waar ze beiden natuurlijk totaal geen zin in hadden.  Want het zou daarna niet lang meer duren voordat Zoë naar bed gebracht zou worden.  Maar deze keer was er iets nieuws, waar ze totaal niet op gerekend had.  Mama had nieuwe gordijntjes gemaakt.  Er hingen echte Pipo gordijnen.  Een decoratie dat afgeleid was van haar favoriete kinderprogramma, dat ze 's avonds altijd nog even mocht kijken voordat ze naar bed ging.

'Ohhhh mam, wat mooiii!!' reageerde ze met grote ogen.  Ze keek haar moeder met verbazing aan en Gemma glimlachte naar haar en knikte.  'Ik dacht wel dat je ze mooi zou vinden,' fluisterde ze.  'Maar niet de hele nacht ernaar kijken hoor.  Eventjes mag, maar dan moet je gaan slapen.'  Ze gaf Zoë een nachtkus op haar voorhoofd en keek nog even naar haar drieënhalf jaar jongere zusje Mona, met wie ze een kamer deelde.  Maar die lag opgerold in haar ledikantje al lang lekker te slapen.  'Trusten Zoë, slaap lekker.'  Daarna liep Gemma op haar tenen de kamer uit en trok de deur achter zich dicht.

Zoë bleef verrukt naar de nieuwe gordijnen kijken, maar na een tijdje begon het donkerder te worden in de kamer en kon ze het steeds moeilijker zien.  Ze wilde er persé naar blijven kijken en door het kleine lampje dat altijd vlakbij de deur bleef branden, kon ze er toch nog iets van zien.  Maar hoe langer ze er naar keek, hoe banger ze er voor werd.  Door het kleine lampje viel er nét zoveel licht op, dat het leek of de figuurtjes tot leven kwamen.  Ze zag ze allemaal door elkaar rennen en ze trok angstig haar deken over haar hoofd.  Maar lang hield ze dat niet vol, want dat werd haar toch te warm.  Voorzichtig kwam ze dus weer met haar hoofd boven de deken uit.  De figuurtjes bleven bewegen en door angst bevangen, dook ze diep onder de dekens.  Bang dat de figuurtjes naar haar toe zouden komen.

Naar wat haar een eeuwigheid leek, lag ze doodstil dicht bij het voeteneind, terwijl ze het zo warm had dat ze het gevoel kreeg of ze stikte.  Langzaam kwam het hoopje in beweging en kwam ze heel voorzichtig met haar hoofd boven de deken uit.  Haar ogen stijf dicht houdend.  Ze hijgde licht om weer wat op adem te komen, maar zonder erg had ze toch weer haar ogen open gedaan.  Ze wilde niet meer naar de gordijnen kijken, dus keek ze recht voor zich uit.  Daar waar de uitbouw van de dakkapel zat.  Wat ze dáár zag, ging al haar verwachtingen en fantasie te boven...

Daar...  recht voor haar...  stond een man...  De fractie van een seconde dat ze keek, was voldoende om met een bonzend hart van schrik weer terug te duiken naar de veiligheid van de ruimte waar ze vandaan kwam...  vlakbij het voeteneind.  Maar door het harde bonzen van haar hart, kreeg ze het nog warmer dan daarvoor.  Het suisde in haar oren en ze had het gevoel of haar longen zouden barsten.  Ze wilde het beeld dat ze gezien had vergeten.  Wegstoppen, alsof ze het nooit gezien had.  Maar ze had het écht gezien...

Later wist ze door verwarring niet meer wanneer ze in slaap was gevallen.  's Ochtend vond haar moeder haar, niet wetend wat er was gebeurd.  Haar hoofd piepte aan het voeteneind net onder de dekens uit.  Haar lange haren vastgeplakt op haar voorhoofd.  Doordat haar moeder bezig was het kleine lijfje onder de dekens uit te trekken, deed Zoë verward haar ogen open.  'Mama?'   'Ja schat, het is ochtend.  Je moet eruit.  Je moet naar school.  Kom, werk eens mee.'  'Maar mama, ik ben nog niet klaar met slapen!'  Haar ogen zakten weer dicht door gebrek aan slaap.  'Zoë, je bent wél klaar met slapen.  Je moet eruit.  Kom lieverd.'  Zoë kwam met tegenzin overeind en bleef vermoeid op de rand van haar bed zitten.

'Wat is er aan de hand Zoë?  Ben je ziek?'  Ze voelde hoe mama bezorgd een hand op haar voorhoofd legde, maar schudde haar hoofd.  'Je hebt geen koorts, dus je moet echt naar school meisje.'  Zoë sloeg verlegen haar ogen op en keek haar moeder even aan, waarna ze haar blik weer snel afwendde.  'Mama...?  Is er hier een vreemde meneer geweest toen het donker was...?'  Haar moeder keek haar bevreemd en geschrokken aan.  'Nee hoor...  Waarom vraag je dat...?'  Zoë keek weer angstig naar de opening van de dakkapel en haar moeder volgde haar blik, waarop Zoë wees.  'Daar mam...  Daar stond hij...  en hij klopte aan net of hij aan de deur klopte.'  Gemma trok haar wenkbrauwen op en keek bedenkelijk naar haar vijf jaar oude dochtertje.  'Zoë, ik denk dat ík het ben geweest, want ik ben vannacht nog even bij je komen kijken.'  'Nee mama, het was een meneer...  want hij had zwart haar, een zwarte blouse en een witte broek...

Gemma wist even niet hoe ze het had, maar wilde haar dochter niet laten merken dat ze van haar stuk was gebracht.  'Zoë, je zal wel gedroomd hebben, dat doen we allemaal weleens.  Maar nu moet je echt opstaan, anders komen Bo en jij allebei te laat.'  Zoë sprong van haar bed af en gehoorzaamde haar moeder met tegenzin.  Maar inmiddels wist ze ook wel dat ze de schoolbus moesten halen, anders zou ze straf krijgen van de non.

Toen de dagelijkse routine weer op gang kwam, was het voorval weer snel vergeten.  Ze zag haar moeder wel even met haar vader praten, die verbaasd zijn wenkbrauwen optrok.  Daarna werd er niet meer over gesproken.  Toen ze 's avonds naar bed werd gebracht, keek ze haar moeder bedenkelijk aan.  'Mama, die figuurtjes gaan bewegen als het donker wordt.  Ik wil ze niet meer.'  'Maar Zoë, weet je hoe lang mama daar mee bezig is geweest om die te maken?  Nee hoor, ze zijn gloednieuw en ze blijven hangen.  Kom, onder de dekens en lekker gaan slapen.  Als je je ogen dicht doet, kan je ze ook niet zien.'  

Als Gemma dacht dat ze haar dochter hiermee geruststelde, dan had ze het goed mis.  Zoë hield haar ogen dan wel stijf dicht, maar haar oren kon ze niet de hele nacht dichthouden.  Ze hoorde steeds maar die voetstappen.  Kwam hij naar haar toe?  Ze dook weer naar haar veilige plekje bij het voeteneind en kwam daar niet meer vandaan, waar ze na verloop van tijd in een onrustige slaap viel.

Zag ze nou licht?  Op het moment dat ze wakker werd en dacht dat ze licht door de dekens zag, werd ze onder haar armen beetgepakt en zachtjes onder de deken vandaan getrokken.  'Kijk dan, ze is helemaal nat van het zweten.  Ze stikt daar nog eens.'  Toen ze knipperend tegen het felle licht probeerde haar ogen open te doen, zag ze papa en mama bij haar bed staan.  Voordat haar ogen weer dichtvielen, zwaar van de slaap, zag ze mama nog net een bakje water in papa's handen duwen.  'Hou jij dit even vast, dan spons ik haar even af om wat af te koelen.'  Zoë liet het allemaal half slapend over zich heenkomen.  Ze voelde dat mama haar gezicht en armen met een koud washandje afveegde en daarna met een handdoek afdroogde, waarna ze weer onder de deken werd gelegd.  Ze voelde een kus op haar voorhoofd en hoorde de deur dichtgaan.  Vlak daarna trok Zoë de deken weer over haar hoofd en verdween naar het voeteneind...

 

HOOFDSTUK 2.

Juni 1965.

Zoë was deze zwoele, zomerse avond aan het eind van juni, voor het eerst sinds tijden niet bang om naar bed te gaan.  Ze was wel vreselijk zenuwachtig.  Mórgen, dacht ze verrukt.  Mórgen ben ik járig!  Er hing een prachtig, nieuw jurkje klaar, waar mama de hele week aan had gewerkt.  Ze was in tijden niet zo gelukkig geweest.  Ze hoefde de komende zes weken niet naar school.  Zés hele weken!  En na de vakantie zou ze naar de grote school gaan.  Maar éérst haar zesde verjaardag.  Mama en tante Riet (zo noemden ze altijd de moeder van Petra, terwijl er totaal geen familieband was) hadden een gezellig verjaardagspartijtje voor haar georganiseerd.  Petra zou er natuurlijk bij zijn, de twee nichtjes Lisa en Cathy (Cathy was ook van haar eigen leeftijd en zou het komende seizoen ook bij haar in de klas komen), Linda, die net zo oud was als Bo en na school altijd bij hun kwam spelen, omdat haar eigen ouders na schooltijd nooit thuis waren en dan met Bo en Mona erbij, zou het een leuk koppeltje zijn.

Zoë lag uren aan dit alles te denken en kon natuurlijk lange tijd de slaap niet vatten.  Eindelijk viel ze in slaap, waar dromen met engeltjes in mooie jurkjes en honderden cadeautjes haar achtervolgden.  Toen Gemma haar de volgende ochtend ging halen, lag ze met een glimlach om haar mond nog heerlijk te slapen.  Ineens drong het tot haar door dat er gezongen werd.  Slaperig keek ze door half geopende ogen naar het drietal, dat uit volle borst 'Lang zal ze Leven' zongen, waarbij Mona rechtop in haar ledikantje verrukt in haar handjes stond te klappen.  Zoë was nog nooit zo snel wakker geweest.  Ze wreef door haar ogen en het besef dat de dag van haar verjaardag was aangebroken, vervulde haar met zoveel blijdschap, dat ze met een ruk onder de deken vandaan schoot en boven op het bed danste onder het luide zingen van haar familie.  Ze werd door allemaal gekust en gefeliciteerd en daarna loodste mama iedereen mee naar beneden om te gaan ontbijten, want jammer genoeg was het vrijdag en moest papa natuurlijk gewoon werken.  'Een fijne dag engeltje van me,' hoorde ze papa nog gauw zeggen, voordat hij snel de deur uitschoot.  Door alle commotie was het vanmorgen toch wel later geworden dan anders.

Zoë zag mama ineens naar boven verdwijnen en ze keek haar teleurgesteld na.  Ik zal toch zeker wel een cadeautje krijgen? dacht ze geschrokken, maar daar had ze zich geen zorgen over hoeven te maken.  Mama kwam met het grootste cadeau naar beneden dat ze ooit had gezien.  Gemma moest inwendig lachen om het verrukte gezichtje van haar jarige dochter.  Langzaam zag ze een flinke blos verschijnen op de normaal toch vrij bleke wangen en begonnen de grote, blauwe ogen te stralen als sterren in de nacht.  Ook Bo en zelfs Mona kwam op wankelende beentjes nieuwsgierig naderbij, want zo'n groot cadeau hadden ze nooit gezien.

'O mam, mag ik het nu openmaken?' vroeg Zoë gretig.  'Natuurlijk meiske.  Je bent vandaag jarig en als je het nu meteen openmaakt, dan kan je er tot vanmiddag nog mee spelen tot je verjaardagsvisite komt.' Ze begon onmiddellijk het prachtige papier eraf te scheuren.  Normaal werd het cadeaupapier bewaard omdat het er altijd zo feestelijk uitzag, maar deze keer werd het helemaal om zeep geholpen, omdat Zoë haar nieuwsgierigheid niet kon bedwingen.  Wat er toen tevoorschijn kwam deed drie mondjes openvallen van verbazing.  Zoë was de eerste die weer bij haar positieven kwam en gaf een verrukt gilletje bij het aanzicht van zoiets moois.  Een échte winkel voor haarzelf.  Alles wat daar voor nodig was, was aanwezig: pakjes, flesjes, doosjes gevuld met rozijnen, een kassa boven op een echte toonbank en tot ieders verbazing was deze zelfs gevuld met muntjes en papiergeld.

Zoë was zó overrompeld door zoveel moois, dat ze vergat dat ze 's middags ook nog een feestje zou hebben.  Plotseling draaide ze zich om en sloot haar armen om mama's benen en keek met een vuurrode kleur omhoog.  'Mam, zoiets moois heb ik nog nooit gezien... dankjewel!'  Gemma, die normaal door de drukte en de zorgen, vrij nuchter reageerde op dit soort dingen, voelde haar ogen volschieten bij zoveel dankbaarheid.  Ron en zij hadden er wel lang over na moeten denken, want eigenlijk vonden ze het cadeau veel te duur.  Maar nu ze het stralende gezichtje van haar dochtertje zag, was dit het dubbel en dwars waard.

'Ik hoop dat je er heel plezier van zult hebben lieverd.  Wees er zuinig op,' herstelde Gemma zich snel, maar die woorden waren voor Zoë totaal overbodig.  Ze zou dit cadeau bewaken als zijnde haar grootste schat.  Ze was de komende uren zo verdiept in haar nieuwe aanwinst, dat Gemma haar waarschuwde gauw te komen wassen en aankleden.  Anders zou ze nog in haar pyama lopen als de meisjes zouden arriveren.  Geduldig liet Zoë alles over zich heenkomen.  Nog helemaal in gedachten bij haar nieuwe winkeltje.  Mama waste haar en trok daarna haar prachtige, nieuwe jurkje over haar hoofd dat wit van kleur was, bedekt met hele kleine lelietjes van dalen.  De mouwtjes waren gepoft en in haar middel zat een lang lint, die mama met zorg aan het strikken was.  Daarna was het haar van Zoë aan de beurt.  Ze was gewend dat mama iedere avond voor ze naar bed ging, twee schuimrubber krulspelden indraaide, die er nu weer voorzichtig werden uitgehaald.  Gemma borstelde het lange, blonde haar, dat in grove krullen over haar rug viel.  Net zo lang tot het glansde.  Dan pakte ze een keurig gestreken lint van dezelfde stof als haar jurkje en bond die in het haar, zodat ze een dikke paardenstaart had.  Met spelen zou dat wel zo makkelijk zijn.

Mama had net de laatste hand aan het haar gelegd, toen de meisjes één voor één binnendruppelden vergezeld van hun moeder.  De één op de fiets, de ander lopend.  Gemma had vanmorgen terwijl Zoë aan het spelen was, een grote mand ingepakt met allerlei attributen en lekkernijen.  Zo vertrokken ze gezamenlijk naar de bomenlaan, waar twee grote dekens in het gras werden uitgespreid waar ze allemaal op konden zitten.  Tenminste, grotendeels door de volwassenen, want de kinderen waren al druk verstoppertje aan het spelen.  Het kwam Gemma en de buurvrouw wel goed uit.  Die vonden het heerlijk om even lekker in de schaduw uit te puffen.

Toen de kinderen met rode gezichten van de warmte op de volwassenen afkwamen, lieten ze zich hijgend op de dekens vallen om uit te rusten.  Voor allemaal wachtte een flesje limonade en een stuk abrikozenvlaai, door Gemma zelf gebakken. Het was vijf minuten zo stil, dat je de vogels weer kon horen fluiten.  Zoë genoot met volle teugen.  Jarig zijn op zó'n mooie, warme dag, was meer dan ze zich kon wensen. 

Mama was intussen opgestaan, om samen met tante Riet een lijn tussen twee bomen te spannen.  'Wat ga je nou doen?' was de uitroep van allemaal.  'Dat zullen jullie nog wel zien.  Eerst krijgen jullie allemaal een blinddoek voor.'  Gemma had voor ieder kind een grote zakdoek meegenomen, die ze nu voorzichtig om ieders hoofdje bond.  In de tussentijd had de buurvrouw stiekem grote stukken snijkoek aan de lijn geregen.  Eén voor één werden de kinderen in de rondte gedraaid, zodat ze hun oriëntatie een beetje kwijt waren en werden richting de lijn geduwd.  'Nu moeten jullie allemaal je mond open doen en je hoofd achterover laten zakken.  Dan proberen jullie de lekkere dingen die aan de lijn hangen te pakken met je mond en dan mag je het opeten...

Het duurde niet lang of het werd zó'n grote chaos, dat de kinderen met of zonder hap koek over de grond lagen te rollen van het lachen.  Gemma organiseerde nog meer spelletjes en voor ze het wisten was de middag omgevlogen.  Iedereen hielp op haar manier nog even de boel op te ruimen en zo liepen ze gearmd en nog nalachend en zingend weer terug naar huis.  Thuis aangekomen, plofte iedereen op de werf in een stoel neer en wist Gemma na één blik op de vermoeide smoeltjes, dat het tijd werd er een eind aan te breien.  Ze zou voor allemaal nog een pannenkoek bakken en dan zou het langzamerhand tijd zijn dat de moeders de kinderen weer kwamen ophalen.

Toen de rust was wedergekeerd en Gemma haar jarige meid half weggezakt in de stoel zag zitten, pakte ze haar op en nam haar mee naar boven.  Voorzichtig trok ze haar nieuwe jurk over haar hoofd, die na al het spelen wel vuil was geworden, maar dat kreeg ze er wel weer uit dacht ze.  De lint in haar haren was gekreukt door de blinddoek en zelfs op haar gezichtje zaten zwarte vegen.  Gemma haalde even een nat washandje over haar gezicht en handen en trok meteen haar pyama aan.  Zoë was zich half en half bewust van hetgeen er gebeurde en liet het allemaal zonder morren over zich heenkomen.  Door de opwinding van de dag vielen haar ogen dicht, terwijl ze eigenlijk nog even verder wilde dromen over alles wat haar vandaag was overkomen.  Maar voordat Gemma het dunne dekentje over haar heen kon trekken, was Zoë al in een diepe, droomloze slaap gevallen.  Tevreden keek ze naar het slapende hoofdje van haar dochtertje.  Ze was zelf ook behoorlijk moe van zo'n drukke dag, maar de blijdschap die ze als dank kreeg, was het dubbel en dwars waard geweest.

De weken die daarop volgden, was Zoë het gelukkigste kind op de wereld.  Ze was elke dag buiten.  Ze speelde elke dag met Petra en kon soms uren op de schommel zitten zingen, die Ron voor de kinderen op de werf had geplaatst.  Ze hield van deze plek.  Met uitzicht op het land erachter, waar vredig de koeien graasden, verzon ze zelf de liedjes die ze zong.  Als iemand haar had kunnen horen, dan zou diegene niet geweten hebben wát ze nou eigenlijk zong.  Maar dat was voor Zoë niet belangrijk.  Zij was in haar element.

 

HOOFDSTUK 3.

Augustus 1965.

Zoë kon niet begrijpen dat al die weken van buiten spelen nu zo opeens voorbij waren.  De ochtend was aangebroken dat haar moeder haar uit bed kwam halen en aanspoorde op te schieten.  Anders zouden Bo en zij de schoolbus missen.  Zoë voelde een brok in haar keel opkomen en keek haar moeder smekend aan.  'Maar mam, ik wil thuisblijven.  Ik hóef toch niet naar school.  Ik wil weer buiten gaan spelen.'  Gemma keek haar dochter even meelevend aan en vroeg haar toen even goed te luisteren.  'Zoë lieverd, je bent nu een grote meid en die moeten naar school om te leren lezen en schrijven.  Je wilt toch niet dat straks al je vriendinnetjes dat kunnen en jij niet?'  Bedenkelijk keek ze haar moeder aan en nog weifelend door de gedachte dat ze liever buiten wilde spelen, legde ze zich met tegenzin neer dat ze weer naar school moest.

'Je gaat nou toch naar de school van Bo?  Nou, dat is in elk geval een stuk leuker voor je.'  Dat idee zorgde ervoor dat ze toch wat meer op haar gemak werd gesteld, maar het begrip 'school' bleef toch iets wat iedere keer een brok in haar keel opriep.  Maar om mama daar verder niet mee te verontrusten, sprong ze nu haar bed uit.  Ze waste zich, poetste haar tanden en kleedde zich aan.  Nog wel met hulp van haar moeder, want helemaal alleen kon ze het toch nog niet.

Omdat het haar eerste schooldag was op een nieuwe school, mocht Zoë haar nieuwste jurkje aan die ze voor haar verjaardag had gekregen.  De rit met de schoolbus was voor haar nu wel bekend, maar dat ze samen met Bo naar dezelfde school mocht, dat was toch wel erg leuk.  Oké, Bo ging dan wel naar een andere klas, maar ze vond het toch wel een erg prettig idee dat ze nu dicht bij haar in de buurt was.  Als er iets was, dan zou ze zo bij Bo zijn.

Maar toen Zoë dan eindelijk in haar nieuwe klas zat en opkeek naar weer een nieuw gezicht van een non, zakte de moed in haar schoenen.  Ze probeerde verwoed het brok dat langzaam haar keel vulde, weg te slikken en niet meer te denken aan die vorige non. Maar het wilde maar half lukken.  Zich er plotseling van bewust dat haar naam genoemd werd en ze verschrikt opkeek naar de non, die speurend de klas rondkeek, wist ze niet eens wat er van haar verwacht werd.  'Is er hier geen Zoë Lankhorst in de klas?' vroeg de non geduldig.  Zo ja, wil je dan je vinger opsteken?  Anders moet ik me zorgen gaan maken waarom zij er niet is.'   Zoë begreep ineens wat de bedoeling was en stak verlegen een piepklein vingertje op.  'Zo, ben jíj Zoë?  Waarom stak je daarnet dan je vinger niet op?'   Zoë haalde verlegen haar schouders op.  'Je had me zeker niet gehoord hè?  Het is ook allemaal zo nieuw voor jullie.   Je zat zeker alles eens te bekijken hè?'   Zoë knikte met een rode blos op haar wangen.   'Nou, je bent er gelukkig.   Ben jij toevallig een zusje van Bo Lankhorst?'  vroeg de non vriendelijk.   Zoë knikte weer verlegen. 

'Nou genoeg vragen voor vandaag.  Ik ga jullie vandaag eens leren jullie eigen naam te schrijven.  Lijkt jullie dat wat?'  Gretig zag ze alle hoofdjes gelijktijdig knikken.   'Nou, aan de slag dan maar.'   Zoë vond dit zó leuk, dat de bel die om twaalf uur door de school heen rinkelde zó onverwacht kwam, dat ze ervan schrok.   'Kinderen, het is nu nog prachtig weer,' sprak de non.   'Jullie mogen je boterhammetje mee naar buiten nemen op de speelplaats.  Als de herfst zich over een poosje aandient, dan kunnen we nog lang genoeg binnen eten.  Dus ga maar gauw lekker naar buiten.' 

Lisa troonde Zoë aan haar arm mee naar buiten en plantte zich op een stenen muurtje, waar ze aan haar eten begon.  Zoë keek eerst even om zich heen of ze Bo ook op de speelplaats zag en rende naar haar toe om haar even gedag te zeggen, waarna ze gezellig samen met Lisa haar brood opat.  De dag was voorbij voordat Zoë aan thuis kon denken.  Ze praatte honderduit tegen haar ouders, om te vertellen wat ze allemaal had meegemaakt die dag.  Ron en Gemma wierpen elkaar een blik van verstandhouding toe.  Ze waren blij dat hun dochter het op déze school wel naar haar zin had.  Ze hoopten dat ze 's nachts nu ook wat meer rust zou gaan vinden.

 

HOOFDSTUK 4.

April 1967.

'Zoë Lankhorst!!  Ga jij maar eens een poosje op de gang staan!  Als je praten belangrijker vindt dan luisteren, ga daar dan op de gang maar eens een poosje over nadenken!'  snauwde juffrouw van Es.   Zoë zat inmiddels alweer bijna een heel seizoen in de derde klas, met juffrouw van Es als onderwijzeres.  Hoe het kwam wist Zoë zelf niet, maar ze had een grondige hekel aan Zoë gehad, vanaf het moment dat ze elkaar ontmoet hadden.  Het hele schooljaar was ze door haar genegeerd.  Als de juf vragen stelde en Zoë haar vinger opstak omdat ze het antwoord wist, dan werd dat altijd genegeerd en liet ze altijd een ander antwoorden.  Ze was er langzamerhand aan gewend geraakt, maar ze werd er nog steeds verdrietig van.  Naar gelang het schooljaar vorderde, werd ze steeds stiller en haar vinger opsteken deed ze al helemaal niet meer.

Net als wat er nu weer gebeurde.  De jongen naast haar, probeerde haar constant af te leiden door tegen haar aan te duwen en tegen haar te praten.  Ze had er niet één keer op gereageerd, bang dat zij weer degene zou zijn die daarvoor gestraft zou worden.  En ja hoor, het was weer zover.  Net op het moment dat ze hem een elleboogje gaf ten teken dat hij op moest houden, werd dat door de juf gezien.  Ze kon precies in het speelkwartier op de gang gaan staan om haar zonden te overdenken, terwijl degene die het veroorzaakt had vrolijk naar buiten kon.  Maar ze dacht niet aan hetgeen er net gebeurd was.  Ze vroeg zich nog steeds af waarom de juf zo'n hekel aan haar had.  Ze was toch niet echt een vervelende juf.  Ze lachte zelfs veel, maar niet tegen Zoë.

Zo stond ze een poosje te mijmeren en terwijl de schoolbel weer klonk om het einde van het speelkwartier aan te kondigen, de kinderen weer binnenstroomden en de juf Zoë weer naar binnen duwde, zonder een woord te zeggen, hoopte ze dat het schooljaar gauw voorbij zou zijn, zodat ze een andere juf zou krijgen.

Toen ze aan het eind van de dag met Bo de schoolbus instapte, viel het haar oudere zusje op dat Zoë zo stuurs voor zich uitkeek.  'Zoë?  Is er iets?  Je kijkt zo verdrietig...' probeerde Bo haar uit haar tent te lokken.  Maar Zoë reageerde alleen met een kort schouderophalen, waarop Bo het maar opgaf.  Zoë was wel vaker in zichzelf gekeerd, maar meestal ging dat vanzelf wel weer over.  Maar zelfs toen ze later over de kade naar huis liepen, bleef Zoë's hoofd gebogen en voor het eerst sinds lange tijd huppelde ze niet vrolijk naar huis.  Gemma zag op afstand het sombere gezichtje al aankomen.  Normaal kwamen ze samen binnen om hun tas neer te gooien en even iets te drinken, voordat ze weer naar buiten zouden gaan.  Deze keer zag ze Zoë regelrecht op haar geliefde schommel aflopen.  Gemma bleef haar met haar ogen volgen en wachtte en hoopte dat ze zoals gewoonlijk zou gaan zingen.  Maar deze keer bleef ze verdrietig voor zich uitkijken.

Gemma voelde haar maag samentrekken bij zoveel verdriet in die normaal zo stralende ogen.  Ze is ook zo overgevoelig, dacht Gemma.  Precies zoals ik...  M'n kleine meisje zal het nog moeilijk krijgen in haar leven...  Maar bij deze gedachte schudde Gemma bijna onopgemerkt haar hoofd, om die sombere gedachten van zich af te schudden.  Een eigenschap die ze in de loop van haar leven had aangeleerd, om het niet te moeilijk te hebben.

Later toen het eten klaar was en iedereen aan tafel zat behalve Zoë, stond Gemma weer op en liep eerst weer terug naar de keuken om haar daar nog even gade te slaan van achter het raam.  Ze moest toch écht iets komen eten, want als ze naar het tengere postuur van haar dochter keek, sprongen ongewild de tranen in haar ogen.  Ze probeerde alles om haar toch maar iets te laten groeien.  Soms had ze drie soorten groenten op tafel, maar het enige dat Zoë at was een klein beet aardappelen met appelmoes er doorheen geprakt. 

De dokter dacht ook steeds dat ze leed aan bloedarmoede, maar na al drie keer bloedprikken kon dat niet worden vastgesteld.  De bleke kleur die ze had, was waarschijnlijk het gevolg van een dikke huid, zo stelde hij haar altijd met rust.  'Maar dokter, haar beentjes zijn zo dun.  Als ze komt te vallen zijn ze allebei gebroken,'  jammerde Gemma dan, waarop de dokter dan zijn hoofd achterover gooide en onbedaarlijk begon te lachen.  'Lieve mevrouwtje, het kind mankeert niets.  Als ze honger heeft gaat ze écht wel eten.  Dat is tenminste bij de meeste kinderen zo.  En voor je het weet is het een grote meid.'  Gemma liet zich dan weer overhalen tot een beschaamde glimlach en hoopte dat hij gelijk had.

Ze schrok op uit haar overpeinzingen, toen ze zich er plotseling van bewust werd dat de schommel leeg heen en weer ging.  Zachtjes hoorde ze de achterdeur opengaan en zag ze Zoë bedremmeld in de keuken staan.  'Wat is er toch allemaal aan de hand lieverd?  Zo'n groot verdriet past toch niet bij zo'n mooi, klein meisje?'  Zoë haalde zuchtend haar schouders op en voelde eindelijk de verlossende tranen komen.  'Mam, z-ze heeft a-al die tijd a-al een he-ekel aan me...  Ik we-et ook niet wa-aa-arom en nnou moest i-ik het he-le speelkw-kwartier op de gang...'   'Rustig nou maar lieverd'  en terwijl Gemma een koud washandje over haar gezicht haalde om haar wat te kalmeren, probeerde ze er achter te komen waarvoor Zoë die straf verdiend had.   'Wat had je dan gedaan dat je niet naar buiten mocht?'  'Niks mam, Pimmetje die altijd naast me zit, zit altijd te klieren en tegen me te kletsen en toen gaf ik hem een elleboogje dat hij op moest houden en dat zag zou nét de juf...'   Gemma keek haar dochter streng aan en vroeg:  'Zoë, kijk me aan!  Weet je het zéker dat het zo is gegaan?'  'Ja mam, heel zeker.  Ik wil toch in het speelkwartier ook naar buiten?'  Gemma knikte.   Ze wist gevoelsmatig dat haar kleine meid de waarheid sprak.

In gedachten verzonken streelde ze het hoofdje van haar dochtertje.  Ze zou met een ouderavond deze juf er weleens op aanspreken.  Nu was het enige waar ze voor wilde zorgen, dat Zoë weer vrolijk aan tafel zou zitten.  'Kom, we gaan lekker eten en daarna mag je als troost nog een poosje buiten spelen en daarna nog even t.v. kijken, oké?  Morgen is het toch zaterdag, dus mag je vanavond wat langer opblijven.'  Zoë's betraande ogen begonnen alweer wat op te lichten en Gemma wist dat ze bijna haar doel had bereikt.

 

Toen Zoë die zaterdagochtend haar ogen uitwreef en zag dat de zon pal op het raam stond, brak er een glimlach door op haar nog slaperige gezichtje.  Vrij!  Ik heb lekker vríj!!  Ze stoof haar bed uit en roffelde de trap af de eetkamer in, waar Gemma, Ron en Bo al uitgebreid zaten te eten.  'Zo, schone slaapster.  Het ontbijt staat al voor u klaar mevrouw!'  waarbij Ron opstond en een korte buiging maakte.  Zoë schaterde het uit en kroop op een stoel om gauw even een boterham te eten, zodat ze snel naar buiten kon.  'Nee juffie, jij gaat rustig twee boterhammetjes eten.  Daarna wassen en dan mag je de hele dag naar buiten.  De dag duurt nog lang genoeg.'  'Als je wilt, kan ik ook een paar boterhammen in een trommeltje doen voor tussen de middag.  Of wil je met dit mooie weer geen tent bouwen?'  Zoë's ogen begonnen te glinsteren.  'Mag ik dan in de tent eten?'  Toen Gemma glimlachend knikte, kon ze van opwinding niet meer stil blijven zitten.  'Wel eerst goed ontbijten, anders gebeurd er helemaal niets.  Dan ben je straks veel te slap om een tent te bouwen.'

Toen ze een half uurtje later kant en klaar stond om naar buiten te gaan, beloofde ze na het verzamelen van oude lakens voor de tent, zelf even naar de buurvrouw te lopen, om te vragen of Petra tussen de middag ook in de tent mocht blijven eten.  Even later waren ze samen alles aan het verzamelen en liepen ze wel vijf keer heen en weer om alle spullen naar de uitgezochte plek te brengen.  Omdat ze deze keer de hele dag om en nabij de tent mochten blijven, hadden ze wel moeten beloven dat ze dichtbij huis zouden blijven, zodat Gemma en de moeder van Petra een oogje in het zeil konden houden. Mona en Rikkie, het jongere broertje van Petra, zaten op veilige afstand in de zandbak te spelen en ze hadden hen op het hart gedrukt dat ze volstrekt niet in de tent mochten komen.  Bang dat ze na al het werk de boel zouden slopen. 

Verdiept in hun bezigheden, schrokken ze plotseling op door een ijzige gil. Ze zagen Mona een emmertje zand over het hoofd van Rikkie leeggooien, waarop tante Riet naar buiten kwam rennen en in twee tellen de situatie overzag.  Ze pakte Mona bij de hand en bracht haar linea recta naar huis.  Rikkie moest meteen gewassen worden, want het zand zat in zijn mond, ogen en neus, maar daarna was de rust weer snel teruggekeerd.

'Hé meiden!  Die tent moet je toch héél anders vastmaken!  Een zuchtje wind en hij ligt om...'   Petra en Zoë keken tegelijkertijd op en zagen de oudste broer van Petra met een fiets naast zich, naar het bouwwerk staan kijken.  Zoë haalde haar schouders op.  'Hij staat toch nog.  Dat zien we dan wel weer.'  'Dan moeten jullie het zelf maar weten.'   'Hé Bram, wat ga je doen?'  'Mama wil dat ik het hekje dicht ga doen.  Daarna fiets ik nog even door naar opa.'   Een kleine kilometer verderop langs het water, te bereiken via een smal pad met twee stoeptegels naast elkaar aangelegd, stond het huisje van de opa van Petra, die vroeger elke dag met de brommer het pad af moest rijden om thuis te komen.  Riet Vromen wilde het hekje dat dienst deed als scheiding van hun grondgebied, altijd graag dicht hebben, anders kon het met zware wind stukslaan.

Zoë begreep niet waarom dat dan nodig was op zo'n prachtige dag, maar zei er verder niets over.  Bram zal wel even graag naar z'n opa willen, dacht ze en verdiepte zich weer in het afwassen, waarvan ze niet begreep dat ze de kopjes niet goed schoon kreeg.  Er zat toch genoeg sop in het water, maar ze stond niet stil bij het feit dat met koud water afwassen niet zo'n succes was.  Doordat ze zich al die tijd volledig op haar werk had gestort, schrok ze na een poosje op door de scherpe stem van tante Riet.  'Petra, wil jij samen met Zoë even gaan kijken waar Bram blijft?  Hij is al zo lang weg, ik snap niet waar hij blijft.'  Zoë keek op en zag het bezorgde gezicht van tante Riet, dus waagden ze het geen van tweeën om te protesteren.  Verveeld liepen ze samen het pad af, maar zagen in de verte niets bewegen.  Het pad liep recht naar het huis van Petra's opa, zodat ze hem in de verte hadden moeten zien.  'Nou,'  zei Petra.  'Dán zal hij nog wel bij opa zitten.'   'Laten we nou maar even doorlopen tot we bij je opa zijn.  Dan is je moeder tenminste gerustgesteld,' opperde Zoë wijs.

Petra knikte weifelend, in gedachten alweer terug in hun zelfgemaakte tent.  'Oké, maar als we hem zien, gaan we gelíjk weer terug!'  mopperde ze.  Maar toen ze tien minuten later bij opa aankwamen, was het daar zo stil dat ze zelfs naar opa moesten zoeken.   'Opááá,'  riepen ze samen door het huis, maar er kwam geen antwoord.  Petra trok haar schouders op.  'Hij zal wel in het land lopen met Rakker.'  Opa Vromen ging graag even een frisse neus halen en liep het liefst in het land tussen de vijf koeien die hij had aangeschaft nadat hij met pensioen was gegaan.   'Opááá!'  riep Petra nogmaals, terwijl ze met haar handen een toeter om haar mond maakte.

Heel in de verte zagen ze iets bewegen en toen hij wat dichterbij kwam, zagen ze dat hij twee armen in de lucht stak, om aan te geven dat hij ze gehoord had.  Rakker was natuurlijk veel sneller dan opa en kwam een minuutje later enthousiast aangerend.  De staart van de zwarte bastaard, zwiepte in de rondte van blijdschap.  Hijgend voegde opa zich minuten later bij hen.  'Ik heb niet meer zulke jonge benen als jullie meiden... Maar waar is de brand?'  Verbaasd keken de meisjes elkaar aan.  'Er is geen brand opa,'  zei Petra.  'Heeft u Bram niet gezien?  Hij zou het hekje dicht gaan doen, maar hij bleef zolang weg dat mama ons vroeg of we wilden gaan kijken.  We dachten dat hij wel bij u zou zitten.'  Petra zag dat opa zijn wenkbrauwen bezorgd fronste.  'Nee meisjes, ik heb hem vandaag nog niet gezien.  Laten we dan met z'n drieën maar gauw teruglopen.  Misschien kreeg hij een lekke band en is hij gaan lopen...'   'Maar opa, dan hadden we hem toch tegen moeten komen?'  veronderstelde Petra.

Kees Vromen probeerde zijn bezorgdheid te verbergen en liep zo snel als zijn oude benen hem konden dragen, het pad af richting het huis van zijn zoon.  Plotseling zagen de meisjes opa op zijn knieën vallen en hoorden hem bijna huilend jammeren.  'Petra, ren als de blíksem naar het huis van tante Gemma en vraag of zij onmiddellijk de dokter belt!!'  Ron en Gemma waren de enigen in de omgeving die in het bezit waren van een telefoon, omdat Ron een eigen zaak had.  Er waren dan ook gegadigden genoeg die in noodgevallen gebruik wilden maken van deze luxe.  'Maar opa, waar heb je dan een dokter voor nodig?  Voelt u zich niet goed dan?'  Petra had nog niet zoals haar opa het fietswiel gezien, dat gedeeltelijk boven het water uitstak.  'Gá!!'  brulde opa.

Petra rende alsof ze door de duivel op haar hielen werd gezeten richting tante Gemma, terwijl Zoë als aan de grond genageld bleef staan.  Ze zag opa uit alle macht trekken aan het wiel dat boven het water uitstak en binnen een fractie van een seconde lag de hele fiets op de kant.  Met zijn buik inmiddels plat op de grond, maaide hij met zijn armen door het water.   Als Bram gevallen was, dan moest hij hem zo kunnen voelen, want het water was vrij ondiep.  Met een onmenselijke brul legde hij, na wat een eeuwigheid leek te duren,  het levenloze lichaam van Bram op de kant...

Zoë's keel was in die tussentijd zóver dichtgesnoerd en haar kleine lichaampje was zó versteend van afschuw, dat er geluid noch beweging in zat.  De aanblik was voor haar zo aangrijpend, dat ze het liefst hard wilde wegrennen, maar er kwam geen enkele beweging in haar verlamde benen.  In een waas voelde ze plotseling dat haar benen van de grond kwamen.  'Breng haar weg...  Zo snel mogelijk!  Ze heeft al teveel gezien...'   Er was plotseling vreselijk veel actie aan de waterkant.  Bram z'n trui werd uitgerukt.  Iemand probeerde mond op mond beademing.  Een ander legde hem weer op z'n zij.

Gemma droeg verdoofd haar dochtertje naar bed en legde een koud compres op haar voorhoofd.  Huilend van angst zat ze naast het bed van Zoë, wachtend tot de dokter ook even bij háár langs zou komen, wat naar haar gevoel veel te lang duurde.  Eindelijk hoorde ze het gekraak van de traptreden en vloog ze naar de slaapkamerdeur, waarna ze de dokter bijna naar binnen sleurde.  Het ernstige gezicht van de arts boog zich over het, zoals leek, slapende gezicht van Zoë.  'Ze heeft een shock Gemma.  Ik geef haar een slaapmiddel, zodat ze in ieder geval de nacht zal doorslapen.  Rust is nu het eerste dat ze nodig heeft.  Morgenvroeg kom ik terug om te kijken hoe het met haar gaat.

Terwijl de dokter Zoë op haar buik draaide om haar een zetpil te geven, begon ze hartverscheurend te kreunen.  Gemma sloeg ontzet haar hand voor haar mond en keek angstig naar de dokter.  'Zeg het maar Zoë.  Wat wil je zeggen lieverd?'  Zoë sperde even haar ogen wijd open en keek de dokter niets ziend aan.  Hij schudde zonder iets te zeggen zijn hoofd en keek Gemma bezorgd aan.  'Ik wacht even tot het medicijn z'n werk doet, dan praten we beneden verder,' fluisterde hij.  'Zet jij maar alvast een sterke bak koffie.  Dat hebben we wel even nodig en doe er een flinke scheut cognac bij.  Oók voor jou!'  

Gemma liep als een robot de trap af en deed wat haar gevraagd was.  Alles wat ze deed, leek of het door een ander werd gedaan.  Of ze op afstand stond toe te kijken.  Een kwartiertje later stond de dokter naast haar en legde vriendelijk zijn arm om haar schouder.  Zo goed kenden ze elkaar nog niet, maar hij voelde wel aan dat deze vrouw op dit moment steun nodig had.  Van wíe dan ook.  Op dat moment brak Gemma en huilde flink uit tegen zijn schouder.  'Kom,' zei hij, na haar een poosje te hebben laten huilen.  'Nu ga je eerst zelf eens zitten en drink braaf jóuw medicijn.  Dan zal je zien dat je je straks weer wat beter voelt.'  Hij duwde haar met lichte drang in een makkelijke stoel en gaf haar de koffie aan die ze zelf net had ingeschonken.  Daarna pakte hij zijn eigen mok.

'Je hebt er toch wel cognac in gedaan hè?'  Gemma knikte en nipte met haar ogen dicht van het sterke vocht.  Ze voelde het als een blok op haar maag vallen, maar na een paar minuten begon het toch zijn werk te doen.  Langzaam begon ze zich te ontspannen.  De dokter keek tevreden toe en knikte in gedachten, terwijl ook hij begon bij te komen van alle commotie van de afgelopen middag.  Hij schrok danook op toen hij ineens Gemma's stem hoorde vragen:  'Hoe heeft dit kunnen gebeuren dokter?'  Dokter Gommès haalde zijn schouders op en leek in het niets te staren.  'Waarschijnlijk is hij met zijn voorwiel tussen twee tegels terecht gekomen en is daardoor komen te vallen.  Er had niets aan de hand geweest, als die fiets niet bovenop hem terecht gekomen was.  Daardoor is hij buiten westen geraakt.'  

'Is hij...?'  vroeg Gemma met ingehouden adem.  'Ja...  Hij wordt op dit moment naar het mortuarium gebracht in het ziekenhuis.  Er zat waarschijnlijk al zoveel water in zijn longen en hij was al zo blauw, dat reanimatie niet meer mocht baten...' 

Er ontsnapte een droge snik vanuit Gemma's keel.  'En Zoë?  Komt zij er weer overheen?'  'Met veel afleiding, liefde en begrip, zal ze mettertijd weer volledig herstellen.  Maar...  met heel veel geduld.  Laten we hopen dat ze weer niet vervalt in nachtmerries, doordat ze beelden weg gaat drukken om ze niet te hoeven ervaren, wat een aannemelijk gevolg kan zijn.'   'En als ze de beelden wél weer ervaart?  Wat dan?'   'Dan is de taak aan jou Gemma, om haar op die momenten gerust te stellen, waardoor ze langzaam naar de achtergrond raken.'  Gemma wist dat het een moeilijke tijd zou worden voor Zoë, maar bij de gedachte aan Bram, dankte ze God op haar blote knieën dat Zoë nu veilig, dicht bij haar in haar bed lag.

Toen dokter Gommés de volgende morgen om tien uur bij het bed van Zoë stond, opende ze verward haar ogen en keek zo verbaasd, dat ze schijnbaar even niet meer wist wat er de dag daarvoor was gebeurd.  'Goedemorgen kleine meid!  Lekker geslapen?' vroeg de dokter vrolijk.  Van verbazing zag hij het kleine gezichtje letterlijk veranderen in afschuw.  Tranen welden op in haar ogen.  Ron en Gemma die achter hem aangelopen waren naar boven, zagen het tot hun wanhoop gebeuren.  'Het is goed schat, we zijn bij je.  Huil maar zolang als je wilt en daarna gaan we inplaats van naar de kerk en naar oma, vandaag met z'n allen naar de dierentuin.  Als jíj je daarvoor tenminste goed genoeg voelt.'  Zoë zag in een flits het blauwe gezicht van Bram weer voor zich opdoemen en raakte in paniek.  'Maar mam,' vroeg ze terwijl ze haar moeder smekend aankeek.  'Doet het niet zeer bij Bram?'  Ron en Gemma keken tegelijkertijd naar dokter Gommés, maar realiseerden zich dat zij zelf dit moesten begeleiden.  Immers de dokter zou hier niet blijven om hun handje vast te houden.

Gemma ging op de rand van het bed zitten en sloeg een arm om Zoë heen.  'Luister lieverd, Bram voelt niets.  Hij heeft geen pijn.  Hij is nu bij de engelen in de hemel, die hem goed zullen verzorgen.  Als je nog aan Bram wilt denken, moet je hem voor je halen zoals hij altijd praatte, lachte en gek deed en dan zal je over een poosje niet meer bang of verdrietig zijn.'  Zoë keek nog een poosje bedenkelijk en keek haar moeder toen met een diepe zucht aan.  'Oké, ik zal het proberen.  Maar dan gaan we nu naar de dierentuin, want dat deed Bram ook altijd graag.'   Dokter Gommés knikte tevreden en verliet daarop zachtjes het huis.  Hij wist dat het tijd zou kosten, maar dat de kleine meid er mettertijd wel overheen zou groeien.

Een uurtje later zaten ze met z'n allen in de auto op weg naar de dierentuin.  Zoë was altijd gek op dieren en had zodoende afleiding.  Toch nog te vaak naar Ron en Gemma's idee, zagen ze tranen in haar ogen springen en probeerden ze haar op die momenten af te leiden.  Toen het tegen het eind van de middag liep, zagen ze dat ze  te moe was om nog te lopen en nam Ron haar op z'n nek.  Gezamenlijk liepen ze naar het restaurant dat bij de dierentuin hoorde en Ron bestelde voor iedereen een pannenkoek en een glas limonade.

Ze waren intussen allemaal vrij stil geworden door alle gebeurtenissen en de hele dag in de buitenlucht, zodat ze na het eten meteen huiswaarts gingen.  'Ik breng Zoë gelijk naar boven en slaap zelf in Mona's bed,' opperde Gemma.  'Dan ben ik bij haar als ze nachtmerries mocht krijgen.  Neem jij Mona dan bij jou in bed?'  'Dat is wel een goed idee ja, maar blijf je meteen boven dan?'  'Ik was het wel van plan ja...  Ik ben zelf eigenlijk ook wel uitgeteld.  Wil jij haar naar boven dragen?  Het kind kan niet meer op haar benen staan.'   Voor haar acht jaar was Zoë eigenlijk nog een mug, dus het kostte Ron weinig moeite om haar de trap op te dragen.  Op het moment dat hij haar optilde, viel ze al in slaap.  Hij legde haar voorzichtig op bed om haar niet wakker te maken en Gemma liep nog even naar beneden om een teiltje water te halen.  Je wist het maar nooit.  

Mona werd nog even gauw gewassen en bij Ron in bed gelegd, die ook meteen onder zeil was.  Bo besloot nog even met haar vader t.v. te kijken, maar na een uurtje wilden ook zij graag naar bed.  Gemma had intussen ook de deken over haar heengetrokken en lag nog lang op Zoë te letten en te piekeren over de gebeurtenissen van de vorige dag.  Maar op het moment dat ze net weg begon te zakken in de vergetelheid van de slaap, zat ze alweer rechtop in het iets te krappe bed van Mona.  Verdwaasd keek ze om zich heen, door de nu in schemer gehulde kamer.  Ze moest zich even oriënteren waar ze was en het geluid dat haar weer bij haar positieven had gebracht.  Maar heel snel was ze zich weer bewust van de situatie en hoorde Zoë zachtjes kreunen.  Ze wilde haar hand op haar hoofd leggen, maar voelde niets anders dan de deken.  

O jee, dacht Gemma.  Ze ligt toch weer niet helemaal aan het voeteneind hè!  Tegelijkertijd voelde Gemma met haar hand onder de deken en voelde de haren van Zoë, nat van het transpireren.  Ze trok haar behoedzaam omhoog en legde haar hoofd weer op het kussen, waarop ze nog harder begon te kreunen.  'Nee, nééééé,'  schreeuwde Zoë plotseling, waarop ze onbedaard met haar hoofd heen en weer begon te schudden.  'Ssssst, mama is bij je.  Stil maar.'  Gemma pakte het washandje uit het teiltje en veegde het verhitte gezichtje voorzichtig af, waarop Zoë haar ogen opende.  'Mam, ben jij dat?' zuchtte ze.  'Ja schat, ga maar weer slapen.  Ik blijf bij je.'  Gemma kon nog maar net de contouren van het gezichtje zien in de snel toenemende duisternis, maar ze zag haar hoofdje opzij vallen, gevolgd door een diepe zucht, wetende dat ze weer in slaap was gevallen.

Hetzelfde gebeurde nog vier keer die nacht, met als gevolg dat Gemma maar weinig had geslapen toen het langzaam lichter werd in de kamer.  Moeizaam trok ze zichzelf overeind en zette traag haar voeten op de grond.  Geradbraakt bleef ze nog even naar haar slapende dochter kijken en nam zich voor maar meteen te gaan douchen en het ontbijt klaar te maken.  Het was tenslotte alweer maandag en iedereen moest toch weer de deur uit.  Toen de rest al lang aan tafel zat en er nog geen levend teken van Zoë te bespeuren was, besloot Gemma toch maar even te gaan kijken waar ze bleef.  'Kom lieverd.  Je moet er wel uit hoor.  Je moet naar school.'  Ergens was Gemma blij dat het een gewone doordeweekse dag zou worden.  Zoë had dan de afleiding die ze hard nodig had en zelf kon ze dan ook even bijkomen.  Ze wist nu al dat ze straks eerst een paar uurtjes zou gaan slapen.

Zoë had haar ogen wel open, maar verder zat er maar weinig leven in.  'Kom nou, opschieten!'  Ze kwam maar heel langzaam overeind en bleef verdwaasd op de rand van haar bed zitten.  'Maar mam, ik ben zo vreselijk moe en mijn rug doet zo'n pijn.'   'Zoë, even geen flauwe kul nu.  Naar beneden en eten,' zei ze, terwijl ze het bed open gooide.  Gemma besefte meteen dat ze eigenlijk alleen maar snauwde omdat ze zo moe als een hond was.  Op het moment dat ze zich dat realiseerde en haar hoofd weer naar Zoë draaide, zag ze het kind door haar knieën zakken en met een bons op de vloer terecht komen.  Geschrokken trok ze haar meteen overeind en voelde meteen wat er aan de hand was.  Ze gloeide als een spijker.  Haar kind had flinke koorts.  'Ga jij maar weer gauw je bed in.  Ik ga naar beneden om de rest de deur uit te werken en dan kom ik zo weer bij je.'

'Zoë heeft koorts Bo.  Je moet vandaag alleen naar school.' zei ze, terwijl ze de eetkamer weer binnenliep.  Ron en Bo keken haar met opgetrokken wenkbrauwen aan, waarop Ron reageerde:  'Dat kon niet uitblijven.  Heeft ze hoge koorts?'  'Zo te voelen wel.  Ze gloeit als een spijker.  Ik zal zo direct de temperatuur even opnemen en dan bel ik meteen even de dokter.'  Toen Ron en de meiden de deur uit waren, holde Gemma met haar vermoeide lijf weer de trap op om Zoë te temperaturen.  Toen ze even later een blik op de thermometer wierp, raakte ze zo in paniek, dat ze weer met een rotgang de trap afging om zo snel mogelijk de dokter te bellen.  In haar haast wilde het niet lukken het telefoonnummer van de dokter te vinden, toen ze zich ineens realiseerde dat ze het zoals altijd onder de telefoon had liggen, zodat ze het in noodgevallen altijd bij de hand had.

'Gommés,' klonk de altijd sympathieke stem van de dokter.  'U moet gauw komen, mijn dochter heeft tweeënveertig graden koorts!'  'Ho ho, rustig mevrouwtje, met wie spreek ik eigenlijk?'  'Gemma,'  zei ze ongeduldig.  Gemma Lankhorst.  Zoë is heel erg ziek.  Ze heeft tweeënveertig graden koorts!'  'Gemma hallo, luister...  Dat kan helemaal niet.  Als ze zo'n hoge koorts zou hebben, dan had ze al dood geweest.  Het zal wel veertig twee zijn.  Maar neemt niet weg dat ik nú in de auto stap en jouw kant uit kom.  Ik ben toch ergens in de buurt.  Neem eerst zelf even een glaasje water om even te kalmeren.  Dep Zoë d'r gezicht met koude compressen om de koorts te drukken en in die tussentijd ben ik er.  Maak je geen zorgen, het komt vast wel weer goed.

Gemma zette de voordeur op een kier, zodat zij bij Zoë kon blijven en de dokter zelf naar boven kon komen.  Tien minuten later zat hij op de rand van het bed en haalde de stethoscoop uit zijn zwarte dokterstas.  Daarna zette hij de ijzeren mond op Zoë's kleine borst, die gejaagd op en neer ging.  Gemma volgde al zijn bewegingen en keek naar de uitdrukking op zijn gezicht.  Hoe hij geconcentreerd luisterde naar elke ademhaling van haar zo kwetsbaar uitziende kleine meid.  'Help haar even op haar buik draaien Gemma.  Ik wil ook even haar rug beluisteren.'  Na zes keer het mondstuk op haar rug verplaatst te hebben, stopte hij het instrument weer in zijn tas.  'Hoest ze veel?'  Gemma haalde haar schouders vermoeid op.  'Ik heb haar wel een paar keer horen hoesten, maar niet overdreven.'   'Ze heeft een fikse bronchitis te pakken.  Het hoesten zal wel erger gaan worden.  Geef haar voorlopig een paar dagen, drie maal daags een aspirine, dan schrijf ik nu een receptje uit voor een hoestsiroop, die je zo snel mogelijk bij de apotheek moet gaan halen.  Ik schrijf liever niet meteen een antibiotica voor.  Dat kan altijd nog als de koorts niet wil zakken.  Zorg er in elk geval voor dat ze geen kou of tocht voelt, door bijvoorbeeld een bovenlichtje dat openstaat.  Te warm is ook niet de bedoeling, want dan krijgt ze het te benauwd.'

Het tolde Gemma allemaal een beetje.  Ze moest door haar eigen vermoeidheid erg haar best doen om alle informatie in zich op te nemen.  Dokter Gommés keek haar medelijdend aan.  'Als je nou wijs bent, kruip jij lekker hier in bed,' wijzend naar het bed naast Zoë.  'Zoë geef je nu een aspirine, dan slaapt ze voorlopig wel.  Dan kan jij ook even bijkomen, anders ben je straks zelf ook ziek.'  'Het zou wel wijs zijn ja, maar eerst loop ik even naar de buurvrouw om te vragen of zij even naar de apotheek wil gaan.'  'Ik ga er zelf wel even langs.  Dan kan ik het één en ander uitleggen en kan jij nu meteen gaan liggen voordat je omvalt,' zei hij met een ondeugende grijns.  Gemma keek hem met een dankbare glimlach aan en liep met hem mee naar beneden om een aspirientje voor Zoë te halen.  Terwijl de dokter de deur uitging, liep Gemma weer naar boven en hielp Zoë overeind om haar aspirine in te nemen.  Toen ze haar hoofd weer liet zakken, viel ze meteen weer in een diepe slaap.  Gemma veegde nog een keer haar gezichtje af en trok daarna haar eigen rok en blouse uit en trok dankbaar de deken over zich heen.  Deze keer was er geen gepieker.  Haar ogen waren zo zwaar, dat ze meteen wegzakte in een diepe slaap.

Uren later opende ze redelijk verkwikt haar ogen en keek naar de nog steeds slapende Zoë.  Ze trok de deken nog een beetje omhoog, om te voorkomen dat ze het koud zou krijgen.  Toen ze de trap afliep en langs de klok in de gang kwam, schrok ze zich rot.  Is het al vier uur?  dacht ze verward.  Dan mag ik wel gauw even naar de groenteboer gaan, voordat Bo en Mona thuiskomen.  Gauw liep ze nog even naar haar andere buurvrouw, om te vragen of ze de kinderen even wilde opvangen, mocht ze niet op tijd terug zijn.  Daarna haastte ze zich snel op weg.  Het was maar vijf minuten op de fiets, maar het gaf haar tijd genoeg om op een idee te komen. Morgen zet ik dat oude bed beneden, anders ben ik over twee weken aan mijn eindje als ik al die tijd naar boven moet blijven rennen. 

Tevreden over het idee, kwam ze later wat opgewekter weer bij de buurvrouw aan, waar Bo en Mona al op haar zaten te wachten.  'Bedankt Betty, maar ik moet gauw gaan.  Zoë sliep voordat ik wegging, maar als ze wakker wordt en er is niemand zou ik erg vervelend vinden.  Kom meiden, we moeten gaan.'  Thuis aangekomen liep Gemma eerst even naar boven om naar Zoë te kijken, maar die lag nog steeds met een hoogrode kleur te slapen.  Zachtjes liep ze de trap weer af naar beneden en ging meteen aan de gang om het eten voor te bereiden, terwijl de meiden nog even naar buiten gingen.  

'Hoe is het met Zoë?' vroeg Ron bezorgd, toen hij om zes uur vermoeid binnenkwam.  'Ze heeft hoge koorts.  Dokter Gommés is geweest en heeft een fikse bronchitis geconstateerd.  Ze zal er zeker twee weken mee zoet zijn.'   'Hé Ron, zullen we straks samen dat oude bed naar beneden halen?  Dan kan ze hier liggen.  Het zou voor mij een stuk makkelijker zijn dan de hele dag trap op trap af.  Tegen de tijd dat zij beter is kan ík gaan liggen.'   'Daar zou je weleens gelijk in kunnen hebben, maar ik moet eerst eten en even bijkomen.  Ik heb het zelf eigenlijk óók wel gehad.' 

Om een uurtje of acht begonnen ze aan het zware karwei.  Dat ouwe ding stond in een ingebouwde kast op de overloop.  Denkend dat ze het toch nooit meer zouden gebruiken, hadden ze 'm helemaal naar achteren geduwd, waar in de loop van de jaren natuurlijk steeds meer troep voor was komen te staan.  Een half uur later stond de overloop vol met spullen wat ze eigenlijk nooit gebruikten en kroop Ron de donkere kast in om het bed naar voren te trekken.  'We laten de rest van de zooi staan tot het weekend en gaan eerst eens kijken wat er allemaal van weg kan.  Hier word je écht gek van.'   De zweetparels stonden intussen op zijn voorhoofd en het liefst had hij nu in zijn luie stoel gezeten.  Lekker een beetje t.v. kijken en af en toe even wegzakken.  Maar ja, ze had wel gelijk.  Ze hadden er natuurlijk niets aan als Zoë straks beter was en dat Gemma straks ziek op bed zou liggen.  Dus, pepte hij zichzelf maar weer even op om de ijzeren eenpersoons bedbodem met poten naar beneden te sjouwen.

'Ik zal het gewicht wel op me nemen Gem, maar jij moet sturen, want alleen lukt het nooit.'  Gemma had beneden de zijmuur leeggehaald, die voor een gedeelte werd afgeschermd door een klein muurtje, die een hoek vormde waar de kolenkachel zich bevond.  Zodoende zou Zoë toch nog wat rust hebben, als er overdag heen en weer werd gelopen.  Het matras, de lakens en dekens werden ook nog naar beneden gesjouwd en nadat het bed was opgemaakt, ging Gemma meteen door naar de keuken om een welverdiende bak koffie te zetten.  'Hè hè, het lijkt wel een complete volksverhuizing.  Volgens mij is er niks rotter dan verhuizen,' zei Ron, toen hij eindelijk met een zucht wegzakte in zijn luie stoel.  'Dat gaan we dan ook maar nooit overhoop halen,'  reageerde Gemma met klem.  Ze keken nog even t.v., maar Gemma ging toch al gauw weer naar boven, ondanks de uren die ze vanmiddag al geslapen had.  De afgelopen dagen begonnen nu toch z'n tol te eisen.  Ze zou nog een nachtje bij Zoë slapen en dan wilde ze toch wel terug naar haar eigen bed.  Morgenochtend zou ze haar beneden in bed installeren en kon zij hopelijk weer wat normale nachten gaan maken.

Zoë had de volgende ochtend nog maar net haar ogen open, toen ze voelde dat ze opgetild en naar beneden gedragen werd.  'Pap, wat ben je aan het doen?  Waar gaan we naar toe dan?  Ik wil weer naar bed...'  klaagde ze kreunend.  'Je gaat ook naar bed engeltje van me.  Mama en ik hebben gisteravond een bed beneden neergezet.  Dan ben je niet zo alleen de hele dag en hoeft mama niet de hele dag de trap op en af te rennen.'  Ron zag Zoë's ogen iets oplichten en er brak ineens een ondeugende grijns door op haar bleke gezichtje.  'O fijn!  Dan wordt ziek zijn toch nog leuk.'  Vertederd keek Ron zijn zieke dochter aan.  'Zorg jij maar dat je weer gauw beter wordt juffie, want voor ons is het écht niet leuk dat je ziek bent.  Maar je hebt wel een beetje gelijk.  Als je dan tóch ziek bent, moeten we er maar het beste van maken.' 

Toen ze even later in het benedenbed werd geïnstalleerd, vond ze het toch wel geweldig interessant.  'Mag ik nou hier blijven tot ik weer beter ben?'  'Dat is wel de bedoeling,' zei Gemma, die hen beneden stond op te wachten.  'En als je weer helemaal beter bent, dan ga je gewoon weer naar je eigen bed.'   'En blijf ik 's nachts dan ook hier?'   'Dat lijkt me wel verstandig.  Anders moeten we je nóg steeds heen en weer sjouwen,' antwoordde Ron  'en dan heb ík het straks in m'n rug.'   Tevreden nestelde Zoë zich in de twee kussens, die Gemma voor haar had neergelegd.  Door alle opwinding voelde ze zich zo uitgeput, dat ze meteen weer in slaap viel.  Nadat iedereen de deur uit was en Gemma de boel aan kant had, deed Zoë pas haar ogen weer open.  

'Ik ga je eerst even wassen moppie en een schone pyama aandoen.  Dan voel je je meteen weer wat beter.  Daarna gaan we eens proberen of je wat eten wilt en krijg je weer een aspirientje en je hoestsiroop,'  waarop Zoë meteen een onbedaarlijke hoestbui kreeg.  Haar gezichtje liep rood aan van de inspanning.  Gemma was gauw naar de keuken gelopen om de hoestsiroop maar meteen te halen.  Eerst liet ze haar een slokje water nemen en nadat ze weer wat op adem was gekomen, gaf ze haar een theelepeltje van het spul.  'Probeer er even mee te gorgelen Zoë, dat is beter.'  Toen ze het even later doorgeslikt had, hoorde Gemma haar smakken.  'Wat doe je?  Is het erg vies?'  'Nee juist niet.  Het is net of ik een dropje heb gegeten.  Mag ik nog een beetje?'  'Nee joh gekkie!   Het is een medicijn, geen snoepje.  Je mag maar drie keer per dag een theelepeltje hebben, tot je weer beter bent.

Gemma zag dat ze haar ogen al weer dicht had en luisterde naar haar piepende ademhaling.  Ze had zo'n intens medelijden met dat tere hoopje mens, dat nu gewoon buiten hoorde te ravotten.  Het is verdorie prachtig weer, dacht Gemma zuchtend.  Je kon de zomer al gewoon ruiken, terwijl het eigenlijk pas eind mei was.  In gedachten verzonken liep ze weer terug naar achteren, om de was die ze daarvoor al door de wringer gehaald had, buiten op te hangen.  Toen ze de achterdeur open deed, kwam de frisse lucht haar meteen tegemoet.  Gemma gooide haar hoofd in haar nek en snoof verheerlijkt de buitenlucht op.  Even sloot ze haar ogen om van dit moment te genieten en voelde het zwoele briesje langs haar wangen strijken.

Dit is toch zo heerlijk, dacht ze.  Op deze momenten kon ze soms zo genieten van het leven op het platteland.  De geur, de vogels die soms onophoudelijk konden zingen, het groene landschap dat zich kilometers uitstrekte.  Maar o, wat had ze toch nog vaak heimwee naar haar familie, die gewoon te ver weg woonden om regelmatig te bezoeken.  Nog dikwijls voelde ze een brok in haar keel opkomen, als ze terug dacht aan thuis.  Ze miste niet de stad waar ze altijd had gewoond, want hier was het veel mooier en vrediger.  Nee, hetgeen ze miste was toch grotendeels haar eigen moeder.  Soms had ze zo'n verschrikkelijke behoefte om even met haar te praten.  Even een kopje koffie drinken en voor heel even haar zorgen te kunnen delen.

Ron was ook altijd erg druk, nadat hij samen met zijn broer het timmerbedrijf van zijn vader had overgenomen, die nu toch al weer zo'n tien jaar dood was.  De werkplaats grensde aan het ouderlijk huis, waar nu alleen zijn moeder nog woonde.  Gemma had het van meet af aan nooit goed kunnen vinden met de familie Lankhorst.  Warmte, dát was hetgeen er in die familie ontbrak.  Ze had zich ook nooit geaccepteerd gevoeld.  Ze had gehoopt in Ron's familie de warmte te vinden die zij achtergelaten had in háár ouderlijk huis, toen ze 'ja' gezegd had tegen Ron en met hem mee was gegaan naar zijn geboorteplaats.  Ze herinnerde zich de eerste jaren hier maar al te goed.  Ze hunkerde naar een woord van begrip of alleen maar een beetje gezelligheid.  Maar de sfeer was hier kil en alles wat er uitkwam was alleen maar bottigheid.

Ineens koesterde ze een sprankje hoop, dat zo maar in haar opkwam.  Waarom eigenlijk niet?  dacht ze.  Dat heb ik toch wel voor eventjes verdiend.  Ze zou het komend weekend met Ron bespreken.  Niet 's avonds na zijn werk.  Dan was hij toch te moe en zou hij het sowieso tegenwerken.

'Gemma!!'  klonk het plotseling doordringend.  'Waar zit jij in vredesnaam met je gedachten?'  Gemma ontwaakte met een schok uit haar dagdromen en keek verdwaasd in de richting van het geluid, dat haar had doen opschrikken.  'O, sorry Riet...  Ik was inderdaad nogal in gedachten.  Had je al een keer geroepen dan?'  'Nou, eerlijk gezegd al twee keer.'   'Hoe gaat het met jullie meid?  Het is dat Zoë zo ziek is, anders had ik al lang even bij je aangewipt.'   'Slecht Gem.'  Gemma zag de tranen alweer over Riet's wangen lopen.  'Ik begrijp het.  Maar niks vragen lijkt ook zo ongeïnteresseerd en dat moet je niet denken.  Ik denk veel aan jullie.'   Terwijl Gemma sprak was ze naar Riet toegelopen, die aan de andere kant van het hek stond, dat hun tuinen scheidde.  Ze legde haar hand op haar arm en wreef deze bemoedigend.   'Als ik wat voor je kan doen moet je het zeggen hoor.'  'Lief van je Gem, maar je kunt niets doen.  Dit is iets wat nooit meer over gaat en de pijn zal nooit meer verdwijnen...  Maar misschien kun je wat voor Petra doen?   Dat kind heeft het ook zo slecht en ze mist nu óók nog eens Zoë.  Zou ze even bij haar mogen kijken?   Dan heeft ze wat afleiding.'   'Wat mij betreft wel, maar Zoë is erg ziek Riet.  Ze heeft hoge koorts.  Ben je niet bang dat Petra het ook krijgt?'  

Riet keek even bedenkelijk en haalde toen haar schouders op.  'Dat zou niet fijn zijn nee.  Maar ze zit nu ook maar te huilen en voor zich uit te staren.  Griep gaat vanzelf weer over, verdriet niet...  Daar heb je afleiding voor nodig.'   'Nou, als Petra dan bij Zoë zit, dan kun jij net zo goed meekomen om even bij te praten en een bakkie te doen.'   Ze zag het gezicht van haar buurvrouw, waar ze het gelukkig goed mee kon vinden, lichtjes opklaren.   'Oké, dat zou inderdaad voor ons allebei goed zijn.  Ik haal Petra even, dan ben ik zo bij je.' 

Gemma liep naar binnen om koffie te zetten en liep daarna meteen door naar Zoë, om te kijken of ze al wakker was.  Aan haar slaperige oogjes te zien, was dat nog niet lang het geval.  'Ben je net wakker mop?'  Zoë keek gedesoriënteerd om zich heen en herinnerde zich plotseling hoe het zat.  'Dus je hebt me niet gemist?  Ik was net de was aan het ophangen, toen tante Riet me riep.  Ze komt er zo aan met Petra.  Vind je dat leuk?  Ze komen even bij jou kijken.'   Beteuterd keek ze haar moeder aan.  'Wat is er Zoë?'  'Maar mam, wat moet ik zeggen als ze over Bram beginnen.'   'Ik denk niet dat ze daarover zullen praten.  Ze willen zelf graag een beetje afleiding.  Tante Riet zei zelf dat Petra jou graag wilde zien.'   Gemma zag een opleving in haar ogen, die door de koorts nog groter leken.  'Maar als je moe wordt moet je het zeggen hoor.  Je bent tenslotte ziek.'   Zoë knikte verrukt.  Ze vond het eigenlijk wel geweldig dat ze ziekenbezoek kreeg.  Ziek zijn was maar een eenzame bedoening.

'Hé Zoë!  Hoe is het met je?' klonk Petra's bekende stemmetje al vanaf de deur.   'Niet zo goed Peet.  Ik heb steeds pijn in mijn hoofd en ik ben verschrikkelijk moe en o, hoesten doe ik ook erg veel.  Ik wou maar dat ik weer beter was...  Dan konden we tenminste weer buiten spelen.  Zodra ik weer beter ben gaan we weer een tent bouwen oké?'  Petra knikte gretig, maar plotseling slaakte ze een gilletje.  'Kijk Zoë, ze zijn aan het zwemmen!'  Zoë schoot overeind.  Maar even haar ziekte vergetend, dook ze meteen weer in elkaar toen ze een pijnscheut door haar hoofd kreeg.  Gemma zag dit toevallig en liep meteen naar de keuken om een aspirine voor haar te halen en een kom soep die ze net had opgewarmd.   'Neem eerst maar even je medicijnen Zoë, dan krijg je zo even een kom soep en Petra wat te drinken en dan gaan jullie samen maar op het voeteneind zitten.  Dan kunnen jullie alles goed zien.'

Toen een half uurtje later de aspirine z'n werk deed, zaten ze met z'n tweeën gillend op het voeteneind, naar buiten te kijken.  De twee volwassenen keken elkaar af en toe met vertrokken gezichten aan door de herrie die ze maakten.  Ze zagen grotere kinderen telkens weer van de kant springen en door de grote plonsen die ze maakten, zagen ze af en toe de spetters tegen het raam vliegen.  Elke keer als dat gebeurde gaven ze allebei een gil.  'Kijk,'  jubelde Petra,  die lange Jan van de overkant aan zag komen met een rubber bootje.  Hij droeg het ding met gemak boven zijn hoofd en toen de meute kinderen hem ook in de gaten kreeg, konden ze de herrie die ze buiten maakten binnen met gemak horen.

De chaos was compleet, toen een paar minuten later alle kinderen tegelijkertijd probeerden in het bootje te komen.  Er waren er maar twee die de wedstrijd wonnen.  De rest dook meteen overboord door al het getrek en geduw.  Zoë en Petra genoten met volle teugen, alsof ze zelf deel uitmaakten van het gebeuren.  En eindelijk... éindelijk lachte Petra weer, sinds een week.  Dit had ze nou net even nodig.  Ondanks het constante gevoel van gemis en verdriet, besefte Riet dat ze zelf ook even alles losliet en even kon genieten van het moment.

'Bedankt,' zei Riet, Gemma's hand een uurtje later vastgrijpend, toen Gemma zag dat het bij Zoë z'n tol eiste.  'Bedankt voor de afleiding die je ons voor even hebt bezorgd.'   'Doe niet zo gek.  Ik vond het zelf ook erg gezellig.  Zoë en ik hadden ook wel even wat afleiding nodig, maar ik zie wel dat ze nu doodop is.'  'Ja dat had ik ook al in de gaten.  Ik hoop dat ze weer gauw beter is, des te eerder kunnen ze weer naar buiten.'  Gemma knikte instemmend en liep even met ze mee om ze uit te laten.  Toen ze een minuutje later terugkwam, was Zoë alweer in een diepe slaap verzonken en sliep door totdat ze iedereen voor het avondeten aan tafel zag zitten.

'Mam? Mag ik een beetje appelmoes?' klonk een klein, slaperig stemmetje, waarop iedereen zijn hoofd omdraaide richting voorkamer.  Verbaasd, deze vraag al helemaal niet verwachtend, brak er langzamerhand bij Ron en Gemma een glimlach door.  'De genezing is begonnen,' fluisterde Gemma zachtjes tegen Ron en haalde meteen een bordje waar ze een beetje appelmoes opschepte.  'Als je nog meer wilt vraag je het maar,' zei ze met een bemoedigende knipoog, terwijl ze het bordje op een keukenhanddoek voor Zoë neerzette.  Ze had nog twee kussens in haar rug geduwd, zodat ze redelijk rechtop kon zitten.  Even haalde ze haar hand over de warrige haardos en liep toen weer terug naar de tafel, zuchtend van opluchting.

 

'Hé Ron, zullen we binnenkort weer eens naar mijn familie gaan?'  vroeg Gemma zo terloops mogelijk.  Er volgde een ijzige stilte, waarop ze het gevoel had dat ze in elkaar wilde duiken voor het antwoord dat zou volgen.  Ze wist dat hij er een gruwelijke hekel aan had om weg te gaan van zijn eigen stekkie, want die paar dagen van het weekend waren hem heilig.  Plus het feit dat Ron totaal geen oriëntatievermogen had.  Je kon hem net zo goed naar Groningen sturen, dan kwam hij aan het andere eind van het land uit en andersom.  Maar Gemma had al besloten om het hem wat makkelijker te maken en voor te stellen met de trein te gaan.  Dan hoefde hij zich over de reis tenminste niet druk te maken. 

'Tja, eigenlijk zou dat wel weer eens moeten gebeuren.  Maarre Gem, zou je het erg vinden om met de trein te gaan?'  Gemma's hart maakte een vreugdesprongetje.  Ze kon het nog niet geloven.  Ze zouden écht gaan!  Blij lachend keek ze hem aan.  'Dat had ik al zitten bedenken.  Het zou voor jou wat relaxter zijn.'  'Nou, dat is dan afgesproken.  Maar laten we wachten tot volgend weekend, tot Zoë weer een beetje de oude is.  Ze vindt het altijd al zo vervelend als we weggaan en als ze zich dan ook nog eens niet goed voelt, dan ga ik toch niet prettig weg.'  Gemma knikte instemmend.  'Ik vind het prima zelfs en daarna hoeven de meiden nog maar twee weken naar school en hebben ze grote vakantie.  Dan hoeven we tenminste ook niet in díe tijd weg.'

Zoë had toch nog een week nodig om weer de oude te worden.  Ze sliep inmiddels alweer twee nachten boven, zodat Ron en Gemma nog de tijd hadden om alles weer op orde te brengen voordat ze weggingen.  Ze hadden tot het laatst gewacht om de meiden te vertellen dat ze een paar dagen weggingen.  Dan hoefden ze zich in elk geval geen dagen van tevoren er druk over te maken.  Gemma had verleden week al geregeld met Hellen, de oudere zus van Lisa, dat zij voor twee dagen zou komen oppassen.  Ze zouden zaterdagochtend vroeg vertrekken en zondagavond met de laatste trein weer naar huis gaan.  Ron zou gewoon met de auto naar het station rijden en die zou daar dan blijven staan.

Hellen arriveerde al op vrijdagavond, zodat ze zaterdag's niet in alle vroegte bij hen aan zou komen.  De meiden mochten haar graag, dus het beloofde best een gezellig weekend te worden.  Alleen bij vertrek de volgende ochtend, zag Gemma Zoë's lipje even trillen.  Ze gingen daarom ook maar zo snel mogelijk de deur uit, zodat het niet zou uitmonden in een drama.  Want dan zou Gemma, ondanks dat ze er graag even tussenuit wilde, zich toch wel schuldig gaan voelen.

Het was inderdaad beter zo.  Zodra ze de deur uit waren, begonnen ze alle drie door elkaar tegen Hellen te kletsen.  Hellen stak haar handen in de lucht en riep lachend:  'Help, niet allemaal tegelijk,' waarop ze alle drie begonnen te schateren.  De twee dagen vlogen voorbij.  Hellen wist ze altijd goed te amuseren.  Ze organiseerde allerlei spelletjes, van het helpen met taarten bakken, waarbij het meel tot in de kamer terug te vinden was, tot puzzeltochten aan toe.  Met als beloning voor ieder een prijs.

Toen Gemma en Ron zondag's laat in de avond thuiskwamen, lagen ze al uren te slapen.  Voldaan van twee vermoeiende dagen.  'Hoe is het gegaan?' vroeg Gemma, na Hellen op beide wangen te hebben gekust.  'U zal hier en daar nog wel wat meel vinden, maar er is nog wat over van de taart,'  waarop Gemma haar onthutst aankeek, maar daarna vrij snel in lachen uitbarstte.  'Wat hebben jullie in vredesnaam allemaal overhoop gehaald?'  lachte ze nog steeds onbekommerd.  'Ach, het maakt me ook niks uit.  Als jullie het maar naar je zin hebben gehad.'  'Nou,' zei Hellen instemmend,  'het was bére gezellig!' 

Ron had inmiddels de auto in de garage gezet en liep het luide gelach tegemoet.  'Wat hebben jullie zo laat nog een lol?' vroeg hij glimlachend.  Plotseling legde hij geschrokken zijn vinger voor zijn mond.  'Ssst... anders worden de meiden wakker.'   'Maak je daar maar geen zorgen over.  Die zijn echt total los,' zei Hellen blozend.  'We hebben vandaag een speurtocht gehouden van hier tot halverwege de bomenlaan.  Ik heb zaterdag toen ze op bed lagen, voor ieder een cadeautje verstopt en daar zijn ze gisteren uren mee bezig geweest om die te vinden.  Tussendoor hebben we nog pannenkoeken gebakken en zijn we nog gaan picknicken.'  

'Maar meid,'  zei Gemma ineens bezorgd.  'Ben jíj dan onderhand niet doodop?'  'Mmm...'  reageerde Hellen bescheiden.  'Ik begin zo langzamerhand wél naar mijn bed te verlangen ja.'   'Nou, dan blijf je vannacht anders nog maar hier slapen.  Ik vind het ook zo wat om je nú nog naar huis te laten gaan.  Je bed staat er immers nog.'  Ze hadden het bed dat gebruikt was toen Zoë ziek was op de overloop neergezet, zodat Hellen daar kon slapen.  Dus eigenlijk kon ze er zo weer in duiken.  Het klonk wel erg aanlokkelijk vond ze.  Ze had inderdaad weinig zin om nu nog naar huis te gaan.  Ze zou morgenochtend gewoon bijtijds opstaan.  Dan kon ze vroeg genoeg de deur uit.  Een kwartiertje later was alles donker en stil in huize Lankhorst.

Toen Zoë de volgende ochtend haar ogen opende en heel in de verte de stemmen van haar ouders hoorde, sprong ze haar bed uit en scheurde de trap af.  Ze viel bijna hijgend de eetkamer binnen.  'Mam weet je wat we allemaal gedaan hebben?'  Jaja, ga eerst maar gauw zitten om te eten, dan kun je in de tussentijd vertellen.  Je moet vandaag wel weer naar school Zoë, dus je moet wel opschieten,' berispte Gemma haar.  'Ja maar mam...'  'Nou even geen gemaar Zoë.  Als je vanmiddag uit school komt, heb je alle tijd om alles in geuren en kleuren te vertellen.  Jullie hebben het dus wel naar je zin gehad?'  Ze zag drie snuitjes geestdriftig met hun hoofd knikken.  'Daar ben ik blij om.  Maar vanmiddag, oké?  Dan praten we gezellig verder,' waarop ze nog even samenzweerderig naar Ron keek...

'Wij hebben ook nog een verrassing voor jullie!'  Ze keken alle drie weer op.  'Wat dan??' vroegen ze in koor.  'Neeee,'  zei Gemma geheimzinnig.  Vanmiddag...'   Gemma's oren tuutten van de herrie zo 's morgens vroeg.  Even bijkomen, dacht ze.  Zo vroeg lagen we niet op bed.  En inderdaad toen iedereen de deur uit was, kroop ze lekker nog even in bed.  Hellen was tegelijkertijd met de meiden de deur uitgegaan, dus ze had de deur op slot gedraaid en besloot nog even een uurtje te gaan slapen.

Maar toen ze eenmaal lag, wilde de slaap eigenlijk helemaal niet komen.  Alle gedachten van de afgelopen twee dagen tolden door haar hoofd.  Er kwam een tevreden glimlach rond haar mond.  Ze had het heerlijk gehad.  Haar familie was altijd zo hartelijk.  Alsof ze in een warm bad terechtgekomen was.  Er was eens de keus geweest wie in het ouderlijk huis zou blijven wonen, met als gevolg dat daar dan ook haar moeder bij zou zijn.  Mam was al jaren niet goed meer ter been en kon niet meer alleen wonen.  Haar jongste zus had die taak op zich genomen toen ze trouwde en inmiddels hadden ook zij drie kinderen rondlopen, waarvan twee meiden en een jongen.

Eigenlijk was er dus weinig ruimte meer over voor twee logées, maar er viel bij hen altijd wel een mouw aan te passen.  De twee meiden hadden ze op een luchtbed in de woonkamer geïnstalleerd en dat helemaal geweldig gevonden, zodat Gemma en Ron in hun bedden konden slapen.  Oké, het was wel ietwat krap, maar dat had Gemma er graag voor over.  En Ron had ze gelukkig ook niet horen klagen, hoewel zijn voeten over het voeteneind heen staken.

Maar toen ze aangekomen waren, was er een verrassing geweest.  Iets wat Gemma en Ron niet van te voren wisten.  Er kwam een vrolijk, kwispelend, klein bruin hondje met een lange staart en lange oren op hen af om hen te begroeten.  Ze waren allebei meteen verkocht.  'O Ron, zo één moeten wij ook nemen voor de meiden,' had Gemma uitgeroepen met zóveel ontroering, dat Ron, ook van thuis uit gek op dieren, meteen toestemde.  'Nou, dat zal een hele verrassing zijn.  Maar laten we eerst de rest van de familie even begroeten,'  zei hij grijnzend.   'Anders denken ze dat we voor de hond gekomen zijn.'  

Na uitbundige begroetingen over en weer, begon Gemma al gauw weer over het hondje, dat inmiddels zijn pootjes alweer tegen haar been had gezet.  'Wat een mooi, lief beestje.  Hoe lang hebben jullie die al?'  'Nou, eigenlijk pas een week,  Hij zal dus nog wel wat groeien, maar echt groot gaat hij nooit worden.  Ach het is zo gezellig en hij is zo leuk met de kinderen,' mengde mam zich in het gesprek.  'Zo één willen wij óók wel,' opperde Gemma.  'Denk je dat er nog meer zijn?' vroeg ze, zich weer op haar zus richtend.  'Niet van dit nest, maar een broer van de vrouw waar wij 'm vandaan hebben, had volgens mij ook een nest.  Die waren jonger dacht ik.  Weet je wat?  Als we koffie gedronken hebben, dan bel ik ze even.'  Een uurtje later had Gonnie de gegevens die ze nodig had en deelde Gemma mee dat ze inderdaad een nest hebben van acht puppies.  Maar die moesten nog wel een week bij hun moeder blijven.

'Hé Gem, ik weet het goed gemaakt.  Als wíj 'm nou volgende week halen.  Dan doen we hem in een grote doos met luchtgaten en zetten hem op de trein.  Dan hoeven jullie hem alleen maar van het station te halen.'  'Geweldig!  O Ron, wat zullen de meiden opkijken!'  riep Gemma enthousiast.  Op dit moment kon ze niet verhinderen even terug te denken aan die goeie, ouwe Barry, waarbij ze toch weer een brok in haar keel voelde opkomen.   'Dat denk ik ook wel! Maar ik vind het zelf ook heel erg leuk.'  'Ook ik kan bijna niet wachten,' schertste Ron met een ondeugende grijns.

'Jeetje,' dacht Gemma.  Die dagen zijn omgevlogen.  Ze lag nog steeds op bed, zonder een oog dicht te doen.  Ze was in gedachten nog steeds bij die twee afgelopen dagen.  Eigenlijk veel te kort, dacht ze ietsiepietsie ontevreden.  Hoe lang zou ze er weer op moeten wachten voor ze weer zouden gaan?   Plotseling berispte ze zichzelf voor deze gedachte en ging meteen rechtop in bed zitten.  Ze sloeg haar benen over de rand van het bed en nam zich voor wat te gaan doen.  Des te eerder zou de dag voorbij zijn en konden ze de meiden verrassen.  Gemma kon bijna niet wachten.  Ze was er zelf best opgewonden over. 

Ze hadden vóór de kinderen er waren ook een hond gehad, om de leegte op te vullen die ze voelde zonder haar familie om zich heen.  Ze was er té erg mee bezig geweest om kinderen te krijgen, dat het door de spanning niet wilde lukken.  De dagen die zich aan één geregen hadden in eenzaamheid, hadden er voor gezorgd dat ze verschrikkelijk veel tijd had om na te denken, waardoor ze haar familie elke dag meer miste.  Als ik in godsnaam nou maar kinderen kan krijgen, dacht ze meer dan eens wanhopig.  Als het niet lukt, weet ik niet of ik het hier wel volhoud.  Jarenlang had ze ziekenhuis in en uit gelopen voor onderzoeken, maar telkens weer drukten de doktoren haar op het hart dat er lichamelijk niets mis met haar was, maar dat de spanning en de heimwee een zwangerschap in de weg stonden.

'Laat het los,' opperde dokter Hartmans menigmaal.  'Ga je op een leuke hobby storten.  Ga naaien, breien, ga in het kerkbestuur.  Doe iets dat je helpt de tijd te doden, waardoor je niet zoveel hoeft na te denken,' zei hij dan liefdevol.  Op zo'n moment had Gemma het liefst haar hoofd op zijn schouder laten zakken, om eens lekker uit te huilen en haar zorgen voor dat ene heerlijke moment even helemaal te vergeten.  Maar dat mocht niet.  Nee... dat mocht nóóit meer gebeuren.  Ze had het één keer toegelaten, deze diepe genegenheid voor hem, omdat ze zich vaak ze eenzaam voelde.  Ze wist wat zijn gevoelens voor haar waren, maar had het na die ene keer niet meer toegelaten in haar hart.  De schaamte en het schuldgevoel tegenover Ron kon ze niet verdragen. Ze had toen zelfs overwogen een andere huisarts te nemen, maar hij was zo goed voor haar en ze ondervond altijd zo'n gevoel van warmte als hij er was, dat ze het niet over haar hart kon verkrijgen. 

Daan Hartmans had het nooit meer geprobeerd, terwijl zijn gevoelens voor haar nooit waren bekoeld, alleen maar verhevigd in de loop der jaren.  Maar zijn respect voor haar was te groot om haar te benadelen.  De schamele bezoekjes bij wat kinderziekten, waren de enige momenten die hij koesterde.   De enige momenten dat hij weer even in haar nabijheid kon zijn.  Door haar was hij altijd vrijgezel gebleven.  Hij had wel wat korte relaties gehad, maar ze stonden allebei zo in de schaduw van Gemma, dat het nooit wat had kunnen worden.  Maar zijn schamele bezoekjes brachten voor hem ook veel verdriet met zich mee.  Het was zo tweeledig.  Aan de ene kant was hij zo verschrikkelijk blij even in haar nabijheid te zijn.  Dan zoog hij haar sprankelende lach, haar tengere figuurtje, haar heldere stemgeluid op in zijn ziel, zodat hij er nog dagen, zelfs weken op kon teren.  Tot zijn volgende bezoek...

Af en toe nam hij zichzelf danig onder de loep en verklaarde zichzelf voor gek, om vast te houden aan iets waar hij alleen maar verdriet van had.  Zich vast te houden aan een toekomst die niet bestond.  Maar als hij dan weer even in haar nabijheid was geweest, dan zong en huilde zijn hart tegelijk.  Nee, Daan Hartmans maakte het zichzelf niet makkelijk.  De gemeenschap roddelde er vaker  dan eens over.  Dat zo'n knappe man met zo'n beroep, die een vrouw naast zich hoorde te hebben alleen blijft, moet toch eigenlijk niet mogelijk kunnen zijn, werd er vaak geschamperd.  Maar Daan trok zich er niets van aan en dacht er het zijne van.  Hij woonde nog steeds bij zijn oude moeder, die hem verschrikkelijk in de watten legde.  Dus buiten de liefde kwam hij niets tekort.

Toen na vier jaar huwelijk Gemma's eerste zwangerschap zich plotseling aandiende, was ze dan ook de koning te rijk.  Ze was niet in het kerkbestuur gegaan zoals Daan geopperd had.  Dat was helemaal niks voor haar.  Ze was wel wat gaan naaien en breien, maar dat weerhield haar er niet van om door te gaan met denken.  Denken, denken, denken...  Gek werd ze ervan.  Ze wilde niet meer denken.  Ze wilde leven met de dag en maar zien wat er van kwam.  Ze was wel steeds vaker voor een wandeling naar buiten gegaan en nam de witte Keeshond, die ze twee jaar geleden hadden genomen, dan met zich mee.  Heerlijk had ze dat gevonden.   Ze liet Barry dan los naast zich mee huppelen, die drie keer zoveel liep dan zij.  Dan liep ze het pad af dat naar het huis leidde van de schoonvader van Riet Vromen.  Die wist onderhand om welke tijd Gemma haar wandeling deed en bij mooi weer zorgde hij altijd buiten op het bankje voor een glas koude limonade.  Als het wat frisser was, dan zaten ze een kwartiertje binnen met een warme bak koffie en vervolgde ze daarna haar weg terug.  Ze was er inmiddels wel achter gekomen dat ze Barry niet meer los kon laten lopen, want die had de neiging iedere keer achter de schapen van de oude Vromen aan te gaan.  Dus liep ze daarna altijd haar route met hem aan de lijn.

Na een periode van ongeveer driekwart jaar, waarin ze elke dag haar ritje had en haar vermaak zocht in het naaien van kleding, had ze ineens gemerkt dat ze niet meer ongesteld was geworden.  In eerste instantie had ze het amper opgemerkt, maar bij twee weken overtijd bemerkte ze 's morgens ineens dat ze weinig honger had, terwijl ze het ontbijt nooit oversloeg.  Ze had zelfs een gevoel van misselijkheid dat ze eerst niet thuis kon brengen.

Toen ze 's avonds op bed had gelegen en ineens de lampen in haar bovenkamer gingen branden, had ze rechtop in bed gezeten.  'Het zal toch niet waar zijn?' had ze zich hardop afgevraagd en Ron was verdwaasd naast haar gaan zitten.  'Ik zal morgen een afspraak met dokter Hartmans moeten maken,' had ze gezegd, meer in zichzelf dan tegen Ron.  'Waarom in vredesnaam?' had Ron gevraagd, waarop ze weer terugkwam in de werkelijke wereld.  'Omdat ik denk dat ik in verwachting ben,' had ze met een voldane grijns op haar gezicht gezegd.

Ze was zes maanden zwanger geweest, toen op een vroege, warme zomeravond de oude Vromen de werf was opgekomen, met aan een dik touw de vastgebonden Barry.  Het bloed zat nog in zijn witte snuit en kraag.  'Jullie zullen hem vast moeten gaan leggen of voor hekken moeten zorgen zodat deze moordenaar niet meer kan ontsnappen, anders schiet ik 'm binnenkort eigenhandig neer,' had hij grimmig gezegd.  'Als hij mijn schapen vermoord, ben ik van zins hém te vermoorden,' zei hij met een koude blik in zijn ogen.  Ron en Gemma hadden elkaar zo ontredderd aangekeken, dat ze niet eens merkten dat hij al weer vertrokken was, terwijl de bebloede Barry hen met een onschuldige blik in zijn ogen stond aan te kijken.

Ron had in de dagen erna alles zoveel mogelijk gebarricadeerd, maar Barry bleef uitbreken, waarop Ron en Gemma met bloedend hart besloten een nieuwe baas voor hem te zoeken, voordat de oude Vromen hem zou neerschieten. Gemma had zo verschrikkelijk gehuild en zelfs Ron had het niet droog gehouden, toen Barry drie weken later door de nieuwe eigenaar werd opgehaald, die hem mee zou nemen naar Duitsland.  Zes weken na die vreselijke dag, stond Barry sterk vermagerd en vreselijk smerig weer bij hen voor de deur.  Gemma's hart was gebroken, toen hij voor de tweede keer werd opgehaald.  Daarna hadden ze geen hond meer genomen.

Maar nu stonden ze er heel anders voor, dacht ze, terwijl ze bezig was de vuile was te verzamelen.  Zich hoofdschuddend afvragend waar het toch allemaal vandaan kwam.  Daarna haalde ze haar schouders op.  Wat wil je met drie schoolgaande meiden.  Nadat ze de ontbijttafel had opgeruimd en ze zichzelf wat had opgeknapt, besloot ze even een bakkie bij Riet te gaan doen.  Dan kon ze in ieder geval het nieuwtje alvast aan haar vertellen.  Daarna had ze haar handen nog vol genoeg aan de was.  Ze zou niet eens toekomen aan het afmaken van de jurkjes voor de meiden, waar ze vorige week aan begonnen was.

Al met al was de dag zo om en voor ze er erg in had was het na drieën.  Hoogste tijd om Mona van school te gaan halen.  Ze had net een glas limonade voor haar ingeschonken, toen Bo en Zoë de keuken binnen stormden, waarbij ze Mona bijna omver liepen.  Maar Mona was altijd driftig genoeg om voor zichzelf op te komen en begon al meteen om zich heen te slaan.  'Als jullie niet ophouden, zullen jullie vandaag niet horen wat de verrassing is,' bromde Gemma, terwijl ze zichzelf er in die tussentijd van vergewiste dat ze zelf ook niet tot morgen kon wachten.  Het werd natuurlijk meteen zo stil, dat je een speld kon horen vallen.  Bo en Zoë hadden er vandaag allebei moeite mee gehad zich te concentreren.  Zo nieuwsgierig waren ze.

'Toe mam!  Vertel nou!!' bedelde Zoë, die nog steeds een beetje pips zag van de bronchitis die ze had gehad.  'Ik schenk eerst wat te drinken in en als we allemaal zitten, zal ik het vertellen,' zei Gemma geheimzinnig.  'Maar mááám,  we hebben nou lang genoeg gewacht hoor,'  verklaarde Bo wanhopig.   Gemma glimlachte.  'Je hebt gelijk.  Ik wil het zelf onderhand ook wel kwijt hoor.  Ik loop er al drie dagen mee rond,'  zuchtte ze.  'Oké, kom gauw zitten.'  Drie paar nieuwsgierige oogjes leken uit haar mond te willen trekken wat er aan de hand was.  'Meiden, zoals jullie weten zijn papa en ik naar oma geweest en de rest van mijn familie...  Nou werden wij tot onze verrassing toen we daar aankwamen, het eerste begroet door een heel lief, klein hondje.'   'Ohhhhh,'  riepen drie opgewonden stemmetjes in koor.  'Hoe zouden jullie het vinden als wij ook een klein hondje nemen?'  Gemma hoefde niet op antwoord te wachten.  Het gekrijs dat op de vraag volgde had geen verdere uitleg nodig.  Alleen Mona reageerde wat minder enthousiast.  Om de doodeenvoudige reden dat zij niet zó'n vreselijke dierenliefhebber was.  

'Wanneer komt ie dan mam?' wilde Zoë dringend weten.  'Komt ie dan vandaag al?' vroeg Bo.  'Heb je hem hier soms al ergens verstopt?'  Zoë was al van haar stoel gesprongen en naar de garage gerend.  Hopend dat hij hier stond te wachten om binnengehaald te worden.  Teleurgesteld stond ze even later weer in de kamer.  'Nee dat kan niet,' zei Gemma met medelijden in haar stem.  'Het hondje was nog niet oud genoeg en moest nog een weekje bij zijn moeder blijven.  Zaterdag, dan zal tante Gonnie hem ophalen en zet ze hem in een doos op de trein en dan gaan we hem met z'n allen ophalen,' gaf Gemma het verlossende antwoord.

Ze zag een verdrietige frons doorbreken op het gezichtje van Zoë.  'Maar mam...  Moet ie dan helemaal alleen in de trein in een doos?'  De tranen sprongen haar in de ogen bij deze gedachte.  'Die doos is zo groot voor dat kleine hondje, dat het net een huis is voor hem en bovendien zitten er luchtgaten in.  En dan nog eens wat Zoë...  Het hondje is nog zo klein, dat het waarschijnlijk de hele weg zal slapen en als hij dan zijn oogjes opendoet zullen wij er zijn,' legde Gemma geruststellend uit, wetend hoe teer het hartje van Zoë was.  Enigszins gerustgesteld, knikte ze instemmend.  Maar helemaal lekker zat het haar toch niet, dat het kleine beestje zo lang zonder zijn moeder moest.  'Maar mam...  Gaat hij dan niet huilen omdat hij zijn moeder mist?'

Gemma probeerde dit soort vragen zoveel mogelijk te omzeilen, om Zoë niet te ongerust te maken, wat haar blijheid veel te veel zou beïnvloeden.  'Mama zegt net dat hij de hele weg zal slapen, dus kan hij ook zijn moeder niet missen,' legde Bo wijs uit aan haar jongere zusje, die hier blijkbaar minder over in de war zat.  'Maar zo lang kan ik toch niet wachten mam!' verklaarde Zoë plechtig.  'Dat zal toch moeten mop.  Het hondje was nog niet groot genoeg om mee te mogen nemen.  Hij moest eerst nog een weekje groeien,' legde Gemma geduldig uit.  Ze had hem zelf ook het liefst gelijk meegenomen.  'Nog vier daagjes, dan gaan we hem halen.  Voor je het weet is het zover.  Kom, gaan jullie nog maar even lekker buiten spelen voor het eten.  De hele dag binnen is ook niks voor jullie.'

Gemma wist dat Zoë een echt buitenkind was.  De andere twee waren eigenlijk net zo lief binnen.  Het was dan ook Zoë die als enige naar buiten liep naar haar geliefde schommel.  Even later bungelde ze zachtjes heen en weer.  Vol van het nieuws dat ze net gehoord had.  Opeens sprong ze er weer af en stormde naar binnen.  'Máááám...' brulde ze al vanuit de bijkeuken.  Geschrokken rende Gemma de keuken in.  'Wat is er?  Ben je gevallen?'  'Nee joh...  maar hoe ziet hij er eigenlijk uit?'   Zich snel herstellend van de schrik, keek Gemma al gauw vertederd voor zich uit.  'O Zoë, hij is zo mooi en lief en klein.  Hij is bruin met korte pootjes.  Hij heeft lange oren en een lange staart en van die mooie, grote bruine kraaloogjes.  Ik weet zeker dat je verschrikkelijk gek op hem zult zijn.  Ik was al verliefd toen ik hem voor het eerst zag,' zei Gemma, terugdenkend aan het knotje wol.  Tevreden gesteld keerde Zoë terug naar haar schommel, om de rest van de middag mijmerend door te brengen.

 

HOOFDSTUK 5.

Eindelijk was het dan zaterdag.  De week wilde voor Zoë gewoon niet om.  Ze wist dat het over twee weken vakantie was, maar dat vond ze nu even helemaal niet belangrijk.  Ze was zo opgewonden dat ze nauwelijks een boterham weg kreeg.

'Door eten Zoë,' drong Ron aan.  'We kunnen het hondje toch niet langer laten wachten dan nodig is?  Na zo'n lange reis moet ie gauw mee naar huis en zal hij verschrikkelijke honger hebben,' verklaarde Ron, waarop Zoë haar boterham zo snel naar binnen propte dat ze zich lelijk verslikte.  Met een rood aangelopen gezichtje van het hoesten, probeerde ze het nog eens opnieuw en wist zo goed en zo kwaad als mogelijk haar boterham naar binnen te werken.

Later in de auto kon ze niet rustig op haar kont blijven zitten, tot ergernis van haar zusjes.  Bo was altijd veel rustiger en kon niet begrijpen waarom Zoë altijd zo druk deed.  'Hou nou toch eens op met dat gespring!  Denk je nou echt dat we er daardoor eerder zullen zijn?  Straks krijgen we een ongeluk, dan kunnen we hem nooit ophalen...'   Zoë bleef meteen geschrokken stilzitten en verroerde zich de rest van de rit niet meer.

Tien minuten later stonden ze op het station en deed Ron navraag bij de balie.  'U kunt beter hier even wachten.  Die trein loopt over vijf minuten binnen,' zei een vriendelijk meisje achter een glazen loket, waar allemaal gaatjes in zaten, zag Zoë, die nieuwsgierig had staan kijken.  'De doos waar u op wacht, staat waarschijnlijk in het ruim bij de bagage en wordt hier in de hal gebracht, zodat iedereen wat van hem is hier kan ophalen.  U kunt daar wat te drinken halen terwijl u moet wachten,' wees het meisje op een frisdrankautomaat.  'Dank u,' hoorde ze papa zeggen.  Maar niemand vroeg om drinken.  Daar waren ze allemaal veel te opgewonden voor. 

'Pap, wat duurt dat lang,' jengelde Zoë, wier geduld al op was toen ze uit de auto was gestapt.  Maar terwijl ze haar vader aankeek, zag ze vanuit haar rechter ooghoek beweging.  Ze zag een grote kar, geduwd door een kale, brede man, vol met koffers hun richting uit komen.  Zenuwachtig begon ze te springen, toen ze zag dat bovenop die koffers een grote kartonnen dood stond.

'Páááp!'  Zoë's stemmetje sloeg even over door haar enthousiasme.  'Kíjk... Daar is ie!!'  Jubelend sprong ze om de kar heen, waarop Ron haar bij de arm pakte.  'Kijk uit juffie, je loopt bijna iedereen omver.'  Omdat de doos bovenop stond, was Ron dus de eerste die zijn buit te pakken had.  'Kom meisjes, we lopen direct naar de auto en halen hem er daar uit.'  Ze stonden met z'n allen met hun neus bijna op de doos, om door de luchtgaatjes te kunnen kijken.  'Wegwezen wijsneuzen,' berispte Ron vaderlijk.  'Of willen jullie dat het arme dier helemaal geen lucht meer krijgt?'  

De doos was stevig met breed tape dichtgeplakt en Ron had nog even moeite de doos open te krijgen.  Maar een minuutje later ging dan eindelijk de deksel open en staarden ze met z'n vijven naar een klein, bang bolletje wol.  'Aaaaach,' riepen ze met z'n allen in koor.  Gemma ging meteen tot actie over.  Ze had van tevoren al bedacht hoe ze dit moment het beste kon oplossen.  'Bo, pak het dekentje dat we meegenomen hebben.  Ga voor in de auto zitten naast papa.  Leg de deken op je schoot zodat hij je niet onder kan plassen en dan mag Zoë hem vanavond mee naar bed nemen.'

Ze zag twee plechtige gezichtjes veranderen in ware vreugde.  Mona keek even en was al weer met haar gedachten ergens mijlen ver weg.  Gemma knikte tevreden en wist dat ze doel getroffen had.  Bo was de rustigste van de drie en het was beter dat de eerste kennismaking voor het beestje na zo'n lange reis, rustig zou verlopen.  Tegen de avond, als hij een beetje gewend zou zijn, zou hij met Zoë mee naar bed gaan, waarmee ze hoopten voor eens en voor altijd met haar angsten  te kunnen afrekenen.

Want soms, héél soms, bekroop Gemma in de verte weer dat schuldgevoel.  Ze wilde soms dingen goedmaken voor Zoë.  Op die momenten voelde ze weer een keiharde bal die zich in haar maag nestelde.  De gedachten die dat veroorzaakten moesten weg.  Weg uit haar hoofd.  Ze wilde ze niet.  Het kon niet.  Ze wilde niet herinnerd worden.  Soms kon ze zich dan abrupt omdraaien en ineens naar buiten lopen om een frisse neus te halen, wat ze ze vreselijk miste sinds Barry er niet meer was.  Dan kon ze die vreselijke gedachten wel weer langzaam, heel langzaam van zich af schoppen, door zich op andere dingen te concentreren en dan leek het weer of er nooit wat gebeurd was.

Maar deze keer niet.  Ze zaten nu met z'n vijven in de auto, met een jonge pup als nieuwe aanwinst.  Ze registreerde haar middelste dochter zo haarscherp, die constant met haar hoofdje tussen de voorstoelen in zat, om maar niets van de nieuwe spruit te hoeven missen.  Gemma zat met Zoë en Mona op de achterbank en ze keek voortdurend naar de dikke, krullende paardenstaart van Zoë, waardoor het profiel van Daan steeds opnieuw op haar netvlies verscheen.  Ze sloot voor een paar seconden haar ogen en keek toen weer naar buiten, om de beelden zo snel mogelijk weer te laten verdwijnen.

Verdorie, het wilde haar gewoon niet lukken.  Tranen begonnen te prikken in haar ogen.  Ze sloot snel weer even haar ogen, bang dat ze een blik van Ron zou opvangen via de achteruitkijkspiegel.  Maar de beelden begonnen zich als een film langs haar netvlies te bewegen.  Ze had zichzelf bezworen dat het na die ene keer nooit meer zou gebeuren.  Maar het gebeurde toen Bo ruim anderhalf was geweest.

Toen Ron 's morgens de deur uit was en ze haar uit het ledikantje wilde halen om te voeden en te wassen, ontdekte ze dat haar lichaampje plakte van het zweet.  Ook had ze gezien dat haar nek lichtjes opgezwollen was.  De paniek die in haar was opgekomen, toen ze zich realiseerde dat haar kostbaarste bezit doodziek was, had haar er meteen toe bewogen naar de telefoon te rennen.  Tien minuten later had Daan Hartmans zorgzaam bij het ledikantje gestaan.  'O maar Gem, de kleine heeft de bóf,' had hij gezegd met een olijke lach op zijn sympathieke gezicht.  Hou haar in elk geval wel warm.  Kou is hierbij gevaarlijk, maar met een dag of tien is ze er weer helemaal bovenop, dat zul je zien.'  

Gemma zakte op het stoeltje dat ze naast het ledikantje had gezet, waar ze soms een uur zomaar naar Bo kon gaan zitten kijken.  De tranen stroomden over haar gezicht en Daan knielde geschrokken naast haar neer.  Bijna automatisch was zijn arm om haar schouders gegleden en drukte hij een kus op haar haren.  Dit was teveel geweest voor de kwetsbare Gemma.  Ze had haar hoofd opzij laten vallen, waardoor hun lippen elkaar hadden geraakt.  Dit bracht voor allebei zo'n explosie teweeg, dat Daan haar als een veertje uit haar stoel had getild.  De deur naar de logeerkamer ernaast had geopend en haar behoedzaam op het bed had neergelegd.  Hij liet luttele seconden voorbij gaan, om er zeker van te zijn dat ze tijd genoeg gekregen had om te protesteren.  Maar Gemma hield in extase haar ogen gesloten.  

De reactie op de angst en de opluchting die zich in korte tijd hadden afgespeeld en de daarop volgende kus, hadden haar in een bijna dronken roes gebracht.  De tweede aanraking van Daan's lippen, had de roes nog dieper gemaakt, want ze had het gevoel of ze tussen hemel en aarde zweefde.  Zachtjes had Daan haar blouse losgeknoopt, nog steeds wachtend op een afwijzing, die naar zijn grote blijdschap niet scheen te komen.  Even later waande Daan zich in diezelfde neveltoestand.  Hun lichamen verstrengelden zich tot één, alsof het nooit anders was geweest.

Ruim anderhalf uur later, toen Gemma met een gelukzalige blik langzaam maar zeker tot de realiteit terugkeerde, kwam de schok zo hard aan, dat ze met zo'n snelheid het bed verliet en haar kleren  preuts voor zich hield, dat Daan met een diep droevig gezicht zich snel aankleedde, om de gêne voor haar zoveel mogelijk te beperken.  'Gemma, lieverd... kijk me aan.  Dit kostbare uurtje is van ons geweest.  Alleen van ons.  We zullen het in onze harten moeten koesteren.  Ik zal het je nooit moeilijk maken, dat weet je.  Maar heb geen spijt...  Alsjeblieft, heb geen spijt...  Ik weet dat dit een gestolen uurtje is, maar ik kan er voor de rest van mijn leven op teren...

Hij pakte haar bij haar naakte schouders, terwijl ze nog steeds met de hoop kleren voor zich stond om haar naaktheid te bedekken.  Hij drukte een kus op haar voorhoofd, toen op haar wangen en eindigde met een vederlichte aanraking op haar trillende lippen.  'Ik hou van je Gem, met heel mijn hart.  Vergeef me als ik het jou moeilijk heb gemaakt, maar vergeet nooit dat ik mijn leven voor je zou geven...'

Plotseling realiseerde ze zich dat ze voetstappen door het grind had gehoord en het slaan van een portier van een auto, nadat ze minuten als versteend voor zich uit had staan staren.  Alleen.  Ze was alleen.  Paniek welde op in haar keel.  'Dáááán!'  wilde ze schreeuwen, maar er kwam totaal geen geluid uit haar dichtgesnoerde keel.  De gedachten tolden door haar hoofd, terwijl ze zich vliegensvlug aankleedde.  Rustig, dacht ze telkens weer.  Ik moet mijn zelfbeheersing terugvinden, voordat iemand me zo vind.  Riet kan wel ineens binnen staan.

Ze rende naar beneden om eerst een plons koud water in haar gezicht te gooien. Ze wreef een paar keer door haar ogen en liet toen het koude water over haar gezicht stromen.  Heel langzaam kwam haar nuchtere verstand weer op gang.  Ze droogde haar gezicht en smeerde er wat créme op.  Daarna haalde ze een borstel door haar dikke, bruine haar.  'Zo,' zei ze hardop, zichzelf in de spiegel recht in de ogen kijkend.  'Wat kan je opknappen van een uurtje rust...'  Ze draaide zich met een ruk om en liep op haar tenen naar het ledikantje van Bo, die met een rode toet lag te slapen.  'Nou dametje, slaap jij maar zo lang je wilt, dan ga ik een bakkie zetten...'

'Aaaaach... mam kíjk dan!!  Het hondje slaapt weer.  Zijn hoofdje ligt verstopt onder zijn pootje.'  Gemma werd uit haar gedachten gerukt, toen Zoë aan haar arm trok.  Even was ze zo uit haar doen, dat het moeite kostte de haar zo aangeleerde zelfbeheersing weer snel op haar gezicht te toveren en daarbij de eeuwig vastgeplakte glimlach.  Gemma keek over de schouder van Bo en zag het bruine hoopje dons regelmatig heen en weer gaan, door de voor jonge hondjes bekende snelle ademhaling.  'Zeg meiden, jullie moeten wel een naam verzinnen hoor.  Wie het eerst roept, dat wordt 'm,' stelde Gemma voor.  'Choco!!' riep Zoë snel, voordat de anderen haar voor konden zijn.  'Hij heeft precies de kleur van een reep chocola,' legde ze uit.  'Oké,' zei Gemma plechtig.  'Hierbij dopen wij hem Choco Lankhorst!'  

Ze zag het gezichtje van Zoë kleuren van trots, waarbij er een flikkering in haar ogen kwam, waardoor Gemma weer automatisch werd terug gezogen naar het verleden.  Ze zag diezelfde ogen, maar het gezicht er omheen vervormde tot één met mannelijke gelaatstrekken.  Vanaf de dag dat hij was vertrokken, had ze hem niet meer gezien.  Tot haar grote verdriet.  Ze wist dat ze zo niet mocht denken, maar hij had een enorme leegte achtergelaten in haar hart.  De liefde waarmee hij haar had omringd in die korte momenten, hadden haar ziel gevoed.

Zes weken na die beruchte dag, was ze 's morgens misselijk wakker geworden en had ze meteen een afspraak gemaakt bij haar nieuwe huisarts, dokter Gommés.  Een sympathieke Spanjaard, die hier in Nederland zijn geluk kwam beproeven.  Gemma had hem meteen sympathiek gevonden en had op deze manier geprobeerd Daan helemaal te vergeten.  Ze had zichzelf streng toegesproken en alle emoties in het verste hoekje van haar hart weggestopt.

Maar toen de beste man verklaarde, dat ze precies zes weken zwanger was, barstte ze zonder enige aanleiding in tranen uit.  'Maar mevrouwtje, u hoort blíj te zijn!  Zoals alles ervoor staat, ziet het er naar uit dat u een kerngezonde baby zult krijgen,' suste Gommés haar onhandig.  Gemma was alsmaar harder gaan huilen.  Ze voelde dat ze op haar arm werd geklopt.  'Stil maar...  Vrouwen in uw toestand zijn vaak wat emotioneler.  Ga lekker naar huis en ga uw man het goede nieuws vertellen. Dan zult u weer gauw genoeg lachen.'  Bij deze opmerking moest Gemma bijna tot bloedens toe op haar lip bijten, om niet hard te gaan gillen.  Ze stond abrupt op en liep linea recta naar het toilet, om daar haar betraande gezicht wat te ordenen voor ze weer in de bus naar huis zou stappen.  Ron kon er 's avonds gelukkig hartelijk om lachen en wijdde het huilen expliciet aan haar hormonen.  

Ze was in de zevenenhalve maanden die volgden, keihard aan het vechten om haar emoties onder controle te krijgen.  Ze was zich steeds harder gaan opstellen, waardoor het leek of ze langzamerhand een laagje eelt op haar ziel aan het kweken was.  Tegen de tijd dat ze voor de bevalling naar het ziekenhuis moest, was ze zover, dat er nog wel een zorgelijke frons op haar voorhoofd lag.  Maar er prijkte ook een glimlach om haar mond, dat alleen als je diep in haar ziel kon kijken, er achter zou komen, dat die er voor de schijn was opgeplakt.  De buitenwereld zag haar dan ook als een vermoeide, gelukkige moeder.

Na een lange bevalling had ze zich van het kind afgedraaid, alsof ze het niet wilde zien.  'U heeft een wolk van een dochter mevrouw Lankhorst,' had de verloskundige met een snauw gezegd, alsof ze deze vrouw dit kind eigenlijk helemaal niet gunde.  'Ze weegt acht pond en twee ons.'  De verloskundige had haar wenkbrauwen opgetrokken naar de hulp, die tijdens de bevalling aanwezig was geweest.  Ze had de kleine in een grote doek gewikkeld en was vastberaden naar de deur gelopen, waar ze dokter Hartmans bijna regelrecht in de armen was gelopen.  Deze nam het kind van haar over en liep terug de kamer in, waar Gemma nog steeds op haar zij lag.

Op dat moment keerde ze zich net terug op haar rug en keek midden in het dierbare gezicht van Daan...  met in zijn handen hún dochter...  'Ga weg en neem haar mee...  Zorg jij maar voor haar,' zei ze met een stem die omfloerst was van verdriet.  'Maar Gem, dan zal iedereen het wéten...  Voed haar op als zijnde Ron's dochter en niemand zal het ooit weten.'  Zijn stem klonk alsof het niet de zijne was.  Gemma had zich al lang weer op haar zij gedraaid, zodat ze van Daan af lag.  Hij stond zo minuten lang naar haar vertrouwde dikke, bruine haar te staren, met zijn dochter teder tegen zich aangedrukt.

'Gemma, ik zal voorgoed uit je leven verdwijnen, om het jou niet onnodig moeilijk te maken.  Maar wil je alsjeblieft één ding voor me doen?'  Zijn blik was vertroebeld door tranen, toen hij naar het blozende gezichtje van zijn dochter keek.  'Noem haar Zoë...'   Hij legde behoedzaam de kleine tegen de buik van Gemma, om er op deze manier voor te zorgen, dat door het voelen van de bewegingen van de kleine, ze zich over haar zou gaan ontfermen.

Maar Gemma wist er gewoon geen raad mee.  Ze wilde zielsveel van dit kleine hoopje mens houden, maar aan de andere kant mócht ze er niet van houden.  Ze had volgens de katholieke kerk een verschrikkelijke grote zonde begaan.  Hoe het mogelijk was wist ze zelf niet, maar het leek of dat tere, nieuwe wezentje haar grote verdriet en zorg aanvoelde en of ze wist dat ze haar vader nooit meer zou zien.  Toen Daan de deur achter zich had dichtgetrokken, zette de kleine het op een huilen en tot zes weken erna, wist niemand hoe ze haar moesten troosten.  Het enige dat soelaas leek te bieden na zes slopende weken, was dat Gemma haar vol ging proppen met eten, wat Zoë dankbaar aanvaardde.  Eindelijk leek er wat rust te komen in dat steeds boller wordende lijfje.

Niets, maar dan ook niets hoorde ze meer van Daan.  Wat ze zelf zo gewild had.  Zodat ze kon 'vergeten'.  Zodat ze kon bouwen aan de eeltlaag op haar ziel.  Maar Daan zelf kon niet vergeten.  Eenzaam als hij was, ploeterde hij door de lange dagen.  Patiënten klaagden erover dat de dokter, de dokter niet meer was.  'Zou hij zélf ziek zijn?' werd er gefluisterd.  Zijn moeder had op een dag plotseling een vraag gesteld, die bij hem was ingeslagen als een bom.  'Daan, kom jij nooit meer bij dat vrouwtje van Lankhorst?  Ik dacht dat zij een patiënt van jóu was, maar ik zag haar bij Gommés naar binnen gaan.'

De schok was zó groot, dat het duidelijk op zijn gezicht te lezen was en realiseerde zich in een fractie van een seconde, toen hij naar de verbouwereerde uitdrukking op het gezicht van zijn moeder keek, dat hij zich onbewust had verraden.  Daan was geheel overstuur in de auto gesprongen.  Buurtbewoners konden later bevestigen, dat hij weggereden was alsof de duivel zelf hem op de hielen had gezeten.  Hij zelf was zich totaal niet bewust geweest van de buitenwereld en had door een mist van tranen de vrachtwagen niet op zich af zien komen.  Hij was zo in gedachten geweest bij zijn geliefde Gemma en zijn dochter, die hij éénmaal had mogen vasthouden en daarna nooit meer zou zien, dat hij op het laatste moment de wagen in de gaten kreeg.  Hij had het stuur nog net weten om te gooien, maar ongelukkigerwijs met volle vaart op de eerste de beste boom geklapt die hij tegenkwam.

Hij was op slag dood geweest, las Gemma de dag na het ongeluk in het plaatselijke krantje.  De krant was van haar schoot gegleden en ze had nog voor zich uit zitten staren, toen de kinderen uit school waren gekomen.  'Mam, waarom huil je?' vroeg Zoë met een trillend lipje, die met haar gevoelige hartje er totaal niet tegen kon als iemand verdriet had.  'Die overgevoeligheid heeft ze van hém én van mij,' was de eerste gedachte die bij haar opkwam, terwijl ze snel even over haar wang streek.  'Ik hoop dat jíj niet zoveel verdriet krijgt in je leven,'  mompelde Gemma verward, meer in zichzelf dan voor Zoë's oren bedoeld.  Maar ongewild had de kleine meid het toch gehoord en had zich bevreemd omgedraaid, met een grote frons op haar voorhoofd.

Gemma werd zich er plotseling van bewust dat ze stilstonden en iedereen aanstalten maakte om uit te stappen.  'Wacht maar Bo, dan pak ik Choco wel even van je over.  Dan kun je wat makkelijker uitstappen,' zei Gemma, terwijl ze zich omdraaide om nog even een neerrollende traan weg te vegen.  Choco trok zich niets van het tumult aan en rekte zich eens lekker uit na zijn  slaapje op de warme schoot van Bo.  Zoë stond ongeduldig te springen tot Choco uit de auto werd getild.  Ze wilde hem nu weleens van dichtbij en in beweging meemaken.  Zachtjes duwde Gemma de pup weer in de handen van Bo toen ze de auto uit was en eenmaal op de werf werd hij voorzichtig in het gras gezet.  Vijf paar ogen volgden het kleine beestje, die al gauw een hoop draaide in het gras.  'Jippíe!' reageerde Gemma opgelucht. 'Ik denk dat ie gauw zindelijk zal zijn,' waarop ze naar binnen liep om een heerlijke bak koffie te zetten.  Daar was ze inmiddels wel aan toe.  Ze voelde zich helemaal geradbraakt.

'Wat is er toch met je?' vroeg Ron, toen hij vijf minuten later naar binnen gelokt werd door de geur van vers gezette koffie.  'O niks.  Ik ben gewoon moe, dat is alles,'  loog ze, terwijl ze snel naar buiten liep om de meiden te vragen of ze ook wat wilden drinken.  'Mam, Choco moet ook drinken,' opperde Zoë.  'Als wij dorst hebben, moet hij dat toch ook hebben na zo'n lange reis?'  Bijdehand, dacht Gemma.  Maar ze heeft nog gelijk ook.  'We moeten van de week wel even een leuk eet- en drinkbakje voor hem kopen,' opperde Ron.  'Van een gewoon bordje eten is natuurlijk niks voor een hond.'  Hij had al die tijd de meiden laten begaan, maar nu wilde hij het kleine beestje óók wel eens even op z'n arm nemen.  Thuis had hij vroeger eens een geitje gehad, dwaalde hij terug met zijn gedachten, maar hij dacht midden in de winter dat het beestje het wel koud zou hebben en zette hem bij de kachel, waarna hij niet lang meer geleefd had.  Glimlachend om zijn eigen domme, jongensachtige gedachten, aaide hij de kleine aanwinst en zette hem daarna weer terug bij de meiden.  

Toen het 's avonds tijd werd om naar bed te gaan, pakte Gemma een krant en legde die netjes naast het bed van Zoë.  'Als ie nou vannacht gaat piepen, moet je hem even op de krant zetten Zoë.  Anders plast hij in je bed hoor.'  Ze had Choco naar boven gedragen en genoot bij het vooruitzicht, dat hij de hele nacht bij haar mocht blijven.  Ze zette hem boven op het bed, waarop hij blij heen en weer scheurde.  Hij dook met zijn kopje in de dekens en lag verheerlijkt op zijn rugje heen en weer te rollen.  Toen ze in bed geklommen was en haar hoofd op het kussen legde, sprong Choco er ook op en begon met haar haren te spelen.  'Au Choco,' zei ze lachend en gaf hem speels een tikje op zijn neus, waarop hij braaf in de holte van haar nek kroop en al snel zijn oogjes sloot.  'Aaach,' fluisterde Gemma.  'Hij is écht moe.  De dag is voor jullie lang genoeg geweest.  Ga jij ook maar gauw slapen,'  waarbij ze een kus op Zoë's voorhoofd drukte en het kleine hoopje ook nog even over z'n bolletje aaide.  'Morgen is er weer een dag.'

Gemma sloot de deur achter zich en Zoë genoot van de geur en de zachtheid van het kleine beestje, die tevreden naast haar lag te slapen.  Ze wilde nog even van hem genieten, maar door de monotone ademhaling viel ze toch ook vrij snel in slaap.  Hij jankte 's nachts twee keer, waarop ze hem gauw op de krant zette en daarna sliepen ze allebei weer verder.  Het was de eerste nacht sinds jaren dat Zoë boven de dekens sliep, waarbij haar lippen lichtjes gekruld waren tot een tevreden glimlach.

Hoofdstuk 6.

'Wat heb jij mooi haar zeg,' fluisterde juf van Es.  Zoë en haar klasgenootjes waren net druk bezig wat woorden van het schoolbord over te schrijven in hun schriftjes, toen ze opschrok en merkte dat de juf naast haar bleef staan.  Ze waren bezig aan hun laatste dag voor de vakantie en zouden vanmorgen nog wat les krijgen en mochten vanmiddag vroeg naar huis.  Eigenlijk kon Zoë haar gedachten er al niet meer bijhouden, denkend aan de komende zes vrije weken.

Choco was nu twee weken bij hen en ze was bezeten geworden op het kleine beestje, die al zichtbaar gegroeid was.  Ze sleepte hem tegenwoordig overal mee naar toe tot ergernis van Bo, die het beestje ook graag bij zich had.  Daarom hadden ze ook samen met mama de afspraak gemaakt, dat hij de ene dag bij Zoë en de andere dag bij Bo mocht blijven.  Ze waren er allebei maar matig tevreden mee, maar elke dag ruziën om wie hem mee mocht nemen, was ook niet de ultieme oplossing.  Dus hadden ze zich morrend tevreden moeten stellen met het voorstel van mama.

Maar op het moment dat ze hierover in gedachten was geweest, had ze ook gezien dat de juf langzaam tussen de rijen kinderen door was gelopen, om zo overal even in de schriftjes te kunnen kijken.  Maar plotseling had ze ook bij haar gestaan en Zoë had natuurlijk totaal niet verwacht dat ze ook iets zou zeggen.  De opmerking drong daarom ook maar langzaam tot haar door, waarop ze haar gezicht van haar schrift afwendde en pal in het glimlachende gezicht van de juf keek.  Ze was zó verbijsterd, dat ze alleen maar naar haar gezicht kon staren.  Toen de juf al lang weer rustig was doorgelopen, zat ze nog steeds naar dezelfde plek te staren.  Het hele jaar had ze een hekel aan haar gehad.  Haar straf gegeven wanneer dat niet haar schuld was en uitgerekend op de laatste dag gaat ze ineens lief doen.

Toen ze later die dag samen met Bo naar de schoolbus liep, was ze nog steeds in gedachten over het vreemde incident.  Ze had Bo alleen maar aangekeken, toen deze had gevraagd wat er aan de hand was.  Eenmaal in de bus werd haar aandacht gauw afgeleid door Naomi.  Een meisje dat bij hun in het dorp woonde en bij Bo in de klas zat.  Zoë was van het begin af aan altijd een beetje bang voor haar geweest en probeerde haar zoveel mogelijk uit de voeten te blijven.  Maar deze keer ging dat niet lukken.  Niemand niet.  Ze was begonnen de hele bus door te lopen en iedereen waar ze voorbij kwam even snel en hard aan het haar te trekken.  Nadat er al verschillende keren 'au' geroepen was, zag Zoë de buschauffeur in zijn spiegel kijken en gebood haar voorin te komen zitten, zodat hij haar in de gaten kon houden.  Een zucht van verlichting ging door de bus.  Iedereen wist dat Naomi een genieperig kind was en lieten haar daarom ook massaal links liggen.  Maar om aandacht te krijgen, verzon ze altijd wel weer iets gemeens.

De rest van de rit verliep gelukkig rustig.  Tot het moment dat het voor Bo en Zoë tijd  was om uit te stappen.  Naomi ging er normaal een stophalte later uit dan zij, maar deze keer niet.  Ze glipte nog net het deurtje uit toen zij al buiten stonden en vloog meteen op Bo af.  Het was voor Zoë niet voor te kijken.  Luttele seconden later stond ze als aan de grond genageld te kijken, naar het voor haar onwaarschijnlijke tafereel.  Ze zag de plukken haar van Bo in de rondte vliegen en ze werd zo snel achter elkaar geslagen, dat Bo de kans niet had zich te verdedigen.  Ze zag een straaltje bloed lopen uit de mondhoek van Bo.  Ze wilde schreeuwen en die rotmeid terugslaan om haar zus te beschermen, maar ze stond zo te beven en te hijgen, dat ze niet in staat was van haar plek te komen.  Wat voor haar een eeuwigheid duurde, zag ze Naomi plotseling weglopen, een beduusde Bo achterlatend.

'Jóuw haar steel ik ook nog wel een keer!  Lét maar op!'  krijste ze nog naar Zoë voordat ze de benen nam.  Door de schok die dit teweeg bracht, keerde ze snel terug bij haar positieven.  Ze pakte medelijdend de hand van haar zusje en sléépte haar zowat naar huis.  'Wat is er met jóu gebeurd?' riep Gemma geschrokken uit, toen ze de kinderen de werf op zag komen.  Zoë pakte meteen de blij springende Choco op en drukte hem dicht tegen zich aan.  Alsof ze troost bij hem zocht.  'Nou, vertelt er  nog iemand wat er hier aan de hand is?' vroeg Gemma, zich zichtbaar rustig houdend, terwijl ze een washandje uit de douche pakte om Bo's gezicht af te vegen.  Bo zei niets en liet alles rustig over zich heen gaan, maar Zoë vond dat mama moest weten wat er gebeurd was en begon stotterend haar verhaal.

'Doe maar rustig vertellen lieverd.  Wat er ook gebeurd is, we zullen dit in elk geval met elkaar oplossen.'  'Mam, weet je wel die Naomi?'  Toen Gemma de náám alleen al hoorde, zagen ze haar meteen kleuren van woede.  'Wáát?  Heeft zíj dit gedaan?  Maar waarom dan in godsnaam?' schreeuwde ze het bijna uit.  'Nou...  weet je mam...  Ik weet niet...'   stotterde Zoë.   'Rustig maar.  Vertel nou maar rustig.  Mama is niet boos op jullie,'  herstelde Gemma zich, terwijl ze zich realiseerde dat ze helemáál niets zou zeggen als zij boos zou worden.  'Nou mam,'  begon Zoë aarzelend.  'Ze deed het in de bus bij iedereen.  Aan iedereen d'r haar trekken bedoel ik en toen wij de bus uitgingen, sprong ze achter ons aan en begon Bo te slaan en aan haar haar te trekken.'   'Ze wilde ons haar stelen of zoiets zei ze,'  voegde Bo er op het laatst nog aan toe.

Gemma's hartslag gonsde in haar oren.  Rustig blijven, dacht ze.  De meiden hoeven het niet te merken dat ik van m'n stuk ben gebracht.  'Nou, hier hebben jullie lekker wat te drinken.  Willen jullie ook een reep chocola?  Dat hebben jullie wel verdiend.  Ga lekker naar buiten en neem die kleine wolbaal mee.  Die ligt de hele dag al bij de deur op jullie te wachten.  Voor de kinderen was het leed daarbij weer gauw geleden, maar Gemma liep zich op te vreten, totdat uren later Ron thuiskwam.  'Wat is er met jóu aan de hand?  Je ziet eruit of je de hordeloop hebt gedaan,' was zijn eerste reactie toen ie binnenkwam.  'Nou, zo voel ik me ook, alleen dan véél erger!'  zei ze met nadruk.  'Ik weet dat je moe bent, maar ik móet even met je praten Ron.  Bo is afgerost door Naomi!'  'Wááát??'  Ze zag Ron's gezicht rood aanlopen.  'Ik weet het schat.  Wat moeten we hier in godsnaam mee?'  'We halen de meiden toch maar even binnen.  Ze moeten weten wat er aan de hand is, dan kunnen ze misschien voortaan dit soort dingen voorkomen.  Ik zal ook de buschauffeur na de vakantie opwachten, zodat hij erop kan letten dat ze de halte later neemt,'  opperde Ron.

'Meiden!  Komen jullie eens even binnen,'  riep Ron een half uurtje later bij de achterdeur.  Zoë en Bo keken elkaar vragend aan, zich al die tijd verdiept hebbend in het spelen met Choco.  'Wat is er pap?' vroeg Bo, er niet aan gewend dat papa hen allebei bij zich riep.  'Ga even zitten meiden.  Ik moet jullie iets vertellen.  Ik hoorde net van mama wat er gebeurd is.'  Ron draaide zich om en trok een stoel naar zich toe, gooide zijn been er overheen en legde zijn armen op de leuning die hij voor zich had.  'Jullie moeten goed proberen te begrijpen wat ik nu ga vertellen, want het is nogal een ongewone situatie.  Eén die voor jullie in elk geval niet bekend is.

Hij had in elk geval nu de volle aandacht van zijn twee nog erg jonge dochtertjes, zich tegelijkertijd afvragend of ze het wel zouden begrijpen.  Maar er was na dit incident geen ontkomen meer aan.  'Naomi is eigenlijk een nichtje van jullie...'  begon hij voorzichtig, waarop hij twee paar oogjes zo groot zag worden als schoteltjes.  De ogen van Zoë zag hij meteen volschieten met tranen. 

'Ssst, stil maar.  Het wil niet zeggen dat jullie daarom met haar zouden moeten spelen.  Haar moeder is een zus van mij,'  zei hij met neergeslagen ogen, alsof hij zich schaamde voor deze ontboezeming.  'Omdat zij in zonde wilde leven met een man die in de gevangenis heeft gezeten, heeft oma haar toendertijd uit de familie gezet.'  Hij keek even naar de gezichtjes of er iets van het verhaal tot ze doordrong, maar ze keken hem alle twee vragend aan.  'Wat is in zonde leven pap?' vroeg Zoë die als eerste haar mond opendeed.  'In zonde leven is met een man samenleven zonder dat je er mee getrouwd bent en volgens de katholieke kerk mag dat niet.'  'O...'   Het leek of Zoë haar hersenen pijnigde, om te kunnen begrijpen waar dit nou eigenlijk om ging.  'Wat had hij dan gedaan?' wilde Bo zich nu ook laten horen.  'O, dat weet ik niet precies.  Iets gestolen of zo,' hakkelde Ron nu onzeker.  'In ieder geval wilde oma niet, dat zij met deze man ging samenwonen.  Als ze dat wél deed, dan was ze niet meer welkom in de familie.'   'Wat erg!'  reageerde Zoë geschokt.

Geërgerd trok Ron zijn schouders op.  'Ze heeft er zelf om gevraagd.'  'Maar daar kan Naomi toch niks aan doen?' merkte Zoë op, verdiept in haar eigen gedachten, zonder te merken dat haar vader zich erg ongemakkelijk voelde.  'Nee, maar ik denk dat zij wel weet dat jullie haar nichtjes zijn en omdat zij van dat dunne vlashaar heeft, is ze waarschijnlijk jaloers op dat mooie haar van jullie.  Daarom wil ik jullie waarschuwen...  BLIJF UIT HAAR BUURT!'  zei hij nadrukkelijk.  'Wie weet wat er anders allemaal nog meer gebeurd.'

Het had Ron meer aangegrepen dan hij verwacht had en na een lange dag werken, zag hij er ineens uitgeput uit.  'Zo... en nou gaan jullie nog maar even buiten spelen tot het eten.  Mama roept jullie zo wel.'   'Pfffff...'  Een diepe zucht ontsnapte hem, toen hij zich als een zoutzak in zijn luie stoel liet vallen.  Eventjes... heel eventjes mijn ogen dicht, dacht hij.  Maar toen Gemma en de kinderen een half uurtje later aan tafel gingen, was het net of hij net was weggezakt.  Onder het eten werd er dan ook geen woord meer over gesproken en hoorden ze alleen het zachte geronk van de kleine Choco, die onder de tafel op de voeten van Bo lag te slapen.

 

Hoofdstuk 7.

 

Oktober 1970.

'Jullie mogen vandaag in groepjes aan jullie werkstuk werken,' meldde meester Liefkens die door een wolk van rook werd omgeven, aan zijn klas van tweeëndertig kinderen.  Hij drukte de zoveelste sigaret uit in een asbak die bijna overliep van de peuken.  Soms kotste hij zelf van al dat gerook.  Drie pakjes per dag stookte hij er doorheen.  Maar stoppen?  vroeg hij zich meerdere malen af.  Met zó'n luidruchtige zesde klas?  Hij was hier drie jaar geleden naar toegekomen en hoofd geworden van deze katholieke school.  Het spookte verschillende keren door zijn hoofd, dat het niet echt goed met hem ging.  De laatste maanden kreeg hij het toch wel steeds benauwder.  Hij haalde voor de zoveelste keer zijn schouders op, met de gedachte dat dat nog wel eens zou gebeuren.  Hij hield wel van zijn werk, maar soms wilde hij zich voor heel eventjes terugtrekken uit de drukte.

'Schuif alle bureaus maar aan de kant en overleg met degene met wie je het liefst aan dat werkstuk gaat werken en waarover.'  'Mag ik even naar de w.c. meester?' vroeg Zoë, die nu al een tijdje van de ene op de andere bil was gaan zitten.  'Ja ga maar, maar niet te lang wegblijven.'  Toen ze een paar minuutjes later de klas weer inkwam en naar het groepje meisjes liep die in de afgelopen jaren haar vriendinnen waren geworden, wachtte haar een onaangename verrassing.

Cathy, haar nichtje die ze totaal niet mocht, maar nou eenmaal bij haar in de klas zat en zich bij hun groepje zelf had opgedrongen, draaide zich met een air om naar Zoë.  Ze had gezien dat de meiden gezellig met elkaar hadden staan kletsen, maar op het moment dat Zoë zich bij het groepje wilde voegen, hield iedereen plotseling hun mond.  Sommigen durfden haar niet eens aan te kijken, anderen keken haar medelijdend aan.  Cathy, die tot haar ergernis altijd haantje de voorste was en iedereen altijd vertelde hoe iets moest, was degene die het woord deed.  'Nee Zoë, deze keer niet.  Waar wij over praten weet jij helemaal niets van,' zei ze met een bitse, triomfantelijke stem.  'Maar... met wie moet ik dan een werkstuk maken?' wist Zoë met een dichtgesnoerde keel uit te brengen.  'Weet ik veel!  Dan doe je dat toch samen met Lisa!' 

Zoë voelde beschaamd dat de tranen over haar wangen rolden.  Ze werd door dat kreng gewoon uit haar eigen vriendinnengroepje gezet.  'Doe toch niet zo kinderachtig!  Kijk, alleen dáárom mag je er al niet bij zijn,' beet Cathy haar nog eens met een gemene grijns toe.  'Ga eerst maar eens aan je moeder vragen hoe de kindertjes geboren worden.  Misschien kan je er dan nog eens over meepraten, maar nu in elk geval niet.'  Cathy draaide zich, het hoofd in haar nek gooiend, terug naar de rest van de groep en liet haar gewoon staan. 

Meester Liefkens had het hele incident van een afstandje gevolgd en had diep medelijden met de terughoudende Zoë.  Zoë was een lief kind, maar moest toch eens leren wat meer voor zichzelf op te komen.  De tranen zaten haar snel te hoog, waar ze bij haar vriendinnen geen punten mee scoorde.  Het nieuwe meisje Lieke, dat volgens de schoolnormen veel te modern gekleed was en daardoor opviel, was geliefd bij veel meisjes.  Ze wilden allemaal graag bij haar in de gunst komen, maar uiteindelijk had ze toch voor het groepje gekozen waar Zoë deel van uitmaakte.  Hij had ook gezien dat ze nog even hoopvol haar richting had uitgekeken of zij het misschien voor haar zou opnemen, maar zij richtte beschaamd haar blik op de grond.

Zoë draaide zich met een ruk om en wilde blindelings de klas uitrennen, waarop meester Liefkens haar nog net bij de arm kon grijpen en haar naar de gang begeleidde.  'Luister Zoë, ik begrijp hoe moeilijk dit voor je is, maar je moet proberen je te vermannen hoor.  Anders blijven dit soort dingen zich herhalen.  Meiden vinden het nou eenmaal vreselijk als iemand gaat grienen, dus probeer volgende keer je tranen in te slikken, voordat ze je helemaal links laten liggen.'  Zoë probeerde met alle geweld de steeds opnieuw opkomende tranen weg te slikken, maar het had haar nu eenmaal zo vreselijk geraakt, dat het brok in haar keel niet zomaar zou verdwijnen.  'Spoel je gezicht even af met koud water, dan is het zo over en ga dan samen met Lisa aan het werk,' zei Liefkens medelijdend.  'Je zal zien dat dat óók gezellig is.'

Zoë liep als een geslagen hond voor de tweede keer naar het toilet en waste haar gezicht af.  'O, wat vond ze het op dit moment erg dat Bo niet meer op haar school zat, want die zat al weer sinds twee jaar op het voortgezet onderwijs.  Alleen het idee dat zij altijd in de buurt was, zorgde er altijd voor dat ze zich wat meer op haar gemak voelde.  Zelfs met de schoolbus ging ze niet meer mee, omdat ze zulke verschillende lesuren had, dat ze voortaan op de fiets ging.  Eén voordeel had het wel, want Naomi was samen met haar van school afgegaan.  Dus daar hoefde ze niet bang meer voor te zijn.  

Schoorvoetend keerde ze na tien minuten terug naar de klas, waar Lisa op haar zat te wachten.  'Wat zullen we gaan doen Zoë?  Waar zullen we een werkstuk over gaan maken?'  Op dat moment voelde ze zich groeien, toen bleek dat Lisa het graag aan haar overliet, wat haar meteen weer wat meer zelfvertrouwen gaf.  Plotseling moest ze denken aan ome Peet, de broer van haar moeder, die een aantal jaren geleden naar Australië was vertrokken, omdat ze de koude winters hier zat waren.  Altijd mooi weer was het daar. Zoë begon langzaam weg te dromen in een wereld waar het altijd mooi en gezellig was en rechtte ineens haar tengere gestalte, waarna ze haar blik op Lisa richtte.

'Ik weet het!  We gaan naar Australië!'  'Australië?'  Lisa probeerde in te schatten hoe ze daar nou ineens op kwam.  'Nou weet je, ome Peet woont daar en die wil vast wel wat foto's opsturen en vertellen hoe het daar is.'  'Nou goed hoor,' zei Lisa schouderophalend.  'Het maakt míj niet uit, als er maar wat op papier komt.'  Zoë was wel eens een beetje jaloers op Lisa, die overal zo makkelijk mee omging.  Zal zíj nooit eens huilen? dacht ze, haar even snel stiekem aankijkend. 

'Hé, Zoë!' hoorde ze opeens de irritante stem van Cathy weer, waardoor ze weer werd terug gesleurd naar het vervelende voorval.  'Weet jij nou echt helemáál niks over seks?  Weet je wel dat je over een poosje ongesteld gaat worden en dat de jongens je gaan zoenen?  Weet je wel wat het woord 'geil' betekent?'  Zoë had wel gemerkt dat Bo op haar nieuwe school wel eens een vriendje had, maar verder had ze nooit gevraagd.  Ze voelde het schaamrood naar haar wangen stijgen en wist niet wat ze zeggen moest.  'Zie je wel!' bitste Cathy.  'Je bent gewoon nog een klein kind en kleine kinderen horen niet bij grote mensenpraat te zijn!'

'Zoë, eet wat meiske.  Je hebt nog geen hap naar binnen,' zei Gemma, die haar al een paar keer onderzoekend had aangekeken.  Ze was weer erg in zichzelf gekeerd thuis gekomen en ze had nog geen woord gezegd.  Wat zou er toch aan de hand zijn?  vroeg Gemma zich af.  Na het eten zal ik toch maar eens even met haar praten.  Zoë roerde een beetje in haar eten en nam twee hapjes, waarna ze haar vork weer neergooide.  Ze schoof met een ruk haar stoel naar achteren en liep de deur uit.  Pakte Choco op en liep de trap op naar haar kamer.

Ron en Gemma keken elkaar even schouderophalend aan en maakten zelf hun borden leeg, waarop Gemma meteen opstond om de tafel op te ruimen.  'Zoë!' riep Gemma naar boven.  'Kom je even afdrogen?'  Gemma stond onder aan de trap te wachten, tot ze het zachte gekraak van de plankenvloer hoorde.  Zoë pakte zonder iets te zeggen de theedoek en begon aan haar taak.  'Wat is er toch aan de hand Zoë?  Is er iets gebeurd op school?'  Ze bleef het bord dat ze in haar handen had zorgvuldig afdrogen, alsof het op dat moment haar grootste bescherming was.  'Mam...'  Gemma zag haar eerst een keer moeilijk slikken voordat ze verder ging.  'Wat is geil?'  Gemma liet geschrokken de lepel die ze net in haar handen had, weer terug plonsen in het water.  'Hoe kom je dáár nou bij?'  'Nou, dat hoorde ik op school en Cathy lachte me uit omdat ik het niet wist.'  Gemma pakte de handdoek en droogde omslachtig haar handen.  'Dat betekent 'vies' Zoë,' waarop ze zich omdraaide en naar de kamer liep, waar ze met de deurknop in haar handen bleef staan.  'Pap, geil betekent vies of smerig hè?' 

Zoë hoorde haar vader niet antwoorden, maar zag haar moeder knikkend de keuken weer inkomen, ervan uitgaande dat Zoë nu antwoord had op haar vraag.  Maar Zoë wist gevoelsmatig dat ze niet het goede antwoord op haar vraag had gekregen, want waarom zouden ze daar nou zo geheimzinnig over doen op school?  Toen ze klaar was met afdrogen, ging ze zonder nog een woord te zeggen naar boven, naar de slaapkamer van Bo.  Het was vrijdag en dan bleef zij altijd bij een vriendin slapen en zaterdag's kwam ze dan weer op de fiets naar huis.  Bo had er altijd een hekel aan als iemand anders aan haar spullen zat.  Maar ja, wat niet weet wat niet deert, zei haar moeder altijd.

Zoë keek langzaam in de rondte in de kamer van haar oudere zus.  Posters van popmuzikanten sierden haar muren.  Er stond een pick-up op het kleine tafeltje naast haar bureau, waar nog het nieuwe singeltje op lag van Steve Miller.  Ze keek nog even steels naar de deur of er niemand aankwam die haar kon betrappen en trok een lade open van haar kast.  Ze opende het rode, vierkante doosje dat als eerste haar aandacht trok.  Armbandjes, een kettinkje...  en een pasfoto van een jongen!  Zou ze daar mee gezoend hebben?  dacht Zoë,   die met haar mond openstond bij de gedachte alleen al.  Er zaten wel jongens bij haar in de klas, maar de gedachte was nog nooit bij haar opgekomen dat die je konden zoenen.  Toen ze nog wat verder rommelde in het doosje, kwam er ook nog een aansteker tevoorschijn.  'Wat moet ze daar nou mee?  dacht Zoë verbaasd.  Maar toen ze de slipjes en... ohh, een b.h. tevoorschijn haalde, vond ze daaronder een pakje sigaretten, waar er nog zes in zaten.

In eerste instantie was ze gebiologeerd door de sigaretten, maar al snel ging haar aandacht weer uit naar de mooie, wit kanten b.h.  Droeg Bo die?  vroeg ze zich verbaasd af.  Ze stopte alles weer gauw terug op z'n plek, maar hield de b.h. nog in haar handen en ging voor de grote spiegel staan.  Ze liet haar blik over haar eigen tengere lichaam glijden.  Ze hield het witte kant tegen haar bovenlichaam, maar schoot bij het beeld meteen in de lach.  Ongelovig, dat ze ooit zoiets zou kunnen dragen.  Want er was bij haar niets, maar dan ook niets te zien waar dit mooie kledingstuk omheen zou passen.

Plotseling drong er een geluid van beneden door naar boven en geschrokken propte ze het ding snel terug waar het vandaan kwam.  Toen ze merkte dat er niemand naar boven kwam en dat ze ook niet geroepen werd, liet ze zich languit op het bed van Bo vallen en dacht terug aan de gebeurtenissen van vandaag.

'Zoë!' hoorde ze haar moeder ineens roepen.  'Kom Choco even halen, want die staat onder aan de trap te janken!' Ze roffelde de trap af en pakte het kleine ding op, om er vervolgens mee aan tafel te gaan zitten.  Ze wilde het er eigenlijk met haar moeder over hebben, hoe ze het aan moest pakken om foto's en informatie te pakken te krijgen voor hun werkstuk.  Maar mama zat in de voorkamer achter de naaimachine en papa was even naar oma om naar de kachel te kijken.

Ze keek zwijgend naar de kleine Choco, die gerieflijk zijn plekje op haar schoot had gevonden en keek vervolgens naar de t.v., die aanstond zonder dat er iemand naar keek.  Eigenlijk was ze er niet echt aan gewend ernaar te kijken, want ze was nou eenmaal geen kind dat lang achter elkaar stil kon zitten.  Maar op de één of andere manier wisten de beelden toch haar blik vast te houden.  Ze zag een oudere man en een vrouw tegenover elkaar aan tafel zitten en ónder die tafel zag ze een jongen van ongeveer haar leeftijd, die zich daar ongetwijfeld had verstopt.  Wat ie daar deed, was haar tot nog toe een raadsel, maar plotseling zag ze de vrouw haar benen uit elkaar doen, waarop de jongen met een hoog rode kleur dichterbij kwam om het goed te kunnen zien.  Toen hij ver genoeg tussen haar benen zat en zijn hoofd verder naar voren boog, werden de benen met een klap tegen elkaar geslagen, waardoor de jongen gevangen zat tussen haar knieën.  Als een pijl uit een boog schoot hij onder de tafel vandaan, waarop de vrouw haar hoofd in haar nek gooide en het uitbulderde van het lachen.

'Wat ben je stil Zoë?' hoorde ze de stem van haar moeder vanuit de voorkamer.  Ze was het voorval van daarstraks blijkbaar al weer vergeten en ze probeerde zichzelf ook snel te herstellen van hetgeen ze net had gezien.  'Nou mam, we moeten op school een werkstuk maken en we mogen zelf bedenken waar het over gaat.  Nou dacht ik zo, om het te doen over Australië, waar ome Peet woont.  Maar weet jij hoe ik dan aan informatie moet komen?'  'Hé, dat is een goed idee van jou.  Weet je wat?  Het is toch weekend.  Dan gaan we zondag samen een brief schrijven aan de ambassade van Australië en dan doen we net of we plannen hebben om te emigreren.  Dan sturen ze vast wel wat op.'  'Maar hoe weten we dan het adres daarvan?'  'Ik zal maandag wel eens naar het V.V.V. kantoor bellen.  Die weten dat vast wel te vertellen.'  Blij dat ze niet betrapt was op het kijken naar een stuk op t.v. dat zeker weten niet voor haar ogen bedoeld was, liep ze naar de douche om haar tanden te poetsen, gaf haar moeder een nachtkus en liep met Choco in haar armen naar boven.

 

'Hoe is het met jullie werkstukken?  Zijn er al vorderingen?'  vroeg meester Liefkens een week nadat zij er opdracht voor hadden gekregen, met een ongeïnteresseerde stem.  'Zoë en Lisa?  Hebben jullie al een onderwerp gekozen?'  'Jááá,' zei Zoë, met haar hoofd geestdriftig knikkend.  'Ik heb samen met mijn moeder een brief geschreven naar de ambassade van Australië, waar mijn oom woont.  Dus nu zitten we op post te wachten.'  'Geweldig,' knikte hij afwezig.

Iedereen had zo langzamerhand wel in de gaten gehad, dat er vanmorgen geen drie pakjes sigaretten op zijn bureau lagen zoals elke ochtend het geval was.  Misschien was hij daarom wel zo kort aangebonden.  Of ze het allemaal aangevoeld hadden dat de meester vanochtend niet in zo'n beste stemming was, hadden ze zich allemaal rustiger gehouden dan normaal.  Ze zagen dat hij de bovenste lade van zijn lessenaar opentrok en er een stapel papieren uithaalde, die hij voor zich neerlegde.  'Jullie krijgen zo meteen allemaal een brief mee, die jullie moeten meenemen naar huis.  Laat 'm door jullie beide ouders doorlezen en breng 'm dan morgen ondertekend mee terug naar school.'

Alle leerlingen keken hem nieuwsgierig aan, maar voor iemand iets kon vragen ging hij verder.  'We hebben vanuit school een ouderavond georganiseerd, waarbij jullie ouders worden voorbereid op een seksuele voorlichting die hier volgende maand voor jullie zal plaatsvinden. Maar we willen eerst weten of jullie ouders het daar mee eens zijn.'  Zoë voelde hoe het zweet haar uitbrak, toen ze zag dat de meeste klasgenootjes haar richting uitkeken.  Beschaamd liet ze haar hoofd zakken, zodat ze deze blikken niet hoefde te zien.

Nadat iedereen zijn of haar brief had ontvangen en de jongens in de klas er een geintje over maakten, beval  meester Liefkens dat het onderwerp voor nu was afgesloten en dat ze over gingen tot de orde van de dag.  'Zorg dat je erbij bent Zoë Lankhorst!  Dan weet je eindelijk waar we het over hebben,' fluisterde Cathy gemeen achter haar, nadat ze haar eerst een venijnige por in haar rug had gegeven.  'Cathy, hou daar onmiddellijk mee op!  Anders ga je maar een poosje op de gang staan!' bulderde Liefkens met een kwaadaardige blik in zijn ogen.  'Jullie zullen nu een poosje alleen moeten werken, want ik moet nog even iets met een andere docent bespreken.  Ik wil dat jullie een opstel gaan maken met een onderwerp naar eigen keuze.  Over een uurtje ben ik terug,' waarop hij opstond en het klaslokaal verliet.

Na de uitval naar Cathy van zonet, had niemand het hart om ook nog maar één woord te zeggen en toen hij een uurtje later terugkwam, kon je een speld horen vallen.  Hij kroop weer achter zijn bureau en zweeg tot ze allemaal opschrokken, toen vijf minuten voor de klok van twaalf uur ineens zijn stem als een donderslag door het lokaal galmde.  'Waar ben jíj in godsnaam mee bezig Jelle Rozendael?'  Alle hoofden draaiden zich verbaasd naar Jelle.  Nieuwsgierig waarom de meester zo uitviel.  'O... niks meester... Ik ruim alleen mijn spullen op.'  'Waarom denk jij dat dat al mag hè?  Het is nog niet eens tijd!  Ben je nou helemáál gek geworden?' bulderde Liefkens, waarop de stoel waar hij op gezeten had naar achteren werd gegooid en met een harde klap op de grond terecht kwam.

Iedereen keek met een hoogrode kleur bij zoveel sensatie naar de stampvoetende meester, die regelrecht op Jelle afliep.  Aan zijn arm rukte hij hem achter zijn lessenaartje vandaan.  De ene klap na de andere hoorden ze vallen, terwijl de kleine gestalte van Jelle van de ene hoek naar de andere hoek van de klas werd geslagen.  Liefkens was buiten zichzelf van onredelijke woede.  Hij voelde zich zo machteloos tegenover zichzelf en de rest van de wereld, dat de tengere Jelle het op dat moment flink moest ontgelden.

Zoë zat lamgeslagen in haar stoel en probeerde zich zo klein mogelijk te maken.  Ze liet zich langzaam steeds verder onderuit zakken voor het geval hij haar óók ineens zou zien zitten.  Maar zo snel als het begonnen was, was het ook weer afgelopen.  Ze zagen dat Jelle rillend van angst weer op zijn stoel werd gedrukt, waarop de verlossende bel klonk.  Jelle schoot als het weerlicht de klas uit, waarop iedereen hem van het schoolplein zag schieten alsof de duivel hem op de hielen zat.  Langzaam kwam de rest van de klas in beweging om het lokaal te verlaten.  Zo stil was nog nooit iemand aan het weekend begonnen.

 

 

'We willen gewoon níet dat je daar heen gaat Zoë!' sneerde Gemma, terwijl ze bezig was met het avondeten.  Zoë liep de hele dag al op hete kolen, omdat ze wist dat ze gisteravond naar die beruchte ouderavond waren geweest en waar ze al bang voor was, gebeurde dus echt...  'Maar mam, dan ga ik zéker gepest worden,' riep ze uit met een wanhopige klank in haar stem.  'Iederéén gaat en ik word er nou al mee gepest dat ik nog helemaal niks weet!'  Geschrokken van haar eigen uitlating, draaide ze zich om en rende snikkend naar boven, Choco beledigd blaffend achterlatend. Op dit moment had ze even geen oren naar het jankende beestje.

Machteloos beukte ze met haar vuisten op het kussen, terwijl ze haar gezicht erin begroef.   'Waarom doen ze nou altijd zo moeilijk?' vroeg ze zich hardop woedend af.  Ze voelde zich  in de steek gelaten, alsof ze de enige op de wereld was.  Geschrokken ging ze ineens rechtop zitten en alleen al bij de gedachte kromp ze al zover in elkaar, zodat ze nog kleiner leek dan ze al was.  'O néé!'  Ze sloeg haar handen voor haar gezicht en draaide zich nog harder huilend weer op haar buik.  Ze kon niet meer naar school.  Ze kon zich gewoon niet meer vertonen.  Ze zullen me uitlachen...  Ik zal van schaamte niet meer weten waar ik het zoeken moet...

'Zoë?  Papa en ik hebben het er nog eens over gehad...'  Zoë was in gedachten zo met haar eigen problemen bezig, dat ze haar moeder niet eens had horen binnenkomen.  'We vinden persoonlijk dat je aan die beelden die wij op dia's hebben gezien nog lang niet toe bent, maar we beseffen wel dat we je niet als enige uit de klas kunnen weghouden.  Daarom hebben we besloten dat je er maar wel naar toe moet gaan.'  Zoë haalde verbaasd haar handen van haar ogen en wist even niet of ze het wel goed had gehoord.  Haar ogen waren gezwollen van het huilen en Gemma wist dat ze het niet kon maken haar als enige van de klas niet te laten gaan.  Hoewel ze er in principe niet voor was.

Medelijdend keek ze haar middelste dochter nog even aan.  Groot worden valt ook om de donder niet mee, dacht ze hoofdschuddend.  'Kom naar beneden nu Zoë, want je eten wordt koud,' waarop ze zich omdraaide en er verder geen woord meer over vuil maakte.  Opgelucht snikte Zoë nog even na van de flinke huilbui en schoof vijf minuten later schoorvoetend aan tafel.

 

'Zo Zoë Lankhorst,' sneerde Cathy vier weken later, toen de lang verwachte dag was aangebroken.  'Heb je toestemming van je moeder gekregen om bij de clan te gaan horen?' Zoë voelde zich kleuren tot achter haar oren, maar koos ervoor er niet op te reageren.  Ze had lang genoeg de hatelijke opmerkingen van Cathy moeten slikken en was blij dat het dan eindelijk over zou zijn.  Eindelijk kon ze straks meepraten met de geheimzinnige gesprekken die haar klasgenootjes vaak voerden.

Meester Liefkens was in de tussentijd nog bezig de laatste hand te leggen aan het projectiescherm, dat blijkbaar door de zon verlichte dag nog nét teveel licht opving, waardoor het beeld straks niet scherp genoeg zou zijn.  Toen hij zich een kwartiertje later naar de klas omkeerde, verstomde het geroezemoes, dat af en toe irritant en oorverdovend werd.  'Zo, nu hebben jullie wel genoeg kunnen kwekken.  Het lijkt hier verdorie af en toe wel een echt kíppenhok!' bromde Liefkens met een diepe frons op zijn voorhoofd.

'Voor we van start gaan, wil ik eerst nog even terugkomen op het voorval met Jelle een aantal weken geleden...  Ik was er eerder niet aan toe om er over te praten...  Omdat ik gestopt was met roken, was ik te geïrriteerd en was bang dat ik weer boos zou worden, maar de tijd is er nu wel rijp voor,' sprak hij zachtjes en ogenschijnlijk beschaamd.  'Om diezelfde reden ben ik toen ook zo uit mijn slof geschoten en er is verder geen enkel excuus voor.' Met stomme verbazing waren alle leerlingen er getuige van, dat bij deze grote man als bij een klein kind de tranen over zijn wangen liepen.  'Ik weet,' ging hij moeizaam verder, met zijn blik onophoudelijk op zijn lessenaar gevestigd,  'dat het onvergeeflijk is wat ik heb gedaan...  maar zou toch aan Jelle mijn welgemeende excuses willen aanbieden.'

Langzaam ging zijn hoofd omhoog en draaide zijn gezicht in de richting van Jelle, die ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer zat te draaien, terwijl de spanning in de rest van de klas te snijden was.  'Jelle, zou je alsjeblieft mijn welgemeende excuses willen aanvaarden?  En ik wil er op aanvullen dat zoiets nóóit, maar dan ook nóóit meer zal en mag gebeuren.'  Liefkens keek strak naar het gezicht van Jelle, die nog steeds naar zijn bureaublad zat te staren.  Een klein knikje van zijn hoofd was de verlossing waar de meester op had gewacht.  Een diepe zucht van opluchting ontsnapte aan Liefkens' keel, waarop hij opstond uit zijn stoel als afsluiting van het onderwerp.

'Goed, dan gaan we nu over tot de orde van de dag.  Ik zal deze voorlichting niet alleen gaan geven, maar zal begeleidt worden door mijn vrouw, die uitleg zal geven over de dia's die we straks gaan tonen.'  Op dat moment kwam er een donkerharige vrouw, met een vriendelijk gezicht, de klas inlopen, die zich voorstelde als mevrouw Liefkens.  'Nou kinderen, de grote dag is aangebroken.  Voor sommigen zal het misschien al een bekend onderwerp zijn, maar er zullen ongetwijfeld kinderen zijn voor wie dit een geheel nieuw gebeuren is.  Voel jullie alsjeblieft niet bezwaard om vragen te stellen,' zei ze vervolgens met nadruk.  'Ik begrijp dat het een heikel onderwerp is, maar belangrijk genoeg voor de rest van jullie leven.  En wat ook erg belangrijk is, dat jullie er voor waken dat er géén misbruik van gemaakt wordt,' besloot ze haar pleidooi met een veelbetekenende blik.  

Toen de apparatuur in gereedheid werd gebracht en de eerste dia op het grote scherm te zien was, zat Zoë op het puntje van haar stoel.  Met open mond staarde ze naar een tekening, wat volgens mevrouw Liefkens een afbeelding was van de baarmoeder met eierstokken.  Zoë's eerste geestdrift zwakte voor de helft af, want ze had meer het idee dat ze in een gewone biologieles zat.  Zo volgden nog vele dia's als zijnde tekeningen van voortplantingsorganen en de uitleg van mevrouw Liefkens.  Ze probeerde er wel zo veel mogelijk haar aandacht bij te houden, bang dat ze door af te zwakken dingen zou missen, die wél heel belangrijk zouden zijn.

Plotseling verscheen er inplaats van de zich steeds aandienende tekeningen, een levensgrote foto op het scherm van een spiernaakte man.  Zoë's ogen vielen bijna uit haar hoofd.  Beschaamd wilde ze ineens haar gezicht weer in de plooi trekken, toen ze recht voor zich een paar meisjes met dezelfde uitdrukking op hun gezicht zag.  Ze was dus niet de enige die dit beeld voor het eerst zag.  Opluchting gleed over haar gezicht.  Belangstellend richtte ze haar blik weer op de foto en veroorloofde zichzelf om wat beter te kijken.

'Dit is wel de ontspannen toestand hoor,' hoorde ze mevrouw Liefkens lachend zeggen.  'Als er sprake is van seksuele aantrekkingskracht, dan vergroot het geslachtsdeel zich,' voegde ze er veelbetekenend aan toe.  Zoë's hersenen draaiden op volle toeren en probeerde het moment van afkeer zoveel mogelijk te verdoezelen.  Jeetje, dacht ze.  Zo ziet mijn vader er dus ook uit, zich realiserend dat ze hem nog nooit naakt had gezien.  Ja, in een zwembroek.  Het ging altijd erg geheimzinnig bij haar thuis.  Ze had haar moeder weleens door het figuurglas van de keuken zien wegrennen de douche weer in, toen ze hoorde dat er iemand van de trap af kwam.  Dus eigenlijk wist ze ook van haar niet hoe ze er uitzag.

Er waren nog wat meer foto's van dien aard gevolgd, maar ook van een naakte vrouw.  Nou, ze wist nu in elk geval hoe een naakte volwassene er uitzag.  Dat was tenminste een belangrijke aanvulling op haar kennis.  Maar verder was ze toch wel wat teleurgesteld.  Ze had al die tijd het idee gehad, dat haar klasgenoten toch wel over geheimzinnige dingen hadden gesmoest.  Ze wist nu wel hoe het theoretisch in elkaar zat, maar de kreten die in de volksmond gebruikt werden, zou ze nog een aantal jaren over gaan doen, voor ze wist wat het allemaal betekende.

Toen het licht in de klas terugkeerde, doordat mevrouw Liefkens de gordijnen weer opende, steeg er een gemompel in de klas op, van leerlingen die even wilden napraten over wat ze zojuist hadden gezien.  'Nou weet je nog niet genoeg hè?' bitste Cathy in haar oor.  'Nou, de vieze woorden leer je gauw genoeg.'  Zoë draaide haar hoofd niet eens om en toen de schoolbel klonk om het weekend in te luiden, stond ze op met Lisa in haar kielzog, om naar de schoolbus te gaan.  Ze zeiden weinig tegen elkaar tijdens de terugrit, want ieder had haar eigen gedachte.  Zelfs 's avonds aan tafel was er niemand die aan haar vroeg hoe ze de voorlichting ervaren had.

Is het dan iets waar je je voor moet schamen? vroeg ze zich verwonderd af.  Iedereen ziet er dan toch zo uit?  Ze moest ineens terugdenken aan die prachtige zomermiddag, dat ze met Petra een tent gebouwd had en ze verstoppertje waren gaan spelen.  Ze hadden rond het schuurtje gerend met hun onderbroek op hun knieën, bedoeld als spelletje wie hem het eerst durfde te laten zakken.  Ze hadden de grootste schik gehad en stiekem had Zoë het best wel lekker gevonden zo in haar blote bips rond te lopen.  Maar door hun enthousiaste gegil en zich van geen kwaad bewust, hadden ze hun moeders naar buiten gelokt, waarbij ze allebei aan hun arm waren meegesleurd naar binnen.  Of Petra op haar kop had gekregen had ze later nooit gehoord, maar ze zou nooit vergeten hoe kwaad haar eigen moeder op haar was geweest.  Ze had Zoë de rest van die prachtige middag naar haar kamer gestuurd en tijdens het avondeten, waar ze dan bij gods gratie wel voor geroepen was, werd ze domweg door haar ouders genegeerd, alsof ze gewoon lucht was.

Vanaf die tijd had ze begrepen, dat ze met niets van dien aard bij haar ouders terecht zou kunnen.  Het onderwerp werd doodgezwegen, waardoor het voor Zoë een spannende dimensie kreeg.  Ze probeerde steeds meer van haar vriendinnen op school op te vangen, maar waakte ervoor hun vragen te stellen, zodat het niet zou overkomen alsof ze nog láng niet alles wist.  Ze merkte wel dat de meisjes er toch nog steeds lichtelijk geheimzinnig over deden, maar dat deerde haar steeds minder.  Ze wist nu in elk geval waar ze het over hadden.

Zoë werd ineens uit haar overpeinzingen gerukt, toen ze vanaf de tafel Lisa langs het kamerraam zag huppelen.  Tenminste, ze herkende haar ondeugende gezicht, maar verder leek ze totaal niet meer op degene die ze elke dag zag.  Ze duwde haar stoel naar achteren en rende naar de bijkeuken, om goed te kunnen zien waarom Lisa er in dat korte moment zo anders uitzag.  Zoë staarde haar even sprakeloos aan, maar heel snel daarna stootte ze spontaan uit:  'Oooohh, wat léuk!'  Lisa leek nog ondeugender dan ze al was door haar kort geknipte haren.  Ze maakte vrolijk een pirouëtje,  om zich van alle kanten te laten bekijken.  'Wie heeft dat zo gedaan?' wilde Zoë nieuwsgierig weten.  'Dat wil ik óók wel!'  'Weet je dat wel zeker meid?  Jíj hebt tenminste mooie haren,' riep Lisa verschrikt uit.

Maar Zoë was plotseling vastberaden.  Ze trok haar aan haar arm en loodste haar mee naar de kamer, waar iedereen nog aan tafel zat.  'Kijk eens mam!  Lisa heeft haar haren laten knippen en dat wil ík ook!'  'Nou nou Lisa, jíj durft!'  reageerde Gemma verbaasd.  'Maar het staat je wel leuk hoor.  Dat moet ik eerlijk zeggen.'  Lisa werd wat verlegen door alle aandacht en begon al een paar stappen achteruit te zetten.  'Nou, ik ga weer,'  wendde ze zich weer tot Zoë.  'Ik mocht van mijn moeder niet te lang wegblijven, omdat het al weer zo gauw donker wordt.'  

Het was najaar en inderdaad, toen ze haar door de poort hadden zien huppelen, was het al goed schemerig geweest en het werd heel snel donker.  'Ja ga maar gauw,' moedigde Gemma haar aan.  'Ik wil niet dat je moeder zich ongerust gaat maken.  Moet ome Ron anders even met je meelopen?'  Ze voelde de blik van Ron heel snel op zich gevestigd, waarop ze eigenlijk meteen spijt had van haar voorstel.  Het was vrijdagavond en dan was hij het goed zat na een lange week werken.  Opgelucht zag ze Lisa meteen nee schudden.  'Nee hoor tante Gem.  Ik ren weer als een speer naar huis.  Ik ben er zo.  Ik wilde alleen maar even gauw mijn haar aan Zoë laten zien.'  Voor iedereen gedag had kunnen zeggen, zagen ze haar al weer langs het raam rennen en verdween snel in de duisternis.

'O mam, mag ik dat ook?' bedelde Zoë.  'Waarom zou je dát nou willen meiske?  Je hebt van die mooie haren!'  Ron keek geschrokken naar zijn mooie, blonde dochter.  Hij was altijd gek op de bossen haar van zijn meiden en nou wilde er één plotseling door een stomme vlaag van verstandsverbijstering de schaar erin laten zetten.  'Nou gewoon,'  pruilde Zoë.  'Ík vind het vreselijk mooi!  Het groeit vanzelf wel weer een keer aan hoor pap,'  probeerde ze haar vader gerust te stellen en draaide haar hoofd weer meteen naar haar moeder, die ook al zo bedenkelijk keek.  'Aahh mam, mag ik?'  'Nou, het is nu vrijdag.  Je hebt het hele weekend de tijd om er over na te denken.  Als je er maandag nóg zo over denkt, dan kunnen we dan alsnog beslissen,' was Gemma's laatste woord hierover.  Als het eenmaal maandag is, is ze het allang weer vergeten, dacht Gemma onbezorgd.  Zich er totaal niet van bewust dat Zoë's besluit al vast stond.

Toen Zoë maandagochtend wakker werd en voelde hoe de harige Choco op haar lag, kwam er een verwachtingsvolle gedachte bij haar op.  Ze hád er inderdaad het hele weekend over nagedacht en ze wilde persé haar haren laten afknippen.  Ze had zeker een uur doorgebracht voor de spiegel en had niet naar haar mooie haren gekeken, maar alleen zichzelf maar voor de geest gehaald met haren zoals Lisa.  Ze had voor het eerst niet kunnen wachten tot het maandag was, maar nu moest ze haar moeder nog zien over te halen dat ze vanmiddag naar de kapper mocht.

Voorzichtig probeerde ze Choco van zich af te duwen, maar die gaf met een korte kreun aan dat hij nog helemaal niet wakker wilde worden.  'Straks heb jij meer haar dan ik Choco,' fluisterde ze zachtjes.  'Slaap jij nog maar even verder.  Ik moet mama nog even aan haar hoofd zeuren.'  Ze sprong haar bed uit, de slapende Choco achterlatend en roffelde al klaar wakker de trap af, de eetkamer in, waar Gemma al aan tafel zat om brood voor de meiden klaar te maken.  'Zo meisje, jíj bent al vroeg uit de veren,' merkte Gemma op, terwijl er argwanend een wenkbrauw omhoog ging.  'Ja mam, ik denk...  ik wil...  Nou ja, je weet wel...  Ik wil gewoon naar de kapper en je zei...'  'Ik weet wat ik gezegd heb Zoë.  Wil je het nog steeds dan?'  'Ja mam.  Ik weet het écht zeker.  Het groeit vanzelf weer aan toch?' bedelde Zoë weer.

Nou ja, dacht Gemma.  Ze komt er vanzelf achter.  Dit is ook iets wat ze zelf moet ondervinden, terwijl ze Zoë met lede ogen aankeek.  Ze heeft zulk mooi haar.  Hoe haalt ze het in vredesnaam in haar hoofd.  Maar ik kan haar natuurlijk niet dwingen haar haren te houden als ze dat zelf niet wil.  'Oké Zoë, als je dan zó graag wilt zal ik je geld meegeven en dan moet je maar kijken.  Maar wanneer wil je dan gaan?  De schoolbus wacht vanmiddag niet hoor.'  'Ik ga tussen de middag en vraag of Lisa met me meegaat.'  De bijdehand heeft het ook allemaal al geregeld in de twee afgelopen dagen, dacht Gemma wrang.  Ron zal dit niet leuk vinden, dacht ze, terwijl ze haar portemonnee uit de la pakte.  'Doe het wel zelf in een portemonnee, anders ben je het kwijt voordat je bij de kapper bent,' zei ze streng.  Zoë pakte geestdriftig het geld aan en huppelde gewoon de trap op, om het geld weg te bergen.  Ze kon niet wachten tot het middag was.

'Dat durf jij vást niet,' was nou al tot drie keer toe door klasgenootjes tegen haar gezegd, toen ze samen met Lisa op school was aangekomen en haar uitgebreid bewonderd hadden.  'Écht wel!' zei Zoë zo overtuigend mogelijk.  'Tussen de middag ga ík naar de kapper!'   'Lisa, je gaat toch mee hè?  vroeg ze meteen waar de meisjes nog bijstonden, om ze nog meer te overtuigen, waarop Lisa alleen maar knikte.  Ze kon nauwelijks haar aandacht bij de les houden, zo spannend vond ze het, om eindelijk weer eens iets nieuws te kunnen doen.  De klok wilde in haar beleving gewoon niet verder lopen.  Ze had er wel tien keer op gekeken, tot eindelijk de verlossende bel klonk en ze met een hoogrode kleur van opwinding Lisa aankeek.

'Kom op Lisa!  Schiet nou op!' zei ze ongeduldig, toen ze Lisa een boterham uit haar trommeltje zag halen.  'Je kan zo meteen ook nog een boterham eten.'  Zoë kon sowieso geen hap door haar keel krijgen van de zenuwen en trok Lisa aan haar mouw, die al lopend aan haar brood begon.  Toen ze vijf minuten later in de kappersstoel mocht plaatsnemen, waarbij ze meteen zichzelf zag in de levensgrote spiegel en de kapster achter haar kwam staan, kon ze niet meer wachten tot ze zou beginnen.  Maar het meisje dat dralend naar haar schaar zocht, maakte nog niet zo snel aanstalten om te beginnen.  'Weet je dit wel zeker?' vroeg ze met een ernstige blik.  'Je hebt wel heel mooi haar en het duurt weer een tijd voor het weer aangegroeid is hoor,' probeerde ze nog om Zoë van gedachten te doen veranderen.  Maar ze was vastberaden en knikte alleen maar, wachtend op wat komen ging.

Nadat de kapster haar een soort schort had voorgedaan, begon ze voorzichtig met het knippen van een pony, met de bedoeling dat als ze ineens van gedachten zou veranderen, ze haar lange haar nog met een pony kon dragen.  Maar Zoë gaf geen krimp en zag zo zoetjes aan haar blonde lokken verdwijnen.  De kapster keek af en toe even naar haar gezicht en zag medelijdend dat Zoë toch even tranen in haar ogen kreeg en ze knipoogde naar Lisa.  Waarom dit meisje van haar prachtige haardos af wilde, was voor haar een groot raadsel.  Maar ja, het was nou eenmaal haar werk.  Toen ze de grote schort afknoopte en met een borstel nog even de losse haren uit haar nek veegde, keek Zoë allang niet meer in de spiegel.  Ze betaalde het meisje het gevraagde bedrag en liep zwijgend met Lisa de deur uit.

Toen later haar klasgenootjes om haar heen dromden om het lef en het resultaat te bewonderen, zweeg ze nog steeds in alle talen.  Papa en mama keken alleen maar naar haar, toen ze 's avonds aan de warme maaltijd zaten, maar hadden er geen woord over gezegd.  Hun hart bloedde om de verdwenen weelde.  Zoë zelf ging later naar bed, zonder ook nog maar één blik in de spiegel te werpen.  Vanaf het moment dat ze nog in de kappersstoel had gezeten, had ze zich met een dichtgesnoerde keel voorgenomen, dat ze niet meer in de spiegel zou kijken voor ze haar eigen hoofd weer terug had.  Ze vond het afschúwelijk.  Ze trok Choco dicht tegen zich aan, alsof ze troost wilde putten uit dat kleine, harige lijfje.  Zelfs híj had haar bevreemd aangekeken, maar toen ze hem riep en hij haar stem had herkend, was het vertrouwen er meteen weer geweest.

Hoe had ze ooit zó stom kunnen zijn.  Toen ze de kapperszaak was uitgelopen en automatisch haar haren achter haar oor wilde duwen, in de vloeiende beweging die ze haar hele leventje al gewend was, had ze het liefst in huilen uitgebarsten om zoveel stommiteit.  Wat had de kapster ook weer gezegd?  Het duurt een hele tijd voor het weer aangegroeid is hoor.  Ze had op dat moment het liefst in haar vertrouwde bed willen duiken, haar gezicht verstoppen in het kussen en alleen maar willen huilen en er pas weer uitkomen als het haar weer lang zou zijn.  Nooit, maar dan ook nóóit zou ze meer een schaar in haar haren laten zetten.

Uren later viel ze pas in slaap.  Getroost door het vertrouwde gekreun van de kleine Choco, met een gezichtje dat nog nat was van de vergoten tranen.

 

Hoofdstuk 8.

Januari 1971.

Záterdag, was de eerste gedacht die bij Zoë opkwam toen ze haar ogen opende.  Ze zat meteen rechtop in bed, maar trok toch maar weer snel de dekens om zich heen, toen de kou fel door haar dunne nachtjaponnetje heen drong.  Ze wilde kijken.  Ze wilde weten of het eindelijk dan zover was.  Het had al een week flink gevroren en ze had gisteren samen met Bo achter het raam zitten kijken, hoe ze verlichting aanbrachten langs de ijsbaan.  Hardnekkig probeerde ze de dekens om zich heen te houden, terwijl ze rechtop ging zitten om uit het raam te kunnen kijken.  Maar haar rug voelde al heel snel koud aan.  Toen ze het gordijn opzij schoof om naar buiten te kunnen kijken, dacht ze meteen hoe stom dit eigenlijk was.  Al drie dagen zaten de ruiten boven compleet dicht gevroren.

'De bloemen staan op de ramen,' zei papa altijd vrolijk wanneer het flink gevroren had.  Hij vond het altijd alleen maar leuk voor de meiden.  Zelf had hij er niks mee op.  Het was met werken soms veel kou lijden en daar had hij altijd een gruwelijke hekel aan.  Hij vertelde wel dat hij vroeger ook altijd geschaatst had, maar Zoë kon zich niet herinneren hem of mama ooit op de schaats te hebben gezien. 

Ze kon zich niet meer bedwingen en trotseerde de kou, door als een haas haar bed uit te springen, waarbij haar eigen adem wolkjes voortbracht.  Ze rende de trap af en stormde de kamer in tot vlakbij de warme kachel.  'Kunnen we vandaag schaatsen mam?' vroeg ze gejaagd, terwijl ze zich met Choco voor de warme kachel nestelde.  'Jíj en schaatsen!  Je hebt het al koud als je je bed uitkomt,' schertste Gemma lachend, terwijl ze met haar adem een gat in de bevroren bloemen op de ruit maakte.  'Maar als antwoord op je vraag kleintje... Ja ja, jullie kunnen schaatsen vandaag.'  'Haal die andere luilakken maar uit bed als je wilt.  Want als ze horen dat ze kunnen schaatsen, dan zijn ze straks boos omdat we ze te lang hebben laten liggen.'  

Zoë had er een gruwelijke hekel aan in die kou weer naar boven te moeten, maar stormde de trap op.  Ze rammelde eerst aan het bed van Bo en riep toen alleen om de hoek van de deur dat Mona eruit moest komen en liet zich nog geen minuut later weer voor de warme kachel vallen.  'Hoe moet jij nou schaatsen straks?  Als je nu al met je kont voor de warme kachel zit?' lachte Ron, die met een van kou vertrokken gezicht binnenkwam.   'Pap, je hebt een rooie neus!'  'Ja, vind je het gek!  Het is min tien buiten!  Jullie mogen je wel goed inpakken, anders ben je met vijf minuten weer binnen.  'Kunnen we schaatsen?' vroeg Bo, die nog slaapdronken de kamer inkwam.  'Ja, kom op!  Dan gaan we gauw eten.  Des te eerder kunnen jullie van de ijspret gaan genieten,' spoorde Gemma de meiden aan. 

Het zal me een drukte worden, dacht ze.  Ik zal straks maar een stevige pan erwtensoep gaan maken, want vanmiddag loopt hier natuurlijk alles weer in en uit.  Ze dacht terug aan het jaar daarvoor, toen de meiden voor het eerst kunstschaatsen hadden gekregen.  Ze had het heerlijk gevonden achter het raam te kijken naar hun capriolen.  Het was alleen jammer dat ze altijd heel erg snel last hadden van bevroren voeten.  Maar het voordeel was, dat ze alleen maar de beschermers onder hoefden te doen en ze konden zo naar binnen lopen.  Dat was weer het voordeel van aan het water wonen.  De schaatsen werden voor de kachel gelegd om op te warmen, terwijl ze zelf rondjes rond de tafel renden om hun voeten te laten ontdooien.  Dan aten ze wat, trokken de schaatsen weer aan en dan gingen ze weer tot ze weer bevroren waren.  En zo ging het dan de hele dag door.  Maar ach, dacht Gemma weemoedig.  Alles heeft z'n charme.

Een uurtje later stonden ze alle drie dik ingepakt met mutsen over de oren, klaar om aan de ijspret deel te gaan nemen.  Bo was de eerste die haar beschermers op de kant gooide, gevolgd door Zoë.  En daar stonden ze dan.  Lachend en vreselijk onwennig op die rare ijzers.  Voetje voor voetje zag Gemma Bo weg stuntelen, maar al vrij snel had ze de slag weer te pakken.  Een half uurtje later zag ze ze alle drie rondjes draaien op het ijs en genoten met volle teugen.  Petra, Lisa en nog een paar andere vriendinnetjes van Bo en Zoë van school, waren later ook van de partij en het werd zo'n gezellige, drukke dag, dat de meiden alle drie 's avonds tegen achten voldaan, maar uitgeput in bed lagen.  De vriendinnen die door hun vaders 's morgens waren gebracht, had Ron net na het eten weer thuis gebracht en de rust was weer teruggekeerd.  Wetend dat de volgende dag weer van dezelfde aard zou zijn.

 

'Wat is er aan de hand pap?' vroeg Zoë de volgende ochtend bibberend van de kou, toen ze verwacht had bij de warme kachel te kunnen gaan zitten.  'Ik krijg die rotkachel gewoon niet aan de praat,' gromde papa duidelijk uit zijn humeur.  'Trek je kleren maar even aan.  Het is veel te koud zo,'  naar Zoë d'r dunne nachtponnetje kijkend.  'Ik weet ook niet hoe lang het nog gaat duren.  Ik heb mama gezegd dat ze nog maar even in bed moest blijven tot de kachel brand, mocht je niet weten waar ze is,' zei hij nog even in het loopje en ze hoorde de buitendeur achter hem dichtvallen.

Zoë zocht boven nog gauw even haar kleren bij elkaar en ging toch maar weer naar beneden.  Het was er in elk geval beter dan boven en weer naar bed gaan had ze toch niet zo'n zin meer in.  Weet je wat? dacht ze.  Laat ik mama eens verrassen.  Dan dek ik alvast de tafel.  Hoeft zij dat straks niet meer te doen.

Terwijl ze heen en weer liep van de kamer naar de keuken en andersom, was Ron in de tussentijd alweer op zijn knieën gevallen voor de kachel en deed verwoede pogingen om het ding aan de gang te krijgen.  Plotseling werd Zoë's aandacht getrokken.  Waarom wist ze zelf niet eens, maar ze bleef ineens gebiologeerd naar de kachel kijken, die nog steeds niet brandde.  Ze zag haar vader de fles spiritus oppakken en vervolgens gooide hij een scheut in de kachel.  Zijn humeur was intussen tot het nulpunt gedaald en naar het scheen, was het alleen nog maar de bedoeling om zo snel mogelijk het ding aan het branden te krijgen...

Ze zag hem in een soort waas een lucifer aanstrijken, om die daarna op de kolen te laten vallen.  Zoë deed onbewust een stap achteruit en het leek in haar beleving of de klap eerder viel dan het in werkelijkheid was.  Ze bleef als versteend naar de ontploffing kijken.  Niet bij machte om ook maar een vinger te bewegen.  Ze zag met ontzetting de vlammen tegen het plafond likken en wilde gillen, schreeuwen...  Papa wegtrekken bij die enorme vuurzee.  Maar ze stond daar maar.  Zich langzaam bewust van het beven van haar eigen lichaam.  Ze zag papa met moeite proberen de deurtjes van de kachel te sluiten om de vuurzee te stoppen en dat lukte op een gegeven moment ook.  Ze zag hoe de vlammen zich terugtrokken tot ín de kachel.

Heel langzaam voelde ze hoe haar lichaam wat ging ontspannen, maar het beven wilde gewoon niet ophouden.  Op het moment dat ze opgelucht wilde gaan ademhalen, zag ze iets wat uitsteeg boven haar afschuw van de net gedoofde vlammenzee.  'Pápááá!'  gilde ze vanuit haar tenen, zonder te beseffen dat dat angstaanjagende geluid uit haar eigen keel kwam.  Ze keek vol afgrijzen naar die handen.  Handen die gewoon niet bij haar geliefde vader hoorden.  De vlammen die net uit de kachel naar buiten waren gekomen, hadden zich nu op zijn handen gevestigd.  Ze zag de vlammen van zijn handen afslaan en zonder een voet te verzetten, strekte ze onbewust haar handen naar hem uit.  Ze zag in een roes dat hij haar nachtjapon greep, die ze daar achtergelaten had toen ze zich vliegensvlug had aangekleed.  Ze zag hoe hij de rose stof om zijn handen wikkelde en eindelijk...  na wat een eeuwigheid leek, waren de vlammen verdwenen.

'Rustig maar Zoë.  Het is nu over.  Stil maar.'  Ze keek gedesoriënteerd opzij en besefte maar half dat tante Riet naast haar stond.  'Ik hoorde iemand zo verschrikkelijk gillen, dat ik maar even ben komen kijken wat er aan de hand was,' kwebbelde tante Riet met haar schelle stem verder.  Plotseling zag ze mama de rose stof voorzichtig van een hand optillen en rende daarna als een bezetene naar boven om zich aan te kleden.  Vijf minuten later zaten ze in de auto en waren ze verdwenen alsof er nooit iets gebeurd was.  De kachel lag er vredig bij, met kleine vlammetjes die lieflijk langs de kolen likten.  Gewoon een vredige zondagmorgen...

Maar twee uur later, toen ze de auto de poort in zag rijden en haar ouders uitstapten, kreeg ze de tweede schok van die dag te verwerken.  Papa kwam niet binnen zoals ze altijd gewend was, vrolijk met altijd een lach op zijn gezicht.  Ze zag zijn vertrokken gezicht en verwenste die rotkachel naar het andere eind van de wereld.  Dan maar kou lijden.  Toen zakten haar ogen langzaam af naar zijn handen.  Maar ze zag geen handen.  De paniek steeg weer op in haar keel en leek haar te verstikken.  Ze kreeg langzaam een waas voor haar ogen door de tranen die begonnen op te wellen.

'Stil maar Zoë,' suste mama, nog duidelijk aangedaan door het hele gebeuren.  'Het komt wel weer goed.  Maar het zal nog wel een poosje duren voordat papa's handen weer helemaal genezen zijn.  Hij zal voorlopig wat medicijnen moeten innemen tegen de pijn, maar de dokter zei dat het weer helemaal goed komt.'  Het leek wel een vertraagde opname, zoals Zoë Choco oppakte en als een spook de trap opliep en zich uitgeput op haar bed liet vallen.  Het kwam geen seconde meer bij haar op, dat er vandaag geschaatst moest worden.  Ze bleef als verdoofd liggen en kwam pas aan het eind van de dag, nog steeds niet helemaal hersteld van de schok, met Choco in haar armen geklemd naar beneden.  De weken die daarop volgden, vermeed ze alle oogcontact met haar vader's handen.

 

Hoofdstuk 9.

Mei 1971.

Hé Zoë, je gaat toch wel met óns mee naar het zwembad hè?'  Lieke die langzamerhand één van haar beste vriendinnen was geworden, stootte haar aan toen ze de klas uitliepen.  'Je vindt het toch zeker wel leuker om met óns mee te gaan inplaats van met je buurmeisje?' hield ze aan.  Zoë liet zich niet meteen overhalen.  Ze had het altijd met Petra naar haar zin gehad en de gedachte dat ze naar het zwembad zou moeten waar ze jaren geleden les had gehad, stond haar eigenlijk helemaal niet aan.  Ze zag in gedachten weer die grote badmeester voor zich, die je stond op te wachten om een verschrikkelijke haak onder je oksels te steken.  Onwillekeurig voelde ze een rilling langs haar rug gaan. 

'Ik weet het eigenlijk niet Lieke.  Ik heb het daar altijd best naar mijn zin.'  'Ja oké, je bent niet anders gewend, maar het is toch leuker om met z'n allen te gaan, dan alleen met Petra?  Kom op, je hoort er toch ook bij.  Je gaat morgen na school gewoon met ons mee oké?'  Zoë voelde zich flink in het nauw gedreven en voelde zich er erg ongemakkelijk bij.  Quasi ongeïnteresseerd haalde ze haar schouders op.  'Ik zal het eerst met mijn moeder moeten overleggen.  Zíj koopt in het voorseizoen onze abonnementen.  Ik weet niet of ze dat al gedaan heeft,'  probeerde ze nog wat af te houden.  'Tot morgen Lieke.   Je hoort het wel,'  zei ze, terwijl ze zich haastig uit de voeten maakte. 

Hè bah!  Wat had ze nóu weer aan haar fiets hangen.  Ze wilde gewoon geen verplichtingen.  Ze vond het prima om met Petra naar het zwembad te gaan.  Ze vond het altijd gezellig en bovenal het was haar vertrouwd en ze vond het nou eenmaal een heerlijk zwembad.  De lichtgroene, heldere tinten van het bassin, het vertrouwde grasveld aan het water met haar geliefde snoepwinkeltje, waar ze samen met Petra schuimblokken ging halen, om die later op de fiets naar huis onder het kletsen lekker op te zuigen.

Glimlachend dacht ze terug aan de keer dat ze onder het snoepen van zo'n schuimblok met de fiets flink onderuit was gegaan.  Ze was de grip door het snoepen en kletsen, op haar stuur kwijtgeraakt en was met fiets en al het prikkeldraad langs de weg ingedoken.  Ze had een scheurtje in haar middelvinger opgelopen van twee centimeter en het had gebloed als een rund.  Petra had verschrikkelijk in een deuk gelegen om haar capriolen en later had ze er zelf ook smakelijk om gelachen.  

Die gedachten flitsten allemaal door haar hoofd en ze vond het verschrikkelijk moeilijk om dat vertrouwde gevoel te moeten opgeven voor haar schoolvriendinnen.  Plus nog het feit dat die vervelende Cathy er dan ook altijd bij zou zijn en altijd met haar slabek de baas wilde spelen.  'Wat gaat er nou weer in dat korte koppie van je om?' vroeg Gemma, toen ze stilletjes stond af te drogen.  Zoë was inmiddels wel gewend aan haar korte haar, maar ze keek uit naar de dag dat ze het weer achter haar oor kon duwen.  De enige die haar er af en toe aan herinnerde was haar moeder met dit soort opmerkingen.

'Nou, weet je mam,' begon ze schoorvoetend.  'Lieke heeft gevraagd of ik komend seizoen een abonnement wil nemen bij hun zwembad.'  'O wat leuk.  Dat is een teken dat ze je graag mag Zoë.'  'Ja, dat zal wel, maar ik vind het altijd zo leuk met Petra.  Ik heb het altijd zo naar mijn zin daar,' zei ze met neergeslagen ogen.  Gemma voelde hoe moeilijk deze keuze voor haar was en vond het des te moeilijker om haar daarin  advies te geven.  'Mmm, ja ik begrijp het wel een beetje geloof ik Zoë, maar het is natuurlijk ook wel belangrijk om met meisjes van je eigen soort om te gaan.'  Zoë's hoofd vloog met een ruk omhoog.  'Mijn eigen soort??  Wat bedoel je dáár nou weer mee?' vroeg ze wat geïrriteerd.  'Nou kijk, de meisjes met wie je op school omgaat zijn natuurlijk allemaal katholiek en dat is Petra niet.  Dat zal op den duur toch wel wat minder gaan worden, naarmate je ouder wordt.'

Zoë werd rood van woede en gooide de theedoek op de nog af te drogen vaat.  'Petra is toevallig wél mijn beste vriendin en ik laat haar echt niet barsten omdat ze toevallig niet katholiek is!' schoot ze uit haar slof, waarop ze nijdig de trap op denderde.  Maar halverwege bedacht ze zich en rende langs haar verbolgen moeder naar buiten. Rechtstreeks naar haar geliefde schommel, die ze nog steeds als een heilige plek beschouwde als het zulk mooi weer was als nu.  Ze hoorde nog net haar moeder's boze stem achter zich, voordat ze de schommel had bereikt.  'Zegge, wil jij niet zo'n brutale mond opzetten tegen je moeder!  Zolang jij hier in dit huis woont, hebben wíj het voor het zeggen, begrepen?'  

Nou, als ze verwacht had enig begrip van haar moeder te krijgen, dan had ze dat goed mis.  Ze wist nu dus al dat haar ouders zouden besluiten, dat ze met haar schoolvriendinnen voortaan naar het zwembad zou moeten.  Ze had hier zelf dus totaal niets over te vertellen.  De keuze was voor haar al gemaakt.  Nijdig pakte ze daarom ook het geld aan, dat haar moeder haar de volgende dag meegaf, om een abonnement te kopen bij het zwembad van haar vriendinnen.  'Je legt het zélf maar uit aan Petra.  Ík doe het niet!' riep ze nog na, toen ze nijdig de deur uitliep om naar de schoolbus te gaan.  Gemma bleef hoofdschuddend achter.  Wat bezielde dat kind toch?  Het was toch veel leuker om met die meiden te gaan, dan met dat kind van hiernaast?  Maar sowieso...  Ze moest Ron ook te vriend zien te houden, want hij was nu eenmaal de strengste als het om het geloof ging en zo werden de kinderen ook opgevoed.  

'En?' vroeg Lieke meteen, toen ze Zoë het schoolplein zag opkomen.  'Ga je mee vanmiddag?'  'Ja, ik ga mee.  Ik heb meteen geld bij me om een abonnement te kopen.  Mijn moeder vond het wel een goed idee!'  Lieke zag Zoë nog even met haar ogen rollen en keek haar vragend aan.  Maar Zoë koos ervoor er niet op te reageren. 

Toen 's middags de schoolbel klonk, dromden de meiden die naar het zwembad zouden gaan op het schoolplein samen, om gezamenlijk er naartoe te lopen.  'Zo Zoë Lankhorst, ben je van je geloof gevallen?' bitste Cathy haar toe, duidelijk er niet zo mee ingenomen dat ze voortaan met hun mee zou gaan.  Zoë voelde zich meer dan ongemakkelijk en voelde de zenuwen in haar lijf opkomen.  Met zoveel tegelijk zwemmen vond ze al helemaal niks, maar dat die vervelende Cathy erbij was, deed de druppel van de emmer overlopen.  Ze was nu al bang dat ze haar straks zou gaan onderduwen.  Zoë was nog steeds geen held in het water, maar als ze maar alleen haar gang kon gaan, dan was er niets aan de hand.

Ze voelde Lieke's blik op zich rusten en keek haar onbewust in de ogen.  Ze zag een blik van herkenning en voor heel even had ze het idee dat Lieke begreep wat er in haar omging.  En dat zou later blijken ook.  Toen ze even later met z'n zessen het water in gingen, was het onder de meiden meteen een dolle pret, terwijl Zoë zich nog wat afzijdig hield.  Ze keek liever naar het spel, dan dat ze er zelf bij betrokken werd.  Zwemmen was leuk vond ze altijd, maar onderduwen had ze een broertje dood aan.

Opeens zag ze tot haar schrik dat Cathy op haar afkwam.  Maar op een of andere manier was Lieke tot haar grote opluchting haar voor.  Samen met Eefke, Lieke's beste vriendin, hield ze plotseling watertrappelend stil vlak voor Zoë, voordat Cathy haar had kunnen bereiken.  'Kun je duiken Zoë?' vroeg Lieke als eerste.  'O nee,' reageerde ze geschrokken.  'Ik durf wel te springen als het moet, maar duiken durf ik niet,' zei ze met een benepen stemmetje.  'Hoe zou je het vinden als Eefke en ik je dat leren?' vroeg Lieke haar strak aankijkend.  Zoë keek verward van Lieke naar Eefke en zag het gezicht van Cathy achter hen opduiken, die net hoorde wat Lieke aan haar vroeg.  Toen, na luttele seconden, viel het kwartje bij Zoë.

Vriendinnen waren het.  Háár vriendinnen.  Ze wilden haar redden van die gemene Cathy.  Ze wist niet of ze het zou durven, maar alles beter dan gepest te worden door die vervelende meid.  Zoë knikte alleen maar en ze klommen één voor één het trapje op, om aan de rand van het zwembad te gaan staan.  'Je gaat zo dicht mogelijk bij het water staan,' gebood Lieke 'en je hoeft alleen maar je armen naar voren te steken en je hoofd naar beneden.  Dan hoef je je alleen nog maar te laten vallen.'  Zoë keek haar angstig aan en had wel willen schreeuwen dat ze eigenlijk helemaal niet durfde.  'Er gebeurt niks hoor.  Als je niet snel boven water komt, dan duiken we je na,' vulde Eefke aan.

Toen Zoë zich naar beneden boog en alle moed verzamelde om zich te laten vallen, keek ze tegelijkertijd in het boze gezicht van Cathy.  Ineens ging er een knop om in haar hoofd.  Ze is jaloers!  schoot het door Zoë heen.  Ze is jaloers dat alle aandacht nu naar mij gaat en niet naar haar.  Ze voelde een wilskracht in zich opkomen, alsof het niet van haarzelf was en liet zich onmiddellijk in het water vallen, vlak voor het boze gezicht van Cathy.  Het warme water omsloot als een gordijn haar gezicht en even had ze het gevoel of ze stikte.  Maar voordat ze de kans had in paniek te raken, hief ze haar hoofd omhoog.  Toen ze proestend boven kwam, keek ze in de twee lachende gezichten van Lieke en Eefke.  Cathy was in geen velden of wegen meer te bekennen.

Lieke zag haar blik afdwalen en maakte een afwijzende armbeweging, alsof ze aan wilde geven 'laat die maar lekker in haar vet gaar smoren'.  'Geweldig meid!  We zijn trots op je,' zei Eefke lachend, terwijl ze haar op haar schouder sloeg.  'Wil je het nog een keer doen of geef je er meteen de brui aan?' merkte Lieke op.  Zoë die het gevoel van aandacht en bescherming als een sluier over zich heen liet vallen, stemde geestdriftig toe.  'Ja natuurlijk!  Ik heb nou de smaak te pakken!'  De rest van de middag waren ze bezig haar les te geven en toen het zwembad om zes uur dichtging, kon ze zeggen dat ze duiken kon.  

Ze stond nog met een voldane grijns op haar gezicht, toen haar vader haar een half uurtje later bij Lieke kwam ophalen.  'Zo meid, zo te zien heb je het naar je zin gehad, is het niet?'  'Mmm,' was de enige reactie van Zoë, toen ze met diezelfde grijns in de auto stapte en de rest van de avond en de volgende dagen nog teerde op dat zelfde gevoel.

 

'Zoëëë!  Breng nog even een stoel mee!' hoorde ze haar moeder roepen, toen ze net de poortdeur geopend had om gezellig bij de rest te gaan zitten.  'En de tennisrackets!'  brulde Bo er achteraan.  'O... en vergeet de hoedjes niet.'   Het was het eind van een smoorhete week en het weekend stond voor de deur.  De gewoonte was al een aantal jaren, dat ze 's avonds na het eten vóór het huis gingen zitten aan het water.  Zoë vond het altijd beregezellig.  De hele buurt zat voor hun huis, tot aan het sluisje toe.  Zelfs aan de overkant van het water zat iedereen voor hun huis.  Er werd lekker heen en weer gescharreld.  De één maakte een praatje met de ander en er werd zelfs af en toe over het water heen en weer geschreeuwd, om met iedereen contact te hebben.  Grote autobanden en rubberbootjes dreven nog in het water, voor diegenen die zich overgaven aan de waterpret.

'Ik ben toch nog wat vergeten,' zei Gemma in het loopje, toen ze Zoë in de poort passeerde.  'Wat dan?' reageerde ze in hetzelfde loopje.  'O de koffiemelk,'  hoorde ze haar nog heel in de verte zeggen en Zoë ging ervan uit dat ze al in de keuken moest zijn.  'Zoë kom!  We moeten gaan helpen!'  Ze kreeg amper de tijd om haar stoel een plekje te geven of Bo trok haar aan haar arm mee richting sluis.  'Petra is er waarschijnlijk al.  Ze kwam ons net waarschuwen dat we ook moesten komen.  Wat treuzel je nou?  Kom nou mee!'   'Wat is er dan aan de hand?  Voordat ik me met die hitte uit de naad ga lopen...'   'Nou, d'r ligt een jachtje voor de sluis en die kan er niet onderdoor komen.   Als er nou zo veel mogelijk mensen op het jacht gaan staan, dan zakt de boot en lukt het misschien.  Anders moeten ze weer terug,'  riep Bo achterom naar Zoë, bij wie er nog maar weinig vaart in zat.

Zoë's ogen lichtten acuut op en voor Bo er erg in had, was ze nog eerder bij de sluis dan zij.  Ze stond al op de boeg te zwaaien, toen Bo nog op de kant stond en zich zichtbaar afvroeg, waar ze het beste op de boot kon stappen.  Er werden armen naar haar uitgestoken, om haar zo snel mogelijk aan boord te trekken.  'Zoë!  Ben je gek geworden?  Je moet lagerdek komen, anders is straks je hoofd eraf!' brulde een bekende stem.  Toen ze achterom keek, merkte ze dat ze in beweging kwamen en zag ze tientallen handen langs de muur van de brug duwen, om zo de boot er onderdoor te laveren.

In een fractie van een seconde wist Zoë zich, meegesleept door haar enthousiasme, in veiligheid te brengen, waarbij ze meteen in de bezorgde ogen van haar buurman keek, die haar net tot de orde had geroepen.  Langzaam voer de boot naar de andere kant van de sluis, zonder te worden beschadigd en een luid applaus steeg op van het dek, dat vol stond met buurtbewoners.  Grote opluchting tekende zich af op de gezichten van de eigenaars en de grote man, met net zoveel grijs haar op zijn kin als op zijn hoofd, kondigde luidkeels aan:  'Hartelijk bedankt aardige mensen!  Ik trakteer jullie als dank op een ijsje!' waarna er een tweede applaus zich aandiende.

Toen Bo en Zoë voorstelden om het ijs te gaan halen en de rest van de buurtbewoners tien minuten later smakelijk op het dek van hun ijsjes stonden te genieten, hadden Bo en Zoë het schip alweer verlaten en liepen al likkend terug naar hun stoel.  Nagenietend van de onverwachte happening.  'Kom op Zoë!' commandeerde Bo, nadat ze de laatste hap ijs naar binnen had.  'Pak nou die racket maar eens op.  Ik moet dat verlies van gisteravond nog rechtzetten, weet je nog?'  Ze vond het heerlijk om in het late zonnetje met Choco op haar schoot, nog wat te dagdromen, maar ze wist nu al dat Bo haar niet met rust zou laten.  Dus kwam ze met een zucht in beweging.  'Oké oké ik kom al.  Maar wie zegt dat ik je vanavond niet wéér inmaak hè?'  'Ha, dát zullen we nog weleens zien!' en voor ze er erg in had was het hoedje al zo dichtbij, dat ze opzij moest springen om niet meteen al op verlies te staan.

'Aháááá!' hoorde ze ineens een bekende, gehate stem.  'Ik heb het éindelijk voor elkaar!  Nou heb ik tóch je haar gestolen!!'  Ron had Naomi in de verte al zien aankomen en had in de tijd dat de meiden verdiept waren in hun spel, zich al voorbereid op rottigheid.  Ze bleef gelukkig niet stilstaan, maar dat kwam waarschijnlijk omdat Ron en Gemma erbij zaten.  'Dat heb jíj niet gestolen Naomi!  Dat heeft gewoon de kapper afgeknipt en níet anders!' beet Ron haar zonder enige omhaal toe, waarop Naomi hem heel even geschrokken aankeek en er als een haas vandoor ging.  Zoë stond nog met haar racket in de aanslag, met open mond de wegrennende Naomi na te kijken en keek toen met dezelfde uitdrukking op haar gezicht naar haar vader.  Haar gezicht leek één groot vraagteken.  Niet bij zins om het zó snel gebeurde incident een plaatsje te geven.

Toen Ron haar aankeek, veranderde de boze uitdrukking op zijn gezicht abrupt in een grimas, die hij niet in bedwang kon houden.  Twee tellen later sloeg hij zich op de knieën van het lachen en het bulderen moet aan de andere kant van het water te horen zijn geweest.  Terwijl Zoë hem nóg verbouwereerder aan stond te kijken, zag ze de tranen over zijn gezicht lopen van het lachen.  Hij begon schaterend naar haar te wijzen en probeerde nog hikkend van het lachen haar uitleg te geven over zijn uitbarsting.  'Dat gezícht van jou!' proestte hij en moest zijn best doen om zichzelf weer redelijk in de plooi te krijgen.  'Een foto waard Zoë...'  En om haar niet nog meer vraagtekens tevoorschijn te laten toveren, stond hij, nog met zijn zakdoek door zijn ogen wrijvend, op en liep de poort in.

Gemma die was blijven zitten, had moeite zich goed te houden om zich niet te laten aansteken door het gelach van Ron en maakte een quasi armgebaar in de richting van de verdwenen gestalte van haar vader.  'Let maar niet op hem,' waarop Zoë met een schouderophalen weer verder ging met haar spel.  Maar omdat ze haar gedachten er toch niet helemaal goed meer bij kon houden door de plotselinge opmerking van Naomi,  moest ze het tegen Bo afleggen met een flinke achterstand.  'Het is niet eerlijk,' meesmuilde ze later.  'Ach, morgen win jij misschien weer,' reageerde Bo met een overwinningslach op haar gezicht.

Langzamerhand was Gemma bezig de boel op te ruimen om naar binnen te gaan, terwijl de meiden nog even lekker bleven zitten.  Het was nog geen half uurtje later, dat Zoë zat te gapen in haar stoel.  'Ik ga naar bed,' zei ze, Choco vanuit haar schoot oppakkend en al richting poort liep.  'Je zal toch wel je eigen stoel meenemen hè?' schamperde Bo achter haar aan.  Met een zucht zette ze Choco in de bijkeuken op de grond en maakte rechtsomkeert om haar stoel te gaan halen. 

Na haar vader en moeder na het avondgebed, dat elke avond een vaste gewoonte was bij de familie Lankhorst, een nachtkus te hebben gegeven, liep ze de trap op en kroop in haar warme bed.  'Pfffff,' stootte ze nog even hardop uit.  'Wat is het hier toch altijd héét en 's winters vries je vast aan je bed...' mopperde ze in zichzelf.  'Choco, jij moet écht náást me gaan liggen, anders stik ik helemaal de moord vannacht,' sputterde ze nog even verder.  Choco ging gehoorzaam naast haar kussen liggen, terwijl van vermoeidheid haar ogen al dichtvielen.  Maar inplaats van weg te zinken in een diepe slaap, begon ze  te woelen in haar bed.  Ze gooide het laken van zich af, dat op warme dagen alleen als deken dienst deed. 

Langzaam begonnen beelden in haar droom op te doemen, van vlammen die uit een dak sloegen en de hitte was ondraaglijk.  Ze probeerde weg te rennen van de hitte, maar haar benen weigerden elke dienst, waardoor de hitte haar leek op te slokken.  Door een doffe bonk zat ze ineens met een oververhit gezicht, rechtop in haar bed en realiseerde zich al gauw dat Choco niet meer bij haar in bed lag.  Het klagende gejank drong langzaam tot haar door en ze zocht in het donker naast haar bed waar het geluid vandaan kwam.  Waarschijnlijk had ze het arme diertje, door in haar droom om zich heen te slaan, gewoon uit bed geslagen.  Maar daar had ze zelf totaal geen besef van gehad.

Toen ze Choco weer omhoog getild had en het beestje zich weer half op haar kussen had genesteld, lag ze zelf klaarwakker in het donker te staren.  Angst tekende zich af op haar, door de hitte vochtig geworden gezicht.  Haar hart bonsde in haar keel en ze begon schichtig om zich heen te kijken, waarna ze snel haar ogen weer strak dichtkneep.  Het angstige beeld wilde maar niet verdwijnen.  Het liefst had ze net als vroeger tot aan het voeteneind weggekropen, maar in deze hitte was dat ook geen optie.  Automatisch sloeg ze haar armen om de kleine Choco en verborg haar gezicht in zijn haardos, waardoor ze toch enigszins rustiger werd.  Maar ze was bang om weer in slaap te vallen, waardoor die gruwelijke beelden misschien weer terug zouden komen.  Langzaam maar zeker werd ze rustiger door te luisteren naar de gelijkmatige ademhaling van Choco en doezelde weer weg in een nu droomloze slaap.

'Is Zoë nog niet op?' vroeg Ron verbaasd, toen hij Bo en een half uurtje later Mona beneden had zien komen.  Bo haalde haar schouders op en van Mona hoefde hij al helemaal geen antwoord te verwachten.  Die was al meteen weer in haar geliefde kleurboeken gedoken. Vreemd, dacht hij voor zich uit starend.  Zijn middelste dochter was tegenwoordig altijd als eerste op.  Zij en hij waren de enige ochtendmensen hier.  Hij was er aan gewend geraakt om samen nog even naar de radio te luisteren, want als de rest beneden kwam, dan werd de knop meteen omgedraaid.  'Gem, heb jij Zoë al gezien?' vroeg hij, terwijl hij nog met de deurknop in zijn handen stond.  Gemma die net bezig was koffie voor hen beiden te zetten, draaide haar hoofd in zijn richting en schudde verbaasd haar hoofd.  'Is ze nog niet op dan?' verbaasd op de klok kijkend die al tien uur aanwees.  'Ik ben eigenlijk nog niet in de kamer geweest, dus ik heb er ook niet op gelet.'

Op zaterdagochtend ging het altijd wat rustiger.  Namen ze meer tijd om te ontbijten, waarna iedereen pas ging douchen en aankleden.  Maar tien uur was voor Zoë wel érg laat.  'Ze zal toch niet ziek zijn met dat mooie weer?' vroeg Gemma zich hardop bezorgd af.  'Ik ga wel even kijken,' zei ze, toen ze de laatste hand aan de koffie gelegd had en draaide zich om en liep zachtjes de trap op, maar kwam halverwege een nog slaperige Zoë met op haar arm Choco tegen.  'Wat ben jíj laat?' vroeg ze, terwijl ze Zoë zonder iets te zeggen langs haar heen voelde glippen.  'Ik ben net wakker,' bromde ze nog slaperig.  Gemma haalde haar schouders op en liep terug naar de keuken om de tafel verder te dekken, terwijl Zoë achter haar aanliep om zich meteen te gaan wassen en tanden te poetsen.

Gemma keek haar met opgetrokken wenkbrauwen na.  Vreemd...  Dat doet ze nooit.  Ze kruipt normaal altijd als eerste aan tafel, dacht ze bevreemd.  Ze was dan ook de enige die een kwartiertje later gewassen en aangekleed aan tafel zat, maar ze sprak geen woord.  Wel keek ze iedere keer om naar het voorraam, alsof ze iemand verwachtte.  'Zoë, wat is er toch?' vroeg Gemma bezorgd, terwijl ze tersluiks naar Ron gekeken had.  'Verwacht je iemand?  Heb je soms met een vriendin afgesproken, dat je vergeten bent te vertellen?'  Met een wazige blik in haar ogen keek ze Gemma aan, maar het leek of ze dwars door haar heen keek.  Gemma ging zich steeds ongemakkelijker voelen door het gedrag van haar dochter, terwijl ze de onrust bij haar zag groeien.

Plotseling zag ze Zoë's ogen met een ruk naar rechts gaan en het leek alsof ze haar adem inhield.  Alsof degene er aankwam die ze verwachtte.  Ze zag haar met een ruk haar stoel naar achteren gooien en liep naar het voorraam.  Ron en Gemma keken haar na met grote verwarring in hun ogen.  'Hóren jullie dat dan niet!' stootte ze er plotseling angstig uit, terwijl ze langs hen heen de gang in stormde, waarop Gemma haar haastig volgde en zag haar nog net door de poort vliegen, terwijl de voordeur met een klap achter haar dichtsloeg, die ze zelf eigenlijk alleen voor bezoekers gebruikten en áltijd door de achterdeur gingen.

Ron had haar met een blik vol verbazing gevolgd en langzamerhand begon een geluid wat van ver kwam tot hem door te dringen.  Hij stond op en begon naar het voorraam te lopen, waar hij Zoë zag staan met grote angstogen en een vinger uitgestoken, wijzend naar een onbekend iets.  De sirene die hij nu duidelijk hoorde, bracht hem ineens met een vaart in beweging, waarop hij met drie treden tegelijk de trap op rende.  Zich snel in zijn broek en overhemd hees, om daarna zich zo snel mogelijk buiten bij Zoë te voegen.  Gemma en de twee andere meiden met open mond achterlatend.

Samen stonden ze met afgrijzen naar de enige kruidenierswinkel die het dorp telde te kijken, aan de overkant van het water, die nu in lichterlaaie stond.  Tegen beter weten in, trok hij Zoë aan haar hand richting sluis, waar ze beter konden zien wat er allemaal gaande was, het bibberen van haar hele lijf negerend.  De brandweer was er in rep en roer en het halve dorp was aan het uitlopen, om te kijken wat er allemaal gaande was.  'Hebben jullie Bertels en zijn vrouw al gevonden?' hoorden ze iemand roepen en gebaren naar één van de brandweerlui.  Zoë keek haar vader in paniek aan.  Haar normaal al grote ogen, leken twee keer zo groot en het leek Ron toe of ze smeekte haar te vertellen dat alles weer goed zou komen. Tot ze ineens iemand hoorde schreeuwen en ze allebei hun hoofd in die richting draaiden.

'Die zitten vast in de kerk!  Dat doen ze elke zondag!' bulderde hij luid lachend.  'Mooi,' hoorde ze weer een andere stem.  'Eens even kijken of we een sigaartje kunnen vinden!' blufte een zware stem en tot grote verbijstering van Ron en Zoë, zagen ze een hand voorzichtig door het door de hitte gebarsten glas naar binnen gaan, die na een tijdje zoeken met een zwart geblakerd kistje sigaren weer naar buiten kwam.  Triomfantelijk stak hij het doosje in de lucht, er een zakdoek onder houdend tegen de hitte die zeker nog aan het kistje te voelen was.  'Je eigen vermaken over andermans ellende,' hoorde Zoë haar vader binnensmonds mompelen en draaide zich direct daarop om.  Hij pakte Zoë's hand en troonde haar onmiddellijk bij de onheilsplek vandaan.  Toen ze even opzij keek zag ze een verbeten trek op het gezicht van haar vader, die zich duidelijk ergerde aan het gedrag van de mannen.

Gemma stond hen met grote onrust op haar gezicht bij de deur op te wachten, toen ze hen door de poort had zien aankomen.  'Ga maar niet kijken Gem.  Bertels is afgebrand.  Je zult je alleen maar ergeren aan het stelletje onruststokers die daar rondlopen,' zei hij, Zoë achter zich aan naar binnen trekkend.  'Laten we proberen nog een beetje van onze vrije zaterdag te genieten,' probeerde Ron het gebeuren te relativeren.  'De verzekering dekt het wel Zoë,' zei hij, terwijl hij zich naar zijn nog na bevende dochter toedraaide.  Maak je daar maar geen zorgen over.  Over een tijdje ben je vergeten dat het gebeurd is, als alles weer is opgeknapt,' waarop hij de krant pakte en zich buiten in een tuinstoel liet zakken.

Zoë liep schoorvoetend naar de schommel, terwijl ze Choco troostend tegen zich aanhield en haar gezicht verstopte in zijn harige lijfje.  Net als afgelopen nacht, toen ze probeerde weer een beetje tot zichzelf te komen.  Maar de beelden bleven opdoemen voor haar geestesoog en vermengden zich met haar droom en de kachelbrand van afgelopen winter.  'Zoë!' hoorde ze haar moeder ineens roepen vanuit het keukenraam.  'Kom eens even binnen!'  Gemma was als een razende in gedachten aan het zoeken geweest, om Zoë af te leiden van het gebeuren.  Het bleef voor haar een raadsel als ze terugdacht aan het gedrag van haar dochter van vóór de brand, maar besloot alleen maar iets te verzinnen om haar op andere gedachten te brengen.

Ze zag haar als een robot van de schommel afstappen, alsof ze nog in een heel andere wereld vertoefde.  Gemma zag de angst nog in haar grote, blauwe ogen.  Als van een opgejaagd dier.  'Hé luister...  Over een week vier je je twaalfde verjaardag hè?  En nou zat ik te denken aan een leuk cadeau.  Heb je zelf al iets in je hoofd?  Of wil je liever een verrassing?' besloot Gemma hoopvol.  Ze zag tot haar opluchting Zoë's gejaagde uitdrukking langzaam veranderen in hoop.  Haar gedachten begonnen langzaam maar zeker kleine sprongetjes te maken naar heel andere, leukere beelden en in gedachten zag ze zichzelf al lopen met mooie, nieuwe kleren.

'Nou mam,' begon ze voorzichtig.  'Ik heb daar al een tijdje over lopen denken, maarre... nou je erom vraagt...  Er zijn nu van die ribfluwelen pakken in de mode en ik dacht... nou ja, ik hoopte dat ik samen met Bo naar de stad zou mogen en er eentje uitzoeken...  als dat mag tenminste.'  Gemma keek in haar smekende ogen en ze was zo blij en opgelucht, dat ze dit nog altijd tengere poppetje, na een voor haar zóveelste ingrijpende gebeurtenis, nu in elk geval ergens blij mee kon maken, dat ze spontaan een arm om haar tengere schouders sloeg en haar even, heel even maar, troostend tegen zich aantrok, om haar daarna weer abrupt los te laten.  Niet gewend aan deze intimiteit.  Vroeger thuis was ze er wel aan gewend geweest af en toe een arm van haar moeder om zich heen te voelen, maar langzamerhand was door het afstandelijke, koele gedrag van de familie van Ron, er toch ingeslopen dat ze zelf zich ook zo was gaan gedragen.  Ze was zich sluipenderwijs los gaan maken van welke intimiteit dan ook en onderhand verleerd hoe ze de kinderen moest troosten als er zich iets naars voordeed.

'Oké, dat is dan afgesproken,' zei ze iets te snel en draaide zich met een ruk om naar het aanrecht.  'Jij gaat vrijdagmiddag ná school samen met je grote zus winkelen.  Samen met de bus gaan jullie naar de stad en je zoekt voor het eerst in je leven zelf uit wat je mooi vindt.  Dan heb je ook meteen nieuwe kleren voor als je na de grote vakantie naar het voortgezet onderwijs gaat.  Maar je moet zelf maar aan Bo vragen of zij dat ook wil oké?' 

Zoë zou inderdaad na de grote vakantie naar de brugklas van de mavo gaan, waar Bo nu alweer twee jaar op zat.  Ze vond het een heerlijk idee weer dicht bij Bo te zijn.  Ze was er de laatste twee jaar wel langzaam aan gewend geraakt, dat ze niet meer bij haar op school zat, maar ze had het nooit écht leuk gevonden.  Doordat Bo wat ouder was dan zij, was ze aangestoken door haar vriendinnen, al een poosje bezig met de mode en door haar werd ook Zoë er meer bij betrokken.

Ze was zo opgewonden over het idee, dat ze niet kon wachten tot Bo thuis zou komen, die sinds een klein jaartje elke zaterdagochtend bij oma de buitenboel ging doen, om zodoende wat geld bij te verdienen bij het zakgeld dat ze van Ron en Gemma kreeg.  Zoë zelf zou vanaf de vakantie ook zakgeld gaan krijgen, al was het maar om een zakje patat te kopen als ze uit school kwam.  Ze zou dan net als Bo ook met de fiets naar school moeten, omdat ze dan ongeregelde lesuren zou krijgen en niet meer met de schoolbus mee zou kunnen. 

Gemma zag de opwinding door de groeiende blos op haar gezicht weer terugkomen, waar nog geen vijf minuten daarvoor pure angst op te lezen was geweest.  Ze had in ieder geval haar doel bereikt en ze zag haar dansend met Choco op haar arm, de deur uitglippen en vijf minuten later zat ze met Petra aan de waterkant, wachtend op Bo.  Het pand van de kruidenier, dat vanmorgen nog in lichterlaaie stond, was inmiddels totaal geblust en toen Zoë's blik voor heel even naar de overkant dwaalde, zag ze van afstand dat het er heel somber uitzag.  Maar het was lang niet zo angstaanjagend meer, als toen de vlammen uit het dak sloegen.  Dus richtte ze haar aandacht weer op haar voeten, die heerlijk in het water bungelden. Dat door weken achtereenvolgende hitte warm aanvoelde.

'Hé, zullen we Choco eens laten zwemmen?' leidde Petra haar plotseling af.  Zoë keek in het enthousiaste, hoopvolle gezicht van haar buurmeisje en begon ineens onbedaarlijk te lachen om die guitige kop, waarbij alle spanning uit haar lichaam leek te vloeien.  'We kunnen het proberen,' hikte ze nog na, ondeugend naar de kleine Choco kijkend, die door zijn naam gehoord te hebben, haar vragend aankeek, waarbij hij zijn lange oren grappig iets omhoog trok.  'Ik weet niet eens of hij wel kán zwemmen,' zei ze ineens verontrust.  'Huh, álle honden kunnen zwemmen hoor,' wist Petra wijs te vertellen.

'Wat denk je ervan Choco?  Wil je een koele duik nemen?' vroeg ze, terwijl ze Choco lachend omhoog tilde.  Choco, niet wetend wat er boven zijn kleine koppie hing, kwispelde blij door de aandacht die hij kreeg.  Maar toen hij even later met zijn kleine pootjes boven het water hing, zagen ze allebei dat zijn oortjes zó plat kwamen te liggen van angst, dat ze eigenlijk direct medelijden met hem kregen.  Zoë en Petra keken elkaar nog even twijfelend aan, maar hij was nu al zo dicht bij het water, dat Zoë hem nog een héél klein stukje liet zakken, waarop hij nog vóór hij het water raakte al met zijn pootjes begon te maaien, dat Zoë hem van schrik losliet en niet voor kon kijken wat er vervolgens gebeurde.  Choco verdween voor een fractie van een seconde in z'n geheel onder water en voor ze ook maar even in paniek kon raken, was de kleine donder in een poep en een scheet tegen haar in het water bungelende benen opgeklauterd en zat zich wild uit te schudden boven op haar schoot.

Petra en Zoë slaakten allebei een gil en schoten, Choco vastgrijpend, met een ruk omhoog, om aan de rondvliegende spetters te ontkomen.  'O kijk dan,' sputterde Petra,  'ik ben helemaal doorweekt',  waarop ze Zoë  aankeek alsof ze een worm had ingeslikt.  Zoë probeerde nog even haar lachen in te houden, voor het geval ze écht boos zou zijn, maar toen Petra de geluiden van haar ingehouden lach hoorde en haar aankeek, lagen ze al gauw op het grindpad te rollen van het lachen.  Choco die inmiddels was bijgekomen van de schrik, rende enthousiast blaffend om hen heen.

'Pfff... zal ik naar huis gaan om me te verkleden of zal ik het maar laten opdrogen in de zon...'  vroeg Petra zich hardop af.  'Dan weet mijn moeder tenminste ook van niks. Sinds Bram er niet meer is maakt ze zich toch al druk om niks...'  Dus besloten ze te blijven zitten en zich door de zon te laten drogen.

'Wat zijn júllie aan het uitspoken?' Geschrokken draaiden ze tegelijkertijd hun hoofd om in de richting waar de stem vandaan kwam.  'O Gelukkig, ben jij het,' reageerde Zoë met een geschrokken zucht, toen ze het vermoeide gezicht van Bo ontdekte.  'We hebben Choco laten zwemmen en die heeft zich lekker boven ons uit staan schudden,' waarop ze Bo's blik volgden, die medelijdend naar Choco keek.  'Aaach... Was hij niet bang dan?'   'Jaaa!  Daarom sprong ie ook boven op ons,' waarop Zoë weer in de lach schoot.  'Hé Bo,' schoot Zoë ineens haastig overeind.  'Ik heb hier eigenlijk de hele tijd op jóu zitten wachten,' waarop Bo nieuwsgierig haar wenkbrauwen optrok.  'Mama vroeg wat ik voor mijn verjaardag wilde hebben en toen heb ik gezegd dat ik met jou naar de stad wilde om een ribfluwelen pak te kopen.  Wil je meegaan alsjebliiieft?' bedelde Zoë, die bang was dat ze 'nee' zou gaan zeggen.  'O leuk!' reageerde Bo, wiens vermoeide gezicht van het werken bij oma langzaam opklaarde.  'Ga jij dan morgen met mij op de fiets naar de kerk?  Ik wil daarna nog een poosje naar Inge.  Als ik met papa en mama met de auto ga, dan kan dat niet en ik vind het na de hele week alleen naar school te moeten fietsen niet leuk, om dat eind wéér alleen te moeten fietsen.  Dan ga je bij mij achterop en kun je zelf nog beslissen of je liever met de auto teruggaat of dat je even met mij mee naar Inge gaat.'  

Inge was de beste vriendin van Bo, al vanaf de lagere school en ze waren samen naar de mavo gegaan.  Zoë hoefde daar niet lang over na te denken en glom bij de gedachte dat ze een poosje naar het geklets van de oudere meiden kon luisteren.  Nieuwsgierig waar die het zoal over hadden.  'O, dan ga ik graag nog even mee naar Inge, als dat mag,' in gedachten snel de conclusie trekkend dat Lieke er ook weleens zou kunnen zijn, omdat zij ook vaak omging met het jongere zusje van Inge, Kirby.  'O, ik vind het best hoor,' zei Bo, weer in beweging komend.  'Maar nou ga ik zitten en eten,' zuchtte Bo.  'Het is leuk om wat geld te verdienen, maar je wordt er hondsmoe van.  En oma staat de godsganselijke tijd op mijn vingers te kijken,' bromde ze nog even na en verdween met fiets en al de poort in.  'Kom je ook eten dan?' riep ze Zoë nog even na.

Zoë sprong enthousiast overeind door het vooruitzicht aan zoveel leuks en keek nog even ballorig naar haar nog steeds natte kleren.  Ze keek Petra aan en trok lachend haar schouders op.  'Boos zal ze er écht niet om worden,' haar moeder bedoelend en liet een bezorgde Petra achter, die liever wachtte tot ze geroepen zou worden.  Elke minuut was er één om wat langer te kunnen drogen.

'Mám, Bo gaat met me mee hoor!' schreeuwde ze al voordat ze binnen was, terwijl ze de natte Choco met zich meezeulde.  'Wat heb jíj in vredesnaam uitgespookt?' citeerde ze onbewust Bo, toen ze de twee verfomfaaiden binnen zag komen.  Maar toen ze de stralende lach op het gezicht van haar dochter zag, waar nog niet zo lang geleden een starre uitdrukking op had gelegen, slikte ze de woorden die op haar tong lagen abrupt in.  'O, Petra en ik hebben Choco laten zwemmen, maar dat vond hij niet zo leuk geloof ik,' zei ze nu toch enigszins schuldbewust.  'Maar ik ben alweer bijna droog hoor.'   'Wrijf Choco met een handdoek toch maar even een beetje droog, voordat je hem mee naar binnen neemt,' zei Gemma hoofdschuddend naar het tweetal kijkend, maar moest er in zichzelf toch wel om lachen.  Zeker toen ze twee tellen later hoorde hoe Ron onbedaarlijk in de lach schoot.  

Hij is toch zó gek met haar, mijmerde ze voor de zoveelste keer onwillekeurig, waarop meteen de bekende hoofdbeweging volgde, om de opkomende gedachte van zich af te schudden, die zich soms zo plotseling kon aandienen.  Ze pakte resoluut de pan macaroni van het gasstel en duwde de deur met haar knie open, om hem vervolgens op de onderzetter op tafel te zetten.  In het weekend vond ze het altijd prettig om tussen de middag warm te eten en na de hele week hollandse pot op tafel te zetten, koos ze in het weekend voor pasta of chinees.  Iets dat door de rest van het gezin dankbaar verwelkomd werd.

De hilariteit die haar tegemoet kwam bij het binnenkomen van de kamer, was een dankbare afleiding op de gedachten die zonet haar brein wilden binnenstromen.  'Kon hij eigenlijk een beetje zwemmen?' hoorde ze Ron nog net lachend vragen.  'Geen idee!' reageerde Zoë vrolijk.  'Ik heb de kans niet gehad om dat te zien.  Ik heb gezien dat hij kopje onder ging en meteen daarna zat hij schuddend op mijn schoot.'   'Dat ís je nog enigszins aan te zien,' plaagde Ron.  'Zelfs je haar is nog nat,' wees hij naar Zoë's inmiddels alweer bijna tien centimeter gegroeide haar.  Zoë haalde lachend haar schouders op en dook hongerig in de pan macaroni, om vervolgens een flink bord op te scheppen.  Ron en Gemma keken elkaar verbaasd aan en keken tegelijkertijd weer terug naar het bord van Zoë.  'Waar denk jij dat allemaal te gaan laten juffie?' vroeg Gemma.  'Ik zou het echt niet weten, maar ik weet wél dat ik rammel van de honger,' waarop ze weer in de lach schoten, toen ze naar haar theatrale gezicht keken.

'Weet je eigenlijk al wie je allemaal gaat uitnodigen voor je verjaardag?' vroeg Gemma, terwijl ze de rest van de borden vol schepte.  'Nou, net als vorig jaar denk ik hè,' reageerde ze met een mond vol.  'Petra, Lisa, Linda, Lieke, Eefke, Sylvia, Floortje en jammergenoeg Cathy,' spuugde ze er met een donker wordend gezicht aan toe,  'omdat het nou eenmaal een nichtje is,' waarbij ze haar stem verdraaide waaruit haar ongenoegen bleek.  'Is ze zo vervelend?' vroeg Ron, zijn gezicht geïnteresseerd naar Zoë draaiend.  'Ach, ze weet altijd alles beter en wil gewoon altijd alle aandacht opeisen.  Dat is gewoon heel vervelend.  Als ze geen aandacht krijgt, wordt ze altijd heel chagrijnig en daar moeten wij dan allemaal onder lijden.  Als ik een hoger cijfer haal voor een werkstuk of proefwerk, dan is ze meteen kwaad op mij,' besloot ze duidelijk geïrriteerd.  'Ik ga toch niet minder mijn best doen om háár vrolijk te houden?' waarop ze Ron vragend aankeek.  'Dat zou ik zéker niet doen,' reageerde Ron fel.

'Het is jammer voor jullie clubje, maar ja, het ís familie en dat maakt het vaak moeilijk om zo iemand te negeren.'   'En o mam, weet je nog die twee hemdjes die je voor Bo en mij hebt gebreid?' waarop Gemma bedachtzaam knikte.  Dat was nog niet zo lang geleden.  Ze had voor Bo een zwart met rose strepen gebreid en voor Zoë zwart met zalmkleurige strepen.  'Nou, die heeft tante Cor voor haar nou ook gebreid.  Zwart met géle strepen!' benadrukte Zoë fel, terwijl ze haar mond alweer vol propte met macaroni.  'Moeten wíj eens doen, haar met iets naäpen.  Nou dán hebben we het gedaan!' kauwde ze misnoegd door.  'Zoëëë, leer dat nou eens af.  Een hap nemen en dan vertellen.  Dan verstaan we er toch geen woord van,' berispte Gemma haar.  

'Ik ben het met je eens, het is knap kinderachtig.  Maar het geeft gewoon aan dat ze jullie die leuke kleren niet gunt en als ze het zelf ook heeft, hoeft ze niet jaloers meer te zijn.'  Zoë knikte bedachtzaam.  'Maar ze kan toch zélf wel wat verzinnen?'  Gemma haalde haar schouders op.  'De ene mens heeft nou eenmaal meer fantasie dan de ander,' zei ze triomfantelijk de tafel rond kijkend, waarop Ron haar waarderend op haar hand klopte.  'Hoe is het eigenlijk met dat werkstuk over Australië afgelopen?' vroeg Ron, terugkomend op het woord werkstuk dat Zoë net had genoemd.  'Ik heb er eigenlijk nooit meer wat over gehoord,' Zoë en vervolgens Gemma vragend aankijkend.  'Heb je dat papa nooit verteld dan?' vroeg Gemma, haar gezicht verbaasd naar Zoë draaiend.  En het was nog wel zo'n succes geworden!'  

Zoë trok haar wenkbrauwen op bij de herinnering aan haar blijdschap, toen meester Liefkens de rest van haar klasgenootjes had gevraagd een applaus uit te brengen voor Zoë en Lisa, die toen samen het werkstuk hadden moeten maken, omdat ze met het vriendenclubje niet mee mochten doen.  Dat had haar motivatie wel enigszins getemperd, maar toen de boekjes waren binnen gekomen van de Australische ambassade, waren ze er toch samen enthousiast aan begonnen.  Zoë was degene geweest die het schrijfwerk had gedaan, omdat de meester daar altijd zo lovend over was en Lisa had het knip- en plakwerk voor haar rekening genomen.  Ze waren er uren en dagen mee bezig geweest, tot ze het naar eigen tevredenheid hadden ingeleverd.  Na maanden was meester Liefkens pas in staat geweest, buiten alle voorbereidingen van proefwerken tot de aanloop naar het voortgezet onderwijs, zijn beoordelingen bekend te maken.

'Nou pap, we hebben er een tien voor gekregen en een applaus van de hele klas.  Dus daar hoef je je ook geen zorgen meer over te maken,' zei ze met een droog gezicht.  'Gewéldig!' reageerde Ron goedkeurend, met een onderdrukte lach om het gezicht en de verbale uitdrukking van zijn dochter.  'Nou, ben ík blij dat ik er ineens aan dacht.  Volgende keer moet je me alleen niet meer zo lang laten wachten op de uitslag hoor,' vervolgde hij ineens gemaakt streng.  'Ik wil ook bijblijven over het wel en wee van mijn dochters.'

'Nou, dat is dan allemaal geregeld,' zei Gemma, terugkomend op het vorige onderwerp.  'Vrijdag ga je winkelen met Bo en zaterdag heb ik dus een hok vol eters.'  'Gaan ze sámen winkelen?' vroeg Ron zichtbaar verbaasd, waarop Gemma bevestigend knikte.  'Kleine meisjes worden langzamerhand groot en mevrouw hier wil haar eigen cadeau uit gaan kiezen,' zei ze met een hoofdknik in de richting van Zoë, die met een voldane grijns op haar gezicht al zat te genieten bij het vooruitzicht.

 

Hoofdstuk 10.

'Zoë!  Zit nou 'ns even stil wil je?' zei Bo gebiedend, toen ze achter op de bagagedrager maar heen en weer zat te schuiven.  Ongeduldig met het vooruitzicht wat haar te wachten stond.  'Als je zo door gaat, liggen we straks met z'n tweeën ónder de fiets en weet je hoe zwaar het voor mij is als ik slingerend over de weg moet?  Jij mag ook wel fietsen hoor, als je denkt dat je sneller kunt,' probeerde ze Zoë tot inzicht te krijgen.  'Oké oké, ik zit al stil.  Hé Bo...  Heb jij al een vriendje?' overviel ze plotseling haar oudere zusje.  Het bleef een poosje stil voordat Bo antwoord gaf.  'Waarom vraag je dat?' vroeg ze op haar hoede.  'Nou, zomaar...  Ik ben gewoon nieuwsgierig.  Cathy had het er een poosje geleden over, dat jongens je dan gaan zoenen.  Ben jij weleens door een jongen gezoend?'  ging Zoë onverstoorbaar verder.  Ze durfde het haar nu wel te vragen, want ze keek nu toch tegen haar rug aan, dus hoefde ze haar niet in de ogen te kijken.  Dat was toch wel veel makkelijker, besefte ze.

'Ja Zoë, ik heb een vriendje en ja, hij heeft me ook weleens gezoend.'  Bo maakte plotseling een flinke slinger over de weg, omdat Zoë ineens weer zenuwachtig heen en weer zat te springen.  'Zoë!  Hou op!  Anders vertel ik je nooit meer wat!' reageerde Bo geschrokken.  Haar opmerking negerend, haakte Zoë onmiddellijk weer in op de zojuist uitgesproken woorden van haar zusje.  'Ooo...  Vertel is!  Hoe doe je dat dan en waar?'  'O Zoë, hoe kan je nou vertellen hoe je iemand zoent!  Gewoon met je lippen tegen elkaar.  Inge en ik en nog een paar meiden van onze klas, gaan na school vaak naar een pandje vlakbij de school, wat een beetje is ingericht als café.  Het is altijd erg gezellig en daar heb ik hem ontmoet.  Het is nu een paar weken aan.'  'Hoe bedoel je het is al een paar weken aan?'  'Nou, gewoon, zoals ik het zeg.  We hebben een soort verkering.'  'Mag ik als ik bij jou op school zit ook eens mee?'   'Nee joh, ben je gek geworden?  Mama vermóórd me als ze er achter komt!  Nee hoor, als je een paar jaar ouder bent, komt dat allemaal vanzelf wel met je eigen vriendinnen.'

Het viel Zoë plotseling op, dat voor de tweede keer dezelfde witte auto hen passeerde en zag de bestuurder voor de tweede keer omkijken naar hen.  'Hé Bo?  Weet jij wie dat is?  Ken jij degene die in die witte auto zit?'  'Wie dan?  Waar dan?' reageerde Bo, zich duidelijk van niets bewust.  'Dáár!  Die witte auto vóór je!  Kíjk!  Hij staat nu aan de kant,' zei Zoë ietwat nerveus.  'Ik zou niet weten.  Hij zal de weg wel kwijt zijn,' zei Bo nuchter.  Stoïcijns fietste Bo langs de stilstaande auto en vervolgde onderhand hijgend, door het gewicht van Zoë achterop, haar weg.  Zoë keek achterom en vond het nog steeds vreemd, maar haalde toen ongeïnteresseerd haar schouders op.

'Heb je een foto van je vriendje Bo?  Mag ik 'm eens zien?' terugdenkend aan de foto die ze een poosje geleden in haar la had gevonden.  Voordat Bo antwoord had kunnen geven, reed plotseling de witte auto zachtjes naast hun.  'Willen jullie...?'  Zoë stak haar hoofd iets naar voren en keek de man recht aan.  'Wat zegt u?'  De man was net zijn vraag aan het herhalen, toen Zoë ineens een elleboog van Bo tegen haar rechterschouder voelde.  'Áu!  Wat doe je?' riep ze geschrokken.  Toen ze de andere kant weer op keek, was de auto verdwenen en zag ze hem voor hen wegrijden.  'Wat is er nou?  Waarom stootte je zo hard tegen me aan?' vroeg ze nog nawrijvend op de zere plek.  'Idioot!  Zág je dat dan niet?'  'Wát? Wát moet ik zien dan?'  Ze hoorde Bo een diepe zucht slaken voor ze antwoord gaf.  'Die vent zat in z'n blote kont in de auto, duidelijk met een stijve,' fluisterde Bo zachtjes, zich ervan bewust dat er net twee fietsers passeerden.  'Méén je dat nou?' vroeg Zoë geschrokken terugdenkend aan de dia op school.  'Gatverdamme!  Wie dóet er nou zoiets!' reageerde ze naïef.  'Er lopen nou eenmaal een hoop gekken rond,' was het laatste wat Bo er nog over wilde zeggen.

De rest van de weg legden ze in stilte af, want Bo had al haar adem nodig voor het trappen met Zoë achterop.  Toen ze later hijgend bij de kerk afstapte en Bo een plekje voor haar fiets zocht, was het eerste dat ze zei:  'Volgende keer neem je je eigen fiets maar mee, want dit is veel te zwaar trappen.'   'O goed hoor,' reageerde Zoë met een glimlach op haar gezicht, duidelijk in haar sas in de wetenschap dat er een volgende keer zou komen. 

Samen liepen ze de kerk in, zoekend naar een plekje achterin, maar zagen allebei plotseling een arm omhoog gaan.  Inge had al een tijdje achterom zitten kijken of ze Bo binnen zag komen en gebaarde naar ze.  Toen ze de bank in wilden stappen, zag Zoë tot haar blijdschap dat Lieke en Kirby bij haar zaten.  'Wat zijn jullie láát?'  fluisterde Lieke en Zoë besefte ineens dat het orgel al aan het spelen was, ten teken dat de mis zou beginnen.  Normaal waren ze er al ruim voor die tijd.

'Ik zat bij Bo achterop en dat was eigenlijk te zwaar voor haar en er viel een naakte man ons lastig,' fluisterde ze samenzweerderig terug.  'Wáát?' reageerden Lieke en Kirby duidelijk te hard voor in een kerk, zich ervan bewust dat er verschillende mensen zich geïrriteerd omdraaiden.  Bo maakte een handgebaar als teken dat ze het na de dienst wel zouden vertellen, maar de meiden bleven hen geboeid aankijken.  Zoë vond het stiekem wel leuk dat ze de meiden nog een poosje in spanning moesten houden.  'Zijn mijn vader en moeder al hier?' hoorde ze Bo zachtjes aan Inge vragen.  'Al lang!'  'O, die zullen wel weer vragen gaan stellen straks,' mompelde Bo.  

Echt veel van de dienst werd er nooit gevolgd door de meiden, maar ze moesten hier nou eenmaal van hun ouders zijn.  Inge's vader was zelfs koster in de kerk, dus dan weet je het wel.  De sport van in de kerk zitten was dan ook mensen kijken en dan wel wat ze droegen.  Soms wees er één stiekem naar iemand en zat dan binnensmonds te grinniken.  Cathy zagen ze ook aan de andere kant van de kerk binnenkomen met haar ouders, maar gelukkig zag ze hen niet.  Zoë zag Lieke haar arm van boven naar beneden bewegen, alsof ze een onuitgesproken 'hoera' uitte en keek Zoë glimlachend aan.  Ze vond het op deze manier eigenlijk helemaal niet zo saai meer om in de kerk te zitten en de communie diende zich al aan voor ze er erg in hadden.  Toen ze met z'n allen naar voren schuifelden, zag Zoë haar vader en moeder naar hen knikken, als teken dat ze hen gezien hadden.

Tien minuten later stonden ze weer buiten, knipperend tegen het felle licht van de zon en fietsten ze gezamenlijk naar het huis van Inge en Kirby.  'Nou vertél!' bedelde Lieke, toen ze nog geen twee tellen met z'n allen aan de keukentafel zaten.  'O, er kwam een vent naast ons rijden, die vroeg of we bloot wilden zien en Zoë, die sukkel, gaat nog vragen wat hij zegt ook,' deelde Bo op een korte, zakelijke manier mede, waarop alle ogen zich op Zoë richtten.  'Weet ík veel!' verdedigde Zoë zich beschaamd.  'Ík heb niks gezien,' waarop de meiden zowat over de tafel lagen van het lachen.  Toen ze weer wat tot bedaren waren gekomen zei Lieke ernstig:  'Kijk maar uit Zo!  Je moet toch wat beter op gaan letten hoor.  Straks trekt zo'n vent je de auto in.'  Geschrokken keek ze Lieke aan en er vormde zich een diepe frons op haar voorhoofd.  Dáár had ze nooit aan gedacht.  'Nou lékker Lieke!  Nou vertrouw ik straks niemand meer die aan me voorbij rijdt.'   'Zó erg is het nou ook weer niet.  Ik zeg alleen dat je voortaan wat beter moet uitkijken.'

Het was altijd duidelijk te merken dat Lieke in een grote stad was opgegroeid, waardoor ze voor haar leeftijd wijzer was dan Zoë en Bo bij elkaar, die op het platteland waren groot gebracht.  Na lekker nog wat gekwebbeld te hebben, jammergenoeg niet hebben kunnen opvangen wat Inge en Bo aan het smoezen waren, vond Bo het tijd worden dat ze naar huis zouden gaan.  'Komen jullie volgende week op mijn verjaardag?' vroeg Zoë nog gauw voordat ze de deur uit waren, haar blik ook op Kirby en Inge gevestigd.  Een paar meer of minder zou haar moeder ook niet erg vinden, dacht ze.  'O leuk!' reageerden Kirby en Inge, terwijl Lieke wist dat ze al uitgenodigd was.  'Hoe laat mogen we komen dan?' riep Inge nog snel, voordat ze de deur achter zich dicht trok.  'Het is op zaterdag, dus kom maar om een uur of twee,' riep Zoë terug, met de deur nog in haar handen. 'Tot morgen Lieke!'